Preekschets Prediker 9:1
Prediker 9:1
Twaalfde zondag na Pinksteren
Wat de wijzen en rechtvaardigen tot stand brengen, is in de hand van God.
Schriftlezing: Prediker 9
Uitleg
Een kleine stad wordt bedreigd door een machtige koning. Mogelijk was het een bedekte toespeling op Jeruzalem in de dagen van Prediker en was het Ptolemaeus, de koning van Egypte, die Jeruzalem of een andere stad in Juda belegerde. Het roept bij Prediker een beeld op waardoor de betrekkelijkheid van wijsheid wordt onderstreept. De grootste wijze is lang niet altijd de invloedrijkste mens. Heel vaak is de vraag wie het zegt doorslaggevend als het er om gaat of er wordt geluisterd en dat geeft te denken.
Sommige mensen zijn altijd met het verleden bezig. Anderen verliezen zich juist in het plannen maken voor de toekomst en daar offeren zij het heden compleet aan op. Prediker stelt daar kritische vragen bij. Je leeft nu! Weet dat de weg het doel is. Het kan goed zijn iets op te bouwen, maar als je in het bouwen zelf geen plezier hebt, stel je dan niet te veel voor van het genieten van het wonen in het eindproduct. Jonge kinderen radicaliseren die beweging. Zonder pardon trekken ze je in het heden en eisen je aandacht nu. Ze kunnen niet anders. Zij hebben nauwelijks herinnering. Zij denken niet na over volgend jaar. De toekomst is in Gods hand. Maar voor Prediker betekent dit vooral loslaten. Hij heeft er moeite mee dit nader in te vullen, zoals zoveel nuchtere mensen. Hij heeft het er ook moeilijk mee Gods hand in dit opzicht in positieve zorg voor de mens te vertolken.
Ondertussen heeft die nuchtere Prediker natuurlijk wel de ernst te pakken, de levenskunst, het savoir vivre, van het leven in balans: daadkrachtig handelen ondanks alle relativering, vreugde ondanks verdriet, genieten terwijl je heus je ogen niet sluit voor alle ellende die er is. Bovenal spreekt hij, denk ik, velen enorm aan omdat hij de vitaliteit, de levenskracht, het feestelijk bruisende van een door God gegeven leven onder woorden weet te brengen. Een leven is het waarvan ik geloof dat het pas echt tot zijn recht komt in termen van gastvriendschap en delen met mensen die minder hebben. Dat zegt Prediker zelf hier niet en toch is het zo: genieten wordt altijd meer als je het samen doet.
Aanwijzingen voor de prediking
Wij zijn allemaal kwetsbare mensen die hun onzekerheid niet bezweren met grote woorden of met stoere uitspraken of dikdoenerij. Niemand van ons kan in de toekomst kijken en dat is maar goed ook. Wij doen er goed aan in die dingen bescheiden te zijn en in zekere zin te leven met de dag. Het gaat allemaal om de menselijke maat, de verhoudingen die passen bij een mensenleven in balans. ‘Alle mensen treft hetzelfde lot,’ zegt Prediker, dus verbeeld je maar niets. Ook een braaf of succesvol leven redt je niet van de dood. Dat klinkt nogal schril, maar het kan ook de lucht klaren voor een heldere visie op het leven. De Franse edelman Montaigne liet de tekst in de balken van zijn bibliotheek graveren omdat hij ze iedere dag wilde lezen.
Zo’n realistische visie kan gepaard gaan met een gezond Godsvertrouwen, niet zozeer op basis van bovennatuurlijke kennis of omdat wij mensen nu precies zouden weten hoe het leven in elkaar zit. Prediker heeft geen kristallen bol en hij legt geen tarotkaarten. Hij onderstreept juist steeds dat hij die zekerheden niet heeft, maar een ding heeft hij wel. Prediker heeft ontzag voor God en gelooft dat ieders lot zich uiteindelijk in Gods hand bevindt of je dit nu wel of niet beseft. Prediker gelooft dit omdat wij zo in dankbaarheid voor wat ons aan goeds gegeven wordt op een goede manier verantwoording kunnen afleggen over wat ons is toevertrouwd.
Laat je ondertussen als mens niet verschrikken door de kwetsbaarheid van het leven. Probeer door vertrouwen verkramping te voorkomen. Wij weten dat de dood er in het leven bijhoort. Wij weten dat niemand van ons onkwetsbaar is. Wij weten dat we allemaal eens zullen sterven. Daarom brengt Prediker het nogal scherp – of moet je juist zeggen: aanvankelijk nogal bot? – onder woorden. Hij observeert de scheiding tussen levenden en doden en hij is daarvan erg onder de indruk. Prediker zelf heeft niet het idee dat doden nog iets kunnen weten. Hij ziet in zijn omgeving dat doden op den duur worden vergeten, zelfs als mensen zich inspannen alles te onthouden. De dingen waarover mensen die nu dood zijn zich ooit hebben opgewonden, zijn voorbijgegaan en ze doen in die zin niet meer actief mee. Dat is voor Prediker de reden om des te duidelijker de waarde van het heden te onderstrepen.
Ouders hebben soms de neiging hun kind al te zeer te beschermen. Buddyouders weerspiegelen de achterbankgeneratie, kinderen die eindeloos in de watten worden gelegd, zonder op te groeien tot zelfstandigheid, geestelijk en lichamelijk. Die protectiedrift van ouders is begrijpelijk, want we leven in een gevaarlijke wereld. Toch mogen zij, mogen wij beseffen dat kinderen ten diepste aan zichzelf toebehoren en aan God als de liefdevolle Vader. God heeft geen kleinkinderen. De bron van het leven is een God vol ontferming, die met mensen meegaat, die er ook zal zijn wanneer het moeilijk is, die zich vol erbarmen over ons ontfermt, bij wie wij moegestreden kunnen thuiskomen. Zonder in de toekomst te kunnen kijken, zonder te beweren te weten wat er gaat gebeuren, kan en mag je in oprecht vertrouwen zeggen: de toekomst is in de hand van God.
Liturgische aanwijzingen
Andere mogelijke schriftlezingen: Jacobus 4:13-17 en Lucas 21:29-33. Liederen: Gezang 28; 480:1, 4 en 5; 490 (LvdK); Tt 2 en 17; AWN I,20 en III,29. In deze dienst zou gedoopt kunnen worden.
Geraadpleegde literatuur
M. Montaigne, De Essays, vertaald door H. van Pinxteren, Amsterdam 2005, 293 en 1473. Met name op deze zondag valt het enorme verschil op tussen het (achterhaalde) commentaar van Lauha die Prediker vooral als cynicus ziet en dat van Krüger die Prediker veel meer zichzelf laat zijn.