Menu

Premium

Preekschets Lucas 14:26

Lucas 14:26

‘Wie mij volgt, maar niet breekt met zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja zelfs met zijn eigen leven, kan niet mijn leerling zijn.’

Schriftlezing: Lucas 14:15-27

Het eigene van de zondag

Het ligt op het eerste gezicht niet erg voor de hand deze tekst in de zomertijd te behandelen. De volhouders die ook tijdens de vakantie de kerk draaiende houden, kunnen erdoor worden ontmoedigd en toevallige gasten jaagt men misschien ook nog eens de schrik op het lijf. Gaat het hier zo in de kerk? Aan de andere kant kan het ook goed zijn zonder de druk van activiteiten of kerkelijke feesten eens stil te staan bij deze weerbarstige tekst. Als we hier in de zomer geen tijd voor vinden, wanneer dan wel?

Uitleg

Het verband tussen de tekst en het gedeelte dat er direct aan voorafgaat, is los, maar wel reëel. Met de bekende gelijkenis van de verontschuldigingen heeft Jezus aan sympathisanten duidelijk gemaakt dat het Koninkrijk van God meer vraagt dan alleen lippendienst (vs. 16: ‘Gelukkig al wie zal deelnemen aan de maaltijd in het koninkrijk van God!’) en goede bedoelingen. Men zal er iets voor moeten laten, er moet gekozen worden.

Dat is ook precies wat Jezus op een ander moment de schare voorhoudt, die bijna klakkeloos achter Hem aan lijkt te lopen. Hij zet dan de zaak op scherp met de woorden ‘Wie (…) niet breekt met’, velen nog uit oudere vertalingen beter bekend als ‘Wie niet haat’. Toch schieten deze vertalingen door. Het gaat niet om de breuk of zelfs de haat, het gaat om de keuze. Dat wil echter niet zeggen dat men eerst met familie of naasten moet breken, om dan pas leerling van Jezus te kunnen worden. Maar men moet wel weten waar men aan begint (zie ook het vervolg): het moment zal komen waarop men moet kiezen. Ik ken geen Nederlandse vertaling die dit goed onder woorden brengt; de Friese en Grunneger Bi(e)bels vertalen hier wel adequaat: vader en moeder en familie dienen voortaan op de tweede plaats te komen als men Jezus wil volgen.

Dat deze keuze intussen wel radicale consequenties kan hebben, blijkt uit het volgende vers. ‘Zijn kruis dragen’ is niet wat het in het christelijk spraakgebruik vaak is geworden: geduldig dragen wat men te lijden krijgt. Het dragen van het kruis (eigenlijk alleen de dwarsbalk van het kruis) was een van de ergste vormen van marteling die men in Jezus’ tijd kende en de Romeinen waren onder andere daardoor gehaat. De straf had in het bezette Palestina ook een uitgesproken politieke lading, omdat ze voornamelijk werd opgelegd aan gevluchte slaven, oproerkraaiers en opstandelingen. Het was de straf om te laten zien wie er de baas was en wat er gebeurde als men het gezag van de machthebber betwistte. Bereid zijn het kruis te dragen betekende dus niets minder dan bereid zijn de loyaliteit aan de heersers van deze wereld op te geven en daarvan de gevolgen te ondergaan: marteling en doodstraf. Een goede vertaling van de praesentia zou dan ook zijn: ‘Wie niet bereid is te breken (…)’ en ‘Wie niet zijn kruis wil dragen’. Of deze woorden door Jezus Zelf zo zijn uitgesproken, of door Lucas of diens bron onder invloed van Jezus’ eigen kruisiging zo zijn geformuleerd, doet daarbij weinig ter zake. Men wist wat ‘het kruis dragen’ betekende.

De hele lezing laat zien hoe Jezus aan verschillende groepen duidelijk maakt dat het Koninkrijk van God niet in het directe verlengde van de aardse verhoudingen ligt. Langs banden van het bloed of door goed rentmeesterschap krijgt men geen toegang tot de gemeenschap van het Koninkrijk. Het gebruik van het participium strapheis in vers 25 herinnert aan de bestraffing van Petrus en suggereert een zekere heftigheid van Jezus’ kant. Voelt Hij de zuigkracht van een gemeenschap van vrienden die Hem wel op handen wil dragen? Ook voor Jezus Zelf geldt dat er gekozen zal moeten worden.

Aanwijzingen voor de prediking

Voor een hoorderspubliek dat vertrouwd is met de traditionele vertaling ‘haat’ kan het een eyeopener zijn dat datzelfde woord bij de huidige generatie jongeren onder invloed van het Amerikaans opnieuw een betekenistransformatie heeft ondergaan. Als kinderen zeggen dat ze iets ‘haten’ (bijvoorbeeld een bezoek aan de tandarts), betekent dat niet meer dan dat ze het vervelend vinden en ertegenop zien. De oudere generatie voelt bij hetzelfde woord een veel sterkere, ook persoonlijk gerichte emotie. Voor de bijbelschrijvers gaat het om nog iets anders: het maken van een keuze. God heeft Esau nooit gehaat, Hij heeft alleen voor Jakob gekozen.

Daarmee is de tekst nog niet minder confronterend. In de meeste kerken zitten de mensen niet alleen als individueel gemeentelid, maar ook in het verband van gezin en familie. Echtparen zitten meestal bij elkaar en vroeger zaten broeders bij broeders en zusters bij zusters. Het is onmogelijk de aardse ordening van het leven buiten de kerk en het geloof te houden. Die aardse ordening dient zelfs zo veel mogelijk te worden gerespecteerd. De banden waarmee zijn aanhangers volgens Jezus moeten ‘breken’, zijn die van het huwelijk, de familie en het eigen bezit: banden die volgens de Tien Woorden heilig zijn, in die zin dat anderen eraf moeten blijven, en die vanouds ook door de kerkelijke tucht werden beschermd.

De tekst maakt echter duidelijk dat er altijd een afstand blijft tussen waar deze aardse verbanden ons brengen (of houden) en het Koninkrijk van God. Wat kan die afstand dan overbruggen? Van Gods kant wordt die afstand overbrugd door Jezus, zoals de menigten blijkbaar instinctief aanvoelen. Maar wat is concreet de manier om Hem te volgen en de banden van het aardse leven los te laten?

Drie wegen kunnen daarvoor worden gewezen. De eerste is die van de tijd. Jezus vraagt zijn volgelingen niet direct op de marteldood af te stevenen, Hij houdt hun alleen de uiterste consequentie voor van de keuze voor Hem. Het moment komt dat men alles los moet laten en op Hem vertrouwen. Dat moment zullen de meeste gelovigen zich voorstellen in de buurt van de eigen dood. Door de tijd worden we daarheen gedreven en de tijd geeft ons gelegenheid vader en moeder, familie en bezit stap voor stap los te laten.

De tweede mogelijkheid is die van de oefening. Het Koninkrijk van God wacht niet alleen op ons, het komt ons ook geregeld tegen in de personen van zondaars en bedelaars. Zich openstellen voor, hoe kortstondig ook, een moment van gemeenschap en solidariteit met deze ambassadeurs vraagt even verloochening van de draden waarmee men aan de ‘gewone’ maatschappij is verbonden. Een daklozenkrant kopen of contact houden met iemand die de fout is ingegaan, kunnen kleine momenten van keuze zijn voor het volgen van Jezus.

En wellicht kan ook de derde mogelijkheid worden geschetst: dat men in een situatie terechtkomt dat het volgen van Jezus daadwerkelijk gevaar oplevert van de kant van machthebbers of overheid. In de Tweede Wereldoorlog hebben verschillende mensen het kruis gedragen op een manier die ze tien jaar daarvoor niet voor mogelijk hadden gehouden.

Liturgische aanwijzingen

Met de aangegeven perikoop is een lezing van de Tien Woorden uit Exodus of Deuteronomium goed te combineren als men duidelijk wil maken dat wat men voor het Koninkrijk uiteindelijk moet loslaten daarom nog niet waardeloos is. Ook is de lezing goed te gebruiken bij het vieren van het avondmaal. Juist dan laat men, als brood en beker voorbijkomen, even alles los om die aan te nemen – om daarna ook weer alles terug te krijgen. Geschikte liederen zijn Psalm 84 (duizend dagen durven loslaten voor die ene dag in Gods huis), Gezang 50:8 en 9, 454 (met name in combinatie met het avondmaal), Iona ‘Will you come and follow me’, Taizé ‘Gott, laß meine Gedanken sich sammlen zu Dir’ (van Bonhoeffer), ‘Dans nos obscurités’ en ‘Nada te turbe’.

Gebruikte literatuur

Een goed en beknopt overzicht van de betekenis van het kruisdragen biedt Dictionary of New Testament Theology 1, ‘Cross’, Carlisle-Grand Rapids, 1986 (m.n. 391-393 en 402-403).

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken