Menu

Premium

Preekschets Efeziërs 4:25

Efeziërs 4:25

Rogate

Leg daarom de leugen af en spreek de waarheid tegen elkaar, want wij zijn elkaars ledematen.

Schriftlezing: Efeziërs 4:25-32

Het eigene van de zondag

De zesde zondag na Pasen (Rogate, bidt!) is enerzijds een afronding van de periode van zichtbare aanwezigheid van de Here, maar ook de voorbereiding op zijn troonsbestijging. We hebben Pasen achter de rug, maar onderweg worden er vele beslissingen gevraagd. Vandaar het thema: Wees waar! Kern voor de preek: wie van Christus wil zijn, mag Hem volgen. Hij was helemaal waar en is volkomen betrouwbaar.

Uitleg

Paulus gebruikt het begrip waarheid als het om het geloof en onze levenswandel gaat. Blijkbaar wil hij de nadruk leggen op authenticiteit en daarin op de overtuigende werkelijkheid, niet alleen van ons geloof, maar van ons gehele leven, waardoor wij aansprekende getuigen kunnen worden. De waarheid mag en moet gehoord en dus opgemerkt worden. Waarheid ontvangen we alleen in Christus. Hoe intiemer de relatie met Hem is, des te meer waarheid er zichtbaar worden in ons leven.

Het geloof leeft van de waarheid. Veel van ons geloof ‘zit’ in ons hoofd. Hij overtuigt ons. Hij heeft de Waarheid en Hij is de Waarheid, dus direct van God afkomstig (Joh. 15:1) en werkelijk overtuigend, zodat Hij ons tot leven wekt en wij vruchten gaan voortbrengen (Gal. 5:22). Zo werkt de Geest: Hij verandert ons van binnenuit, onze opvattingen, onze houding, ons karakter. We worden meer en meer van Christus (Joh. 13:15; Gal. 2:20; 1 Joh. 2:6; 4:17)!

Wat de Heilige Geest leert, is uiteraard geen leugen, maar werkende waarheid (zie ook Joh. 14:17; 1 Joh. 2:27). Hij heet de ‘Geest der waarheid’, omdat Christus de Waarheid is (Joh. 14:6). De Heilige Geest is de betrouwbare Gids, de Leraar, die ons Christus doet kennen als onze Heiland en Heer. Hij komt dus niet met een of andere nieuwe leer, maar met het ‘oude van Christus’, dat ons leven in een nieuw licht zet (Ef. 1:18; 3:18; Kol. 1:9; 2:3). Hij vernieuwt ons door ons met liefde te voeden waardoor leugens blijven steken (1 Joh. 4:20). Wie blijvend verstrikt raakt in leugens of trouweloosheid heeft geen toekomst (Op. 21:8).

Paulus komt met een klemmende opdracht: leg de leugen af (Ef. 4:25)! Hij maakt (een beetje abstract) verschil tussen de ‘oude mens’ (de zondige mens, op weg naar de dood, op weg naar het oordeel) en de ‘nieuwe mens’ (de mens die bevrijd is vanwege de verzoening door Christus en dus op weg naar het leven, de ontmoeting met Christus, het samenzijn met Hem).

Het gevaar om leugenachtig te zijn komt aan de orde in het negende gebod (Ex. 20:16), wat vooral geldt in de rechtspraak. Een getuigenis immers een verdachte maken of breken. Daar komt het er echt op aan waarachtig te zijn. Maar ook breder: eerlijkheid is de zuurstof van de maatschappij, fundamenteel noodzakelijk, bevrijdend en inspirerend.

Aanwijzingen voor de prediking

  • Het is goed om aan te sluiten bij een samenleving waar alles gezegd moet kunnen worden, maar veel wezenlijke zaken eigenlijk onbesproken blijven. Partners vervreemden van elkaar omdat er te weinig gesproken wordt, kinderen weten niet wat hun ouders echt willen en omgekeerd hebben ouders vaak geen idee waar hun kinderen mee bezig zijn. Er is een overvloed aan handige massacommunicatiemiddelen, maar dat is zeker geen garantie voor echt contact. In het licht van zijn toekomst past ons alleen maar eerlijkheid, oftewel uiterste betrouwbaarheid en openheid, naar elkaar en naar Hem en dan ook naar de wereld. Zo leven we vanuit Pasen en naar Hemelvaart toe. De Bijbel roept om echtheid en het negende gebod geeft daar woorden aan.

  • Leugens verspreiden binnen de gemeente brengt grote schade toe, want in Christus ben je juist een met je broeders en zusters. Mag er dan geen kritiek zijn, of boosheid? Uiteraard mag je boos worden (Marc. 3:5), maar zie erop toe dat de boosheid (heilige toorn) omwille van Gods eer is en je in je boosheid niet alle laden uit je ‘oude leven’ opentrekt en dit ‘oude’ dus weer leven inblaast. Kijk ook uit dat de boosheid niet met jou aan de haal gaat. Anders ontstaat een ‘tunnelvisie’, een opvatting die tot een verkokerde overtuiging worden. Bedroeft (lupeite) de Heilige Geest niet (Ef. 4:30). Blijkbaar kunnen we Gods Geest bedroeven door verder te gaan met ons oude ik inclusief onze leugens en het gericht-zijn op eigenbelang. Dan wordt onze relatie met God daadwerkelijk geschaad door onze houding en ons handelen, maar er staat nog meer op het spel: de dag van de verlossing komt eraan (Ef. 4:30)! Er is een complete verlossing, voor lichaam en ziel, aan het eind van alle aardse, vergankelijke en voorbijgaande dingen (Luc. 21:28; Rom. 8:23; Ef. 1:14). De Geest werkt in onze harten enerzijds de verwachting hiervan, onze gerichtheid hierop, het verlangen naar het samenzijn met Christus, maar anderzijds past de Heilige Geest deze verlossing nu al toe in onze harten, zodat we verloste mensen kunnen zijn in onze houding en ons handelen, met woord en daad. Wees goed voor elkaar (Ef. 4:32; Kol. 3:12; 1 Tim. 2:24), laat Gods liefde voor jou ook aan een ander zien (1 Petr. 3:8)! Toon vooral vergeving, wees bereid de ander te geven wat hij of zij nodig heeft en niet wat deze persoon verdient te ontvangen. Vergevingsgezindheid is de grote proef voor het nieuwe leven (Mat. 18:21-35; Kol. 3:13). De waarheid en betrouwbaarheid wekken vertrouwen en geven ruimte aan de gemeenschap, maken communicatie mogelijk en zinvol. Wees altijd waar! Het negende gebod verbiedt het leugenachtige getuigenis dat de naaste neerhaalt. Tegen die achtergrond men omgaan met de in onze samenleving kostbaar geachte vrijheid van meningsuiting, waardoor er juridisch gesproken geen belemmering is om iets over een ander te zeggen. Maar het is geen vrijbrief om de ander zwart te maken of met opzet te beschadigen. Roddel is snel verspreid, maar stop het door omwille van Christus bewust ervoor te kiezen er niet aan mee te doen. Laten we anderen niet oordelen (Mat. 7:1), want we kennen hun hart niet (1 Sam. 16:7) en we oordelen over onszelf vaak lichter dan over anderen (Mat. 7:1, 2).

  • De apostel Jakobus (Jak. 3:2) analyseert vlijmscherp hoe gemakkelijk de tong werkt om leugen en bedrog in de wereld te brengen. Daarmee worden God, mijn naaste en ikzelf onteerd. Uit deze passage wordt duidelijk dat de tong in vlam gezet worden door het hellevuur, waar zich de vader van de leugen bevindt (Joh. 8:44). De ‘oude’ mens zomaar onder invloed van deze aartsleugenaar komen. De gemeente van Christus heeft als taak om leugens over individuen en groepen taai te bestrijden. Dat is een levenslange oefening op de weg naar de waarheid en het leven (Joh. 14:6).

  • Onwaarheid verschillende vormen aannemen. Van hoffelijke (niet altijd gemeende) omgangsvormen tot onschuldige humorvolle overdrijving, naar een leugentje om bestwil of een noodleugen om de ander te ontlasten, tot gerichte beschadigende beschuldigingen. Ook de cultuur speelt hierin een grote rol. Voorbeelden kunnen helpen.

  • Iets doorbrieven zonder medeweten van de ander heeft eigen ethische grenzen. Het wordt verklikken als men hiermee iemand in diskrediet wil brengen. Maar als dit gebeurt uit een besef van rechtvaardigheid het signaal heilzaam werken. ‘Klokkenluiders’ zijn heel waardevol. Het in veel beroepen geldende ambtsgeheim heeft eigen afwegingen die het spannend maken zaken al of niet door te geven. Het zijn dat men dan het vertrouwen lijkt te schaden, maar toch een ware getuige is.

Liturgische aanwijzingen

Naast de Efezelezing goed als lezing uit het Oude Testament: Exodus 20:1-17.

Gezang 90:1 (nh1938); Psalm 1:1, 2 en 4 (nh1938), Opwekking 427, Psalm 119:34, Gezang 60 (LvdK), Gezang 290 (Tr).

Geraadpleegde literatuur:

D. Martyn Lloyd Jones, God, de Heilige Geest, Den Haag z.j.

Wellicht ook interessant

None

Kierkegaards taak

Søren Kierkegaard (1813-1855) beschouwde het als zijn voornaamste taak om mensen opmerkzaam te maken. Dat klinkt vrij bescheiden. Hij zegt niet dat hij mensen wijzer wil maken of veranderen, hij wil niets uitleggen, geen beweging starten, geen revolutie in de theologie of in de maatschappij in gang zetten – hij wil alleen maar opmerkzaam maken. Maar Kierkegaard zelf ziet dat opmerkzaam maken helemaal niet als een bescheiden opgave, integendeel. Als hij in 1855 op 42-jarige leeftijd op straat in Kopenhagen in elkaar zakt, en een paar weken later overlijdt, is hij ‘op’. Wat ook precies de lichamelijke oorzaak van zijn overlijden is geweest, hij had alles gegeven om zijn lezer, de ‘ene lezer’5 waar het hem altijd om ging, opmerkzaam te maken.

Bijbelwetenschappen
Bijbelwetenschappen
Premium

De zekerheid van het geloof

Hebreeën 11 begint en eindigt met de mededeling dat er van oudsher mensen zijn geweest die om hun geloof geprezen worden (11,2.39). Daartussen wordt eerst een reeks mensen genoemd met een voorbeeld van hun geloof: Abel, Henoch, Noach, Abraham en Sara, Isaak, Jakob en Esau, Mozes, Rachab, Gideon en Barak, Simson en Jefta, David en Samuel. Daarna volgt nog een aantal groepen: profeten die leeuwen de muil toeklemden of vijandelijke legers op de vlucht deden slaan, vrouwen die hun doden terugkregen, martelaren en andere rondzwervende, mishandelde en vernederde geloofsgetuigen.

Nieuwe boeken