Menu

Premium

Preekschets Johannes 3:5

Johannes 3:5

Vierde zondag van Epifanie

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan.

Schriftlezing: Johannes 3: 1-13

Het eigene van de zondag

De zondagen na Epifanie ademen het gevoel ‘nu komt de groene zomer’ het Koninkrijk begint. We lezen van de eerste tekenen die Jezus doet en de eerste woorden die Hij spreekt.

Liturgische aanwijzingen

Psalm 93 kan als introitus gebruikt worden. Passende schriftliederen zijn: ZG V, 36 (bij de lezing uit Genesis) en V, 21 (bij de lezing uit Johannes). Er kan ook gedacht worden aan LvdK Gezang 75, III; 95:1, 3; 158: 1, 3, 4; en 163. Scheppingswoorden uit Genesis 2:4-7 passen goed bij Johannes 3.

Geraadpleegde literatuur

Jan Nieuwenhuis, Het laatste evangelie I, Kampen 1995, 67-74; Willem Barnard, De mare van God-bewaar-me, 63-83; F.O. van Gennep, Naam geven wat ik zoek, Baarn 1991, 110.

Uitleg

Je zou Johannes de evangelist van het gesprek kunnen noemen. Het is een bijzondere kunst om een gesprek weer te geven, met zijn pauzes en momenten van aarzeling! Johannes beheerst deze kunst. In zijn evangelie zijn er een paar van dit soort meesterstukjes te vinden: het gesprek van Jezus met Nikodemus, dat met de Samaritaanse vrouw (Joh. 4), met Pilatus (Joh. 18) en Petrus (Joh. 21). In zo’n gesprek gebeurt er werkelijk iets. De gesprekspartner van Jezus wordt uitgenodigd tot inkeer en omkeer. Het spant er daarbij telkens om, of hij/zij ook aan deze uitnodiging gehoor zal geven.

Het gesprek met Nikodemus vindt plaats tijdens Jezus’ eerste verblijf in Jeruzalem. In Johannes’ evangelie gaat Hij hier – anders dan in de andere evangeliën – drie keer naar toe om er het Paasfeest te vieren. Als Hij in Jeruzalem is aangekomen gaat Hij naar de tempel. Deze is vol handelaren in offerdieren. Jezus drijft ze allemaal uit en reinigt zo de tempel (Joh. 2:13-25). Dit is een teken van het geheel nieuwe van het Koninkrijk van God, dat met zijn komst aanbreekt. Het maakt indruk. Johannes schrijft dat er velen waren ‘die geloofden in zijn naam’. Echter: ‘Jezus vertrouwde zichzelf hun niet toe, […] want Hij wist zelf, wat in de mens was’ (Joh. 2:24-25).

Nikodemus moet een van de mensen zijn, op wie Jezus’ optreden indruk heeft gemaakt. Zijn naam betekent: ‘volksbedwinger’. Hij is een Farizeeër. Aan zijn naam hoor je dat hij in deze kring een invloedrijk persoon is. Elders wordt ook van hem verteld dat hij lid is van het sanhedrin (Joh. 7:50) en vermogend bovendien (Joh. 19:39). Vanwege de indruk die Jezus op hem gemaakt heeft, gaat Nikodemus naar hem toe om te praten. Hij doet dat in de nacht. Een tijdsaanduiding, die veelzeggend is. Want de nacht is een tussentijd. Een fase tussen de bedrijven in. Een tijd van nabeschouwing en voorbereiding. Een tijd van vragen en twijfelen. In de nacht is het donker. Het is de tijd van het niet-zien. Nikodemus komt vol onzekerheden bij Jezus. Hij doet het echter voorkomen, alsof hij een theologische discussie met Hem wil voeren. ‘Rabbi, wij weten, dat Gij van God gekomen bent als leraar; want niemand kan de tekenen doen, welke Gij doet, tenzij God met hem is.’ Jezus ziet niets in zo’n discussie. Hij breekt hem af en begint een gesprek. In dit gesprek neemt Hij tot drie keer toe het woord. Nikodemus antwoordt Hem twee keer. De derde reactie van zijn kant blijft uit. Misschien is dat om hoorders, die zichzelf in Nikodemus herkennen, de gelegenheid te geven hun eigen antwoord te geven. Ondertussen voel je wel, dat er in dit derde antwoord iets zou kunnen ‘geschieden’. Het is niet voor niets het derde …

‘Voorwaar, voorwaar Ik zeg u,’ zegt Jezus tegen Nikodemus, ‘tenzij iemand wederom geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.’ Met deze woorden gaat Jezus in op de nacht van Nikodemus, zijn onuitgesproken niet-zien. Als je wilt dat het dag voor je wordt, zegt Hij, moet je opnieuw geboren worden. Het Griekse woord, dat hier gebruikt wordt, ‘anoothen’, kan zowel ‘opnieuw’ betekenen als ‘van boven’. Nikodemus hoort in eerste instantie alleen de eerste betekenis. Hij vraagt zich af of dit wel kan: terugkeren in de moederschoot, als je al oud bent. Dan legt Jezus uit wat Hij bedoelde. Opnieuw geboren worden, van boven geboren worden, dat is geboren worden uit water en Geest. Hiermee wordt verwezen naar Genesis 2:4-7, waarin verteld wordt over de mens – hoe hij door God geschapen en bedoeld is. Drie woorden zijn belangrijk in dit verhaal: water, stof en Geest. Ze komen terug bij Johannes als: water, vlees en Geest. De mens is geboetseerd door God, vertelt Genesis, uit stof en damp. Van stof zijn we, en tot stof zullen we weerkeren, klinkt het even verderop. ‘Wat uit het vlees geboren is, is vlees’, echoot Johannes. De mens: hij is een mensje. Iets op de rand van niets. Als je opnieuw geboren wilt worden, zegt Jezus, dan moet je terug naar dit begin. Het begin van de Schriften. Het begint met besef van je kleinheid en kwetsbaarheid, van je afhankelijkheid van God en de naasten die Hij je gegeven heeft. Leven kun je alleen door zijn adem in je neus, de woorden die Hij je influistert, zijn Geest van liefde die je draagt.

Het lijkt er op, dat Farizeeërs als Nikodemus dit gevoel van kwetsbaarheid en afhankelijkheid zijn kwijt geraakt. Zij vertrouwen op zichzelf, op hun manier van leven, op de regels waar ze zich aan houden. Ze zijn daar zó op gefixeerd, dat ze blind zijn geworden voor wat ‘van boven’ komt: de Geest, die Jezus ademt. Nikodemus kan het dan ook niet vatten, nog niet. ‘Hoe kan dit geschieden’, klinkt het in zijn tweede antwoord. ‘Gij zijt de leraar van Israël, en deze dingen verstaat Gij niet?’ zegt Jezus dan. ‘Voorwaar, voorwaar Ik zeg u: wij spreken van wat wij weten […]’ De rollen zijn inmiddels omgedraaid. Nikodemus eerste woorden waren: ‘Wij weten …’ Nu kan hij alleen nog vragen, en luisteren naar Jezus. Hij is van leraar, leerling geworden. Zal hij deze verandering vasthouden? Zal dit zijn alledaagse levenshouding worden: een houding van openheid en afhankelijkheid ‘naar boven’? Zal dit met hem ‘geschieden’? … Het antwoord is aan de hoorder, die zich in hem herkent. Maar wie nieuwsgierig is naar de afloop van Nikodemus’ verhaal, kan ook verder bladeren in Johannes’ evangelie (Joh. 7:50 en 19:39).

Aanwijzingen voor de prediking

Het thema van Johannes 3:1-13 is ‘opnieuw geboren worden’, een nieuw begin maken met je leven. Je kunt je voorstellen dat er enkele kerkgangers zijn, bij wie het verlangen naar zo’n nieuw begin actueel is. Hun leven loopt niet lekker, er is van alles wat moeilijk gaat of zwaar weegt. De meeste anderen zullen redelijk tevreden zijn over hun bestaan. Misschien is er wel het een en ander dat niet goed gaat, maar dat maakt nog niet dat ze bewust uitkijken naar vernieuwing.

Om het met name ook deze laatste mensen mogelijk te maken, zich te herkennen in de figuur van Nicodemus, kan het helpen om te beginnen met een verhaal van Franz Kafka, ‘Die Verwandlung’. Dit gaat over Georg Samsa, vertegenwoordiger van beroep. Hij is een man van vaste gewoontes. Elke dag gaat zijn wekker om vier uur. Dan stapt hij rond vijf uur de trein in. Hij komt bij zijn klanten aan als hun werkdag begint. Hij praat alleen zakelijk met hen. Voor andere ontmoetingen heeft hij geen tijd! Zijn ouders hebben schulden – tenminste, dat denkt hij. Erover gepraat heeft hij niet. Hij moet deze schulden aflossen, is zijn overtuiging. Zijn leven is druk, maar beweging zit er niet in. Daarom laat Kafka hem op een morgen wakker worden in een andere gedaante. Hij heeft de vorm van een vreemd beest aangenomen. Een soort schildpad, met hulpeloze korte pootjes. Hij komt er zijn bed niet mee uit, kan er de deur niet mee openen, hij kan zich nauwelijks nog verroeren. Het is een absurd verhaal. Wat beschreven wordt, kan niet. En toch blijft het beeld dat erin opgeroepen wordt hangen. Omdat je soms wel tegenkomt, waar het hier over gaat: onbeweeglijkheid, vasthoudendheid aan regels en gewoontes en een daarmee gepaard gaande verharding, verlies aan openheid voor het onverwachte, voor het geheim van God.

De Farizeeërs hebben wel iets van Georg Samsa. Zij onderscheiden zich van anderen door de geboden van de thora zo stipt mogelijk na te leven. Ze zijn hier zo druk mee bezig, dat zij er in zekere zin onbeweeglijk van worden, minder open ‘naar boven’, maar ook naar de mensen om hen heen. De letter van de wet wordt belangrijker voor hen dan de Geest van liefde. Overigen is het wel zaak de Farizeeërs niet alleen maar negatief af te schilderen. Vasthoudendheid aan gewoontes en regels heeft immers ook zijn goede kanten .

Zoals de Farizeeërs vasthouden aan hun leefregels, zo kun je zelf ook bepaalde vaste gewoonten en overtuigingen hebben, die ‘heilig’ voor je zijn. Deze leefregels kunnen soms iets van een tweede huid krijgen. Je voelt je erdoor beschermd. En tegelijkertijd zit je erin vast. In het gesprek van Jezus met Nikodemus heeft ‘opnieuw geboren worden’ te maken met het afleggen van deze tweede huid. Opnieuw open gaan staan voor God en de mensen. Voor wat je ‘als door de wind’ wordt ingefluisterd: namelijk dat je er bent om medemens te zijn en op hoop van zegen mee te doen aan het prachtige en kwetsbare spel van geven en ontvangen dat een mens tot mens maakt.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken