Menu

Basis

Overleven in Kosovo

Vijftien Serviërs omsingeld door vijftigduizend Albanezen

Verwoeste huizen in Kosovo
Kosovaarse stad, verwoest tijdens de Balkanoorlog in 1999 (Beeld: Marietta Amarcord/Wikimedia Commons)

Hoe leef je als Serviër in een stad waar vijftigduizend Albanezen wonen? In 2000 bezocht journalist Frank Van de Winkel Mitrovica, waar kleine Servische enclaves achter prikkeldraad en tanks werden bewaakt. Hij sprak ereen rechtenstudente die droomde van vrijheid, maar gevangen zat in angst. Vijfentwintig jaar later blikt hij terug, zich afvragend hoe het haar is vergaan.

Stel je voor: je leeft in een huis omringd door prikkeldraad, muren, soldaten en een tank. Dat is nodig om aanslagen te vermijden en je veiligheid te waarborgen. Wil je boodschappen doen, studeren of uitgaan? Dan moet je verplicht plaatsnemen in een tank met soldaten, die je naar een plek brengt waar je je pas veilig kunt voelen tussen mensen van jouw afkomst, taal en godsdienst.

Kosovo na 1999: verdeeldheid en dreiging van etnische zuivering

In het noorden van Kosovo blijft het ook in de zomer van 2025 politiek broeierig, al valt het nog mee. Het hek was van de dam in 1999, toen de NAVO Servië bombardeerde, Servische troepen zich uit Kosovo terugtrokken en de provincie onder internationaal bestuur kwam. Daarmee begon de feitelijke scheiding. In 2008 zette Kosovo de stap verder: het scheurde zich eenzijdig af van de Republiek Servië en riep de onafhankelijkheid uit. Stond dat in de sterren geschreven?

Kaart van Europa met Kosovo in het rood
Kosovo (aangegeven in rood) in Europa
(Beeld: Wikivoyage)

In Kosovo spreekt ruim 90 procent van de bevolking Albanees en belijdt men meestal een vrij liberale vorm van de islam. De Servische minderheid is orthodox en spreekt Servisch. Servië weigert de onafhankelijkheid van Kosovo te erkennen, onder meer vanwege symbolisch belangrijke erfgoedplaatsen, terwijl België, Nederland en andere westerse landen dat wel doen. Religie speelt slechts een kleine rol in de spanningen tussen bevolkingsgroepen; het zijn vooral politieke en culturele factoren die de verdeeldheid voeden.

Mitrovicë als breuklijn: twee steden gescheiden door de rivier de Ibar

De sfeer is vooral explosief in de regio ten noorden van, en in Mitrovicë, een stad net ten zuiden van Servië waardoor de rivier de Ibar stroomt. Mitrovicë is anno 2025 in het zuiden grotendeels etnisch gezuiverd. Ten noorden van de Ibar wonen ongeveer 70 procent Servisch-taligen en 20 procent Albanees-sprekenden. Ten zuiden wonen, op achttien Serviërs na, alleen Albanees-sprekenden. De NAVO en de Verenigde Naties proberen met troepen en agenten het samenleven in de stad zo voorspoedig mogelijk te laten verlopen. Maar de twee stadsdelen zijn officieel twee steden geworden, met de Ibar als grens.

De Nieuwe Brug tussen het Servische en het Albanese deel van Mitrovicë
De Nieuwe Brug tussen het Servische en het Albanese deel van Mitrovicë
(Beeld: Wikimedia Commons)

Dagelijks leven in Servische enclaves: angst, prikkeldraad en tanks

Begin jaren 2000 liet het Belgische leger journalisten ter plaatse kennismaken met zijn werk binnen de KFOR-vredesmissie. Kosovo was toen nog een onderdeel van de Federale Republiek Joegoslavië, een rompstaat van Tito’s Joegoslavië. Het respect voor die staatkundige eenheid was een pijler van het neutrale KFOR-optreden, net zoals de multi-etniciteit dat overal in Kosovo was.

Wat ik te zien kreeg, blijft op mijn netvlies gebrand. Het is de eerste keer dat ik erover publiceer. Een artikel was in 2000 al snel klaar, maar is door omstandigheden nooit verschenen. En, oh ja: Mitrovicë, een Albanees-talige naam, heette toen nog Mitrovica, de Servische benaming.

Wat ik te zien kreeg in Mitrovicë, blijft op mijn netvlies gebrand

We schrijven maart 2000. Belgische militairen rijden Vlaamse journalisten in jeeps rond in zuidelijk Mitrovica. De hele trip is, om veiligheidsredenen, embedded. We mochten wel vragen stellen en Defensie vroeg (vanzelfsprekend) geen inzage in de artikels voor publicatie. In noord-Mitrovica op journalistieke missie rondrijden was gevaarlijker: de meeste Serviërs waren woedend op het Westen door de NAVO-bombardementen op Belgrado in de burgeroorlog met Kosovo in 1998 en 1999. Om die reden waren de Albanees-taligen de NAVO gunstiger gezind.

In zuidelijk Mitrovica zijn er enclaves, zeg maar etnische eilandjes. De twee Servische enclaves daar tellen samen een vijftiental inwoners. Hun huizen bevinden zich in dezelfde straat, een drukke verkeersader.

In de eerste enclave woont een man met zijn oude vader. Het huisje is omgeven door prikkeldraad; een tank met bewakers is de klok rond bijna tegen het huis geplakt. Ik geloof mijn ogen niet als ik er voorbijrijd: hoe kun je zo wonen? Met elke dag en zeker nacht de daver op het lijf uit angst dat je huis in brand gestoken wordt of dat je vermoord wordt?

Ontmoeting met de pope van de Servisch-orthodoxe kerk

De tweede enclave, met onder meer de huizen van een pope, de Servisch-orthodoxe kerk en een gezin waarvan de dochter rechten studeert, blijkt nog veel zwaarder beschermd. (De pope is de naam voor een priester in de Servisch-orthodoxe Kerk.) Om de enclave binnen te raken, moet ik voorbij een vijftal Franse schildwachten, prikkeldraad en ook nog een hek. En voorbij twee tanks!

Tank in Mitrovica
Tank in Mitrovica
(Beeld: Wikimedia Commons)

‘Nee, het gaat niet goed,’ maakt de al wat oudere, kromgebogen vrouw van de pope duidelijk met handgebaren en mimiek. Het gezin woont naast hun kerk. Dat vergroot het gevaar, want cultureel-religieuze gebouwen zijn wegens hun symboolwaarde in trek bij aanslagplegers. Haar man blijkt afwezig; de vrouw schuifelt rond in het volgestouwde woonkamertje en schenkt een glaasje slivovitsj, pruimenbrandewijn, in. Haar droevige ogen spreken voor zich.

De vrouw schenkt een glaasje slivovitsj in. Haar droevige ogen spreken voor zich

Het gesprek blijft door de taalbarrière beperkt. Natuurlijk is ze dankbaar dat internationale troepen haar huis en gezin beschermen zodat ze niet hoeven te verhuizen. Ze zou dat als etnische zuivering ervaren – en dat zou het ook zijn. Hier en nu is de NAVO eens niet de boosdoener. Op een foto wijst ze met warme blik haar drie onbezorgd kijkende kinderen aan. Ze mogen, net als hun moeder, hun huis alleen onder militaire begeleiding verlaten.

Een rechtenstudente in Mitrovica: opgesloten in eigen stad

We moesten haar buurmeisje maar eens spreken, raadt de vrouw van de pope aan. Zij spreekt Frans en kan het goed uitleggen, want ze studeert rechten. In de enclave slaan we een pad naar rechts in. Na twintig meter kruisen we soldaten met hond. Daarna gaan we door een gat in een muur en balancerend op stenen naar beneden. Nog een ladder af, en we staan bij het huis van de 22-jarige rechtenstudente S.

Het gesprek vindt plaats op de drempel van het huis. Ik heb niet de indruk dat S. op dit soort gesprekken zit te wachten. Anderzijds is ook zij de vredestroepen dankbaar voor haar bescherming en lijkt ze het belangrijk te vinden om te getuigen over haar leven.

‘Hoe de isolatie meevalt?’ Ze lacht. ‘Comme ci, comme ça. Het leven is moeilijk, maar ik ben eraan gewend geraakt. We zijn hier echt opgesloten: zonder begeleiding mag ik de enclave niet verlaten. Naar de kerk mag ik nog wel alleen, maar daar blijft het bij. Telkens als we boodschappen doen (altijd in het noordelijke, Servisch-getinte deel van de stad) moeten we in een gepantserde wagen kruipen. Ik houd helemaal niet van dit leven. Heb je gezien welke weg ik moet afleggen om bij de escorte te komen? Er zijn veel provocaties. Ze roepen, gooien stenen, richten vernielingen aan. Op een dag hebben ze enkele muren en deuren van het huis met benzine overgoten. Gelukkig beschermen de soldaten ons. Het is goed dat ze er zijn.’

Een stapje in de wereld zetten is door de avondklok verboden. Na 22 uur moeten de straten leeg zijn

Op mijn vraag of ze aan verhuizen denkt, weg uit het zuidelijke Mitrovica, twijfelt ze geen seconde. ‘Kijk, ik heb hier altijd geleefd en wil hier altijd blijven. En u moet me niet afschilderen als een hardleers iemand. Ik had me ingeschreven aan de faculteit in Pristina, maar door de problemen was het onmogelijk daar verder te studeren.’ Ze bedoelt dat ze er als Servisch-talige niet meer welkom was. ‘Daarom studeer ik nu noodgedwongen aan een Servische universiteit.’

Een stapje in de wereld zetten is door de avondklok verboden. Na 22 uur moeten de straten leeg zijn. ‘Inderdaad. En toch ga ik graag uit. Dat wil toch elk meisje van mijn leeftijd? Maar het kan niet meer. En zelfs als het kon, zou ik als vrouw groot gevaar lopen. Het verbod duurt al negen maanden.’

Flatgebouw in het noord van Mitrovica, 2011
Flatgebouw in het noord van Mitrovica, 2011
(Beeld: Tiia Monto/Wikimedia Commons)

Een oplossing voor het conflict ziet ze niet onmiddellijk, al hoopt ze wel op een terugkeer naar huis voor alle Serviërs: ‘Of dat nu is in dit stadsdeel, in het noorden van de stad of om het even waar in Kosovo.’ Ik knik. Achteraf denk ik: mag je van een rechtenstudente niet verwachten dat ze pleit voor wederzijds begrip, overleg en de-escalatie? Of voelt ze zich zo opgejaagd en bedreigd dat ze geen boodschap heeft aan vrede? Enigszins beduusd neem ik afscheid. Ik kan de ontmoeting maar niet uit mijn hoofd zetten, en dan vooral het beeld van de huizen die door soldaten beschermd zijn met tanks en beveiligd zoals in een oorlog.

Een Belg is geen Duitser

Later, in het noordelijke, overwegend Servische deel van Mitrovica, rijden we in een KFOR-voertuig naar een drankstalletje. Een Belgische vlag siert het legervehikel.

Als ik uitstap, komt een minder vriendelijk kijkende man van ongeveer 45 op me af. Een groep twintigers volgt hem. ‘What are you?,’ vraagt hij. ‘KFOR,’ zeg ik rustig. ‘I am Serbian,’ snauwt hij, en probeert ruzie uit te lokken. Drie Franse militairen komen aangelopen, wapen in de aanslag. De man geeft een teken aan een kerel even verderop, die via zijn Motorola-telefoon versterking kan oproepen. ‘Which country?’ vraagt de Serviër. ‘Belgium,’ zeg ik. Hij knikt kort naar de Motorola-jongen, die de actie toch maar afblaast. Waarschijnlijk had hij het Belgische vaantje met de Duitse vlag verward. Duitse troepen in Mitrovica moesten het al meermaals ontgelden: had hun land de onafhankelijkheid van Kroatië maar niet zo snel moeten erkennen. De Kroaten scheurden zich in 1991 van Joegoslavië af, en dumpten op die manier Servië. Negen jaar later was de wond nog vers.

Of de achtjarige jongen nu een Albanees of Servische Kosovaar is? Hij is een voetballer

‘s Avonds drinken we in een winkelstraat in Mitrovica een glas bier. Een jongetje van acht nodigt me uit om te voetballen. Hij vraagt me doelman te zijn en wil doelpunten scoren. Drie keer raakt de bal het doel, een muurtje van een café. Hij wint. Of hij nu een Albanese of Servische Kosovaar is? Hij is een voetballer.

Spanningen tussen Serviërs en Albanezen blijven voortduren

Augustus 2025. Ik vraag me af hoe het met de studente is die vijfentwintig jaar geleden rechten studeerde. Op Facebook zie ik een foto van een gelijknamige vrouw, Svetlana, met de juiste achternaam. Ze houdt een vrolijk kijkende peuter vast; naast haar zitten een lagereschoolkind en een man, ongetwijfeld haar man. Ze zitten op een strand en lachen breeduit. Svetlana heeft nog een paar andere foto’s gepost. Eén ervan is acht keer geliket. Zeven namen lijken Servisch, één duidelijk Albanees.

Ik hoop dat jij het bent, Svetlana, en dat het jou en al je landgenoten goed gaat.

Over de auteur

Frank Van de Winkel is journalist, schrijver en kerkganger.

Wellicht ook interessant

None

Voetballen voor God en vaderland

Heilig gras, clubiconen, de hand van God – in de voetbalwereld barst het van de religieuze symboliek. Supporters zingen op zondag hun liederen, verlangen vurig naar een overwinning en danken het team na de weelde van drie punten. Bovendien lijkt er op het professionele veld ruimte te zijn voor ‘echte’ religie. We zien voetballers kruisjes slaan, het gras kussen en bezield omhoog wijzen na een doelpunt. In deze serie leggen we voetbal en geloof naast elkaar: wat hebben ze gemeen en wat juist niet? Dit keer is sportjournalist Frank Van de Winkel aan het woord over geloof in het Belgische en Nederlandse nationaal voetbalelftal.

Basis

Ziek kinderachtige volwassenen!

Ze zijn altijd online, vragen AI om advies over hun mentale gezondheid en lopen regelmatig protesterend door de straten: Generatie Z of Gen Z. Het gaat om jongeren die tussen 1996 en 2012 zijn geboren, in een wereld getekend door crises. Hoe gaan ze hiermee om? Met welke ideeën en vragen lopen ze rond? Yanniek van der Schans, docent levensbeschouwing, houdt een vinger aan de pols en schrijft om de maand een column over de discussies in haar klas. Dit keer over de vraag of er oorlog komt.

Nieuwe boeken