Menu

Premium

Preekschets Handelingen 7:35

Handelingen 7:35

Twaalfde zondag na Pinksteren

Déze Mozes…

Schriftlezing: Handelingen 7:1-50

Uitleg

Handelingen 7 is de verdedigingsrede van Stefanus voor de joodse raad. Het grote kader is dat van het proces tegen Stefanus. De aanklacht tegen Stefanus is tweeledig:

  • Stefanus lastert Mozes en God, hij keert zich tegen de wet;

  • Stefanus spreekt lasterlijke woorden over de tempel.

Het centrum van de aanklacht is dat Stefanus het evangelie over Jezus verkondigt. Het is Jezus die de tempel zou afbreken. Het is ook Jezus die de aloude zeden zou willen afschaffen.

De hogepriester stelt Stefanus in de gelegenheid zich tegen de ingebrachte aanklachten te verdedigen. Mulder veronderstelt dat de hogepriester op deze manier de volgelingen van Jezus in diskrediet wilde brengen. Wat bij de aanklachten tegen Jezus destijds niet lukte, kan bij deze soortgelijke aanklachten mogelijk wel. Veiliger is de veronderstelling dat het om een standaardvraag gaat bij een proces voor het Sanhedrin.

Er is met Stefanus’ rede iets bijzonders aan de hand. Formeel gaat het om een verdediging tegen de ingebrachte aanklachten. Materieel blijkthette gaan om eenaanklacht. Deze wordt eerst bedekt verwoord. Om ten slotte expliciet onder woorden gebracht te worden: ‘Halsstarrige ongelovigen!’ (vs. 51v.).

De verdedigingsrede van Stefanus kent twee brandpunten. Na een inleidend gedeelte weerlegt hij de eerste aanklacht (over Mozes en de wet): vers 17-43. Daarna tegen de tweede (over de tempel): vers 44-50. Onze tekst komt uit het eerste gedeelte. Wie heeft er nu eigenlijk Mozes gelasterd?

Stefanus bouwt zijn redevoering op aan de hand van Israëls geschiedenis. In het begin klinkt het allemaal nog tamelijk onschuldig. Hij vertelt over Abraham, Isaak en Jakob. Echt prikkelend is het nog niet, zo op het eerste gehoor. Bij het verhaal over wat de stamvaders van Israël met hun broer Jozef deden, begin je een beetje een onaangenaam gevoel te krijgen. Wat de broers Jozef aandeden, was niet best. ‘Onze voorouders’, zegt Stefanus. Op een bepaalde manier komt er een lijntje naar vandaag te liggen. Zijn wij als hun nageslacht soms ook zo?

Dat onaangename gevoel krijg je helemaal wanneer Stefanus aan Mozes toekomt. Mozes wordt opgevoed als een prins. Maar kiest bewust voor zijn arme volksgenoten. Alleen, dezen zijn er niet van gediend. Stefanus zegt het heel scherp: ze verloochenden hem.

Wie verloochenden ze? Deze Mozes! Het woord ‘deze’ (touton, houtos) is een soort refreinwoord in vers 35-38 (vijf keer). De vijfvoudige repetitio hamert het erin: moetje zien, nota bene Mózes, hebben ze verloochend. Nog wel de Mozes, door God aangesteld als leider en redder. Mozes heeft zijn bevoegdheid aan God te danken. Via de engel die Mozes was verschenen in de brandende braamstruik (Ex. 3). In deze gezant (was het misschien de Engel van JAHWEH?) heb je linea recta met de zender te maken. Vandaar dat Stefanus kan zeggen dat Góds stem vanuit de braamstruik met Mozes sprak. Déze Mozes kreeg van God de macht om allerlei wonderen en tekenen te doen. Wonderen die bevestigen: God zegt ‘ja’ tegen Mozes. Verloochen je Mozes, dan verloochen je eigenlijk God zelf.

Wie goed luistert, herkent in het plaatje van Mozes dat van Jezus. Deze Mozes hebt u verloochend. Dat doet denken aan wat Petrus zei op de pinksterdag: God heeft Hem tot Heer en Christus gemaakt, deze Jezus, die u gekruisigd hebt (Hand. 2:36, zie ook Hand. 5:31). De Heilige en Rechtvaardige, die u verloochendhebt (Hand. 3:14). Mozes is plaatje-vooraf van Jezus. Je ziet het zowel bij de aanwijzing door God (denk ook aan de wonderen en tekenen, die Jezus deed) als bij de afwijzing door Israël. Het blijkt ook uit de term die in vers 35 gebruikt wordt voor ‘redder’, ‘bevrijder’. Een lutrootèsis iemand die loskoopt uit slavernij. Dat deed Mozes bij wijze van spreken, uit het slavenhuis van Egypte. Dat deed Jezus voluit, door zichzelf te offeren voor de schuld. Om los te kopen uit het dienst van de satan, de slavernij van zonde en dood.

Zo valt de aanklacht op het hoofd van de aanklagers terug. Er loopt een lijn van Mozes naar Jezus. Wie doet er hier nu aan Mozes tekort…?

Op een bepaalde manier heeft Mozes de komst van Jezus ook voorzegd. Het was deze (!) Mozes die zei: een profeet zoals ik zal God uit jullie midden doen opstaan (Deut. 18). Dan kun je denken aan al de profeten, die na Mozes GodsWoord doorgaven. Profeten die broeder onder de broeders waren, net zoals Mozes. Tegelijk (contra Kwakkel) roept Mozes’ uitspraak messiaanseverwachtingen op: de komst van een nieuwe, een tweede Mozes, de kroon op de profeten. Zo hebben de joden Mozes’ taal in Deuteronomium 18 ook begrepen.

Opnieuw past Jezus in dit plaatje. Dit is werkelijk de profeet, die in de wereld komen zou (Joh. 6:14)! Verwerp je Jezus als de profeet, dan doe je opnieuw Mozes tekort. Mozes is niet zo maar iemand. Hij is de schakel tussen God en zijn volk. Op Sinai ontving Mozes de levende woorden van God om die aan het volk door te geven. Mozes spreekt met goddelijk gezag. Daar maak je je dus van af, wanneer je Jezus afwijst. Alsof je de Heer zelf hoort! Denk niet dat Ik jullie zal aanklagen bij de Vader. Jullie aanklager is Mozes, want hij heeft over Mij geschreven (Joh. 5:45w.).

Aanwijzingen voor de prediking

Een preek over Handelingen 7:34-38 kan allerlei vragen oproepen. Er klinken woorden van fel verwijt aan het adres van de joodse raad over het verwerpen van Jezus. Dat kan voor het nodige misverstand zorgen. Alsof het Nieuwe Testament toch op een bepaalde manier mede verantwoordelijk is voor het eeuwenoude antisemitisme. Wat moetje met zulke taal na de Holocaust?

Het zal goed zijn om de christelijke gemeente duidelijk te maken, dat hier een boodschap klinkt die haar rechtstreeks raakt. Daarvoor zal allereerst moeten worden aangegeven, dat Handelingen 7 niet in een etnisch of etnologisch maar religieus kader staat. Hier wordt de joodse Raad niet op het jood-zijn aangesproken, maar op de keus- als-volk-van-God. De keus tegen Jezus. Vergeet ook niet dat het een jood is, die iets dergelijks tegen mede-joden zegt. Weliswaar draagt Stefanus een Griekse naam, hij is geen jodengenoot (dat wordt in Hand. 6 wel over Nikolaüs gezegd). Hij is te rekenen onder de hellènistai, de Griekssprekende joden. Trek Handelingen 7 niet in de sfeer van ras, bloed en bodem. Het gaat om de religieuze positiekeus tegenover Jezus.

Bij die positiekeus heeft het Oude Testament een eigen inbreng. Christenen uit de heidenen zijn ingeplant in de boom Israël. Hier liggen ook onze roots, als kinderen- van-Abraham door het geloof. We krijgen hij Stefanus leesles in het Oude Testament. Ken je het evangelie van en over Jezus, dan gaat het Oude Testament voor je open. Je leert er Christus in herkennen. Zoals Christus dat zelf al zei: ‘U bestudeert de Schriften en u denkt daardoor eeuwig leven te hebben. Welnu, de Schriften getuigen over mij’ (Joh. 5:39w.). Dat haalt alle vrijblijvendheid weg uit de omgang met het Oude Testament. Het gaat maar niet om oude verhalen, die je al of niet interessant vindt. Ook in het Oude Testament komt de Christus ter sprake. Ook daar wil Jezus – in het licht van het Nieuwe Testament – als de Christus erkend en beleden zijn. Trouwens, pas in het licht van het Nieuwe Testament wordt het Oude Testament een open boek. De sluier over het hart verdwijnt alleen door het geloof in Jezus Christus (2 Kor. 3).

In dat kader kan de gegeven uitleg worden ingebracht. Waarbij wat bij Stefanus een verwijtende spits is, naar de gemeente toe allereerst een appellerende spits wordt. Ook in het Oude Testament sta je voor Christus, die werft om je hart, die geloof zoekt. Ontbreekt een dergelijke geloofsgehoorzaamheid je, dan sta jij daarin naast de joodse raad en mag ook jij je Stefanus’ verwijt aantrekken. Eens te meer zal zo duidelijk zijn, hoezeer het niet gaat om een geheven vingertje naar het joodse ras en volk. Maar om de positiekeus als volk van God, waar ook maar ter wereld.

Voor degenen die hechten aan het preekmodel met thema en verdeling reik ik als suggestie aan (en daarmee is ook voor degenen die zich niet van dit model bedienen de redeneergang van een preekschets aangegeven):

Jezus past precies in het plaatje van Mozes

  • in wat je van Mozes ziet (vs. 35-36)

  • in wat je van Mozes hoort (vs. 37-38).

Liturgische aanwijzingen

Met name de psalmen geven bij een preek over Handelingen 5:34-38 een overvloed aan mogelijkheden. Psalm 77; 105; 106. Mooi is ook om te laten zingen uit Psalm 90: ‘Een gebed van Mozes, de godsman’.

Geraadpleegde literatuur

In de uitleg wordt verwezen naar H. Mulder, De Handelingen der apostelen. Een bijbels reisboek, Zoetermeer 1992. De bijdrage van G. Kwakkel over Deuteronomium 18 is te vinden in G. Kwakkel (red.), Wonderlijk gewoon. Profeten en profetie in het Oude Testament (TU-bezinningsreeks nr. 3), Barneveld 2003. In de uitleg wordt wat Deuteronomium 18 betreft de voorkeur gegeven aan de exegese van Calvijn, De Handelingen der apostelen I, Goudriaan 1970 (tweede druk).

Wellicht ook interessant

De Leviet in Gibea
De Leviet in Gibea
Basis

Seks en geweld: Rechters 19-21

Vrouw overlijdt na brute groepsverkrachting. Drie dagen hevige strijd in burgeroorlog: meer dan vijfenzestigduizend slachtoffers onder de strijders. Aantal burgerslachtoffers: onbekend, maar groot. Nee, dit is niet uit de krant van vandaag. Het is een korte samenvatting van wat we lezen in de laatste drie hoofdstukken van hel Bijbelboek Rechters (19-21). Seks en geweld. Wat moeten we met dit oude relaas? Gewoon maar concluderen dat de ontsporingen waarover verhaald wordt, nu eenmaal onontkoombaar zijn als een ‘condition humaine’ – in de zin van: het is nooit anders geweest – of valt er meer over te zeggen?

Basis

Korte Metten: Een tweede Rode Lijn op de stoep van de PKN

Vrijdag 20 maart: de Jannekes en de Hanna’s aan de niet zo pro-Israël kant van de PKN trekken hun rode jassen weer aan en doen hun rooie sjaals opnieuw om zodat zij hun zorgen over hun eigen kerkgenootschap nogmaals kunnen laten horen. Na een eerste christelijk Rode Lijn protest enkele maanden geleden volgt nu dus een tweede. Ze zijn boos. Heel boos. In hun ogen maakt de leiding van hun PKN zich, waar het over Israël, Gaza en Palestina gaat, schuldig aan het gebruik van “ontwijkende taal van ‘pijn aan beide kanten’ en misleidende taal over ‘conflict’ en ‘ingewikkeld’. En ook neemt de kerkleiding nog steeds het woord ‘genocide’ niet in de mond.” Zo schrijven de initiatiefnemers van dit tweede Rode Lijn protest in hun oproep in Nieuw Wij op 2 maart.

Nieuwe boeken