Menu

Premium

Preekschets Rechters 6:15 – 9e zondag van de zomer

9e zondag van de zomer

‘Mag ik u vragen,’ antwoordde Gideon, ‘hoe zou ik Israël kunnen bevrijden? Mijn familie heeft in onze stam, Manasse, niets in te brengen, en ikzelf ben de jongste van de familie.’

Rechters 6:15

Lezing: Rechters 6

Het eigene van de zondag

De zondagen van de zomertijd bieden ruimte voor verkenningen van allerlei bijbelse en hedendaagse thema’s. Mijn preekschetsen voor 18 en 25 augustus (9e en 10e zondag van de zomer) bieden gelegenheid twee varianten aan de orde te stellen van ‘geroepen zijn om een grote taak op je te nemen’.
Op 18 augustus gaat het over de variant dat de protagonist door anderen wordt uitgedaagd of aangespoord om iets te doen waar hij zelf niet aan gedacht had en ook niet bepaald voor staat te springen. Daar is het verhaal van Gideon illustratief voor. Op 25 augustus staat de variant centraal dat iemand zichzelf aanbiedt, in dit geval niet uit gretigheid om jezelf naar voren te schuiven, maar bij gebrek aan anderen die de taak op zich durven of kunnen nemen. Hiervoor is het verhaal van Judit illustratief. De suggestie is deze twee vieringen aan te bieden als thematisch tweeluik.

Uitleg

Gideons volk heeft ernstig te lijden onder een buitenlandse macht die jaar in jaar uit het land af komt stropen. Wat er overblijft maken ze kapot. Israël kan weinig anders doen dan zich schuil houden en het geweld lijdzaam ondergaan. Het hele volk bidt één gebed: laat dit ophouden.

Naar het vaste patroon van het boek Rechters, is het onheil te danken aan het ‘doen wat slecht is in de ogen des Heren’. Steevast gaat het dan om het vereren van andere goden (zie in ons hoofdstuk de boodschap van de ‘profeet’, vers 7-10). En naar hetzelfde patroon, is er uitkomst als men dat tot zich laat doordringen en zich opnieuw tot de ene God richt. Na de profeet komt een bode van God, die iemand opzoekt en instrueert die als tijdelijk aanvoerder kan dienen en de bevrijding kan helpen bewerkstelligen.

Met die ‘Rechters’ is iets merkwaardigs aan de hand. Wie alle tijdelijk leiders uit het boek Rechters op een rijtje zet, zoals Piet van Midden doet in zijn artikel “Gideon – Abimelech”, ziet het van de eerste tot de laatste steeds slechter gaan. Alleen de eerste kon nog met enige reden als een echte held worden beschouwd. Op de anderen is op moreel en ander vlak veel aan te merken, waarbij het van de een na de ander van kwaad tot erger gaat. Het boek Rechters is maar in zeer beperkte mate een succesverhaal. Ook Gideon kan eerder als anti-held geschetst worden.

Op het moment dat het verhaal start, is hij bezig zijn oogst veilig te stellen. We zien hem aan het werk, hij is aan het dorsen, niet op de gebruikelijke plaats, maar in de wijnpers. Dit detail zegt al iets over hoe hij is. Hij is slim en hij is creatief. Hij heeft iets bedacht om de Midjanieten om de tuin te leiden. Maar hij werkt ook het liefst in het verborgene. Ook dat detail keert volop terug in het vervolg van het verhaal, zowel in de nachtelijke beeldenstorm in 6:25-32 als in de manier waarop hij in hoofdstuk 7 de Midjanieten misleidt en verjaagt. Het ‘gegroet, dappere krijgsman!’ van de engel (6:12) is overduidelijk ironisch, maar toch blijkt met hem de missie volbracht te kunnen worden. Helaas blijkt het welslagen van zijn missie geen goede uitwerking op hem te hebben, in Rechters 8 heeft hij uiteindelijk bemerkt wat hij kan doen en ontpopt hij zich als een uiterst gewelddadig persoon.

Voor de preekschets van deze zondag beperken we ons tot de roepingspassage, een scène, die zoals Klaas Smelik in “De roeping van de profeet als type-scene” laat zien, een grote gelijkenis vertoont met een heel aantal andere roepingen in de Hebreeuwse bijbel. Zichzelf ongeschikt vinden, niet durven, uitvluchten noemen hoort bij het standaardpatroon.

Het bezwaar van Gideon in ons preekvers (“hoe zou ik Israël kunnen bevrijden? Mijn familie heeft in onze stam, Manasse, niets in te brengen, en ikzelf ben de jongste van de familie”) is bijvoorbeeld precies zo terug te vinden bij de roeping van Saul (1 Samuel 9:21).

Bij Gideon duurt het even voordat de knop om gaat, voordat hij aanvaardt dat hij, het slachtoffer, de figuur die zichzelf van geen betekenis vindt, er kennelijk toe geroepen is om een leidende rol te spelen.

Interessant is nog het genderperspectief, zeker in verband met de hieraan gekoppelde preekschets van volgende week. Judit laat met haar scherpe blik en daadkracht een heel stel mannen beschaamd staan en betoont zich een echte heldin. Al kunnen er vraagtekens gezet worden bij hoe de verteller dat laat gebeuren: door haar verleidelijkheid zo krachtig mogelijk uit te spelen. Gideons gebrek aan klassiek mannelijk gedrag valt nog meer op omdat het hoofdstuk volgt op de hoofdstukken 4 en 5, waarin Barak uitsluitend samen met Debora de strijd durft aan te vangen, en de vijandelijke generaal, net als bij Judit zijn leven beëindigt ziet slapend in een tent, dankzij een vrouw, Jaël.

Aanwijzingen voor de overweging

Het kan een interessante exercitie zijn de scène opnieuw te contextualiseren, en daarbij te beginnen met de vraag, wat de ervaringsmatige achtergrond kan zijn van het verhaal. De vertelling suggereert een wereldbeeld waarin het als niet heel ongewoon wordt ervaren dat iemand een boodschapper van God kan ontmoeten. Die boodschapper is in veel gevallen (en ook in Rechters 6) in eerste instantie niet als zodanig herkenbaar. Het lijkt een willekeurige passant. ‘Iemand’ geeft een boodschap af. In de versie van ‘Een bijbel’ van Philippe Lechermeier blijft die iemand zelfs bijna op de achtergrond.

“’Gideon, er heerst geen vrede meer in het land van de Israëlieten. Je moet de Midjanieten bevechten, die alles op hun doortocht verwoesten’. fluisterde een engel in het oor van een boer, die onder een terpentijnboom lag te slapen. ‘En hoe kan ik er zeker van zijn dat jij een bode van God bent?’’, vroeg Gideon. De opdracht ergerde hem, er lag nog veel werk te wachten op de akkers.” (p. 130).

De gemiddelde gemeentepredikant kijkt niet vreemd op van gemeenteleden die vertellen op een cruciaal moment in hun leven iemand ontmoet te hebben die ze niet kenden, maar die een onverwachte, belangrijke boodschap voor hen te vertellen had. Aan de vreemdeling in kwestie was niets bijzonders te merken, hoewel de aangesprokene zich erover verbaasde dat een onbekend iemand zomaar met iets ‘gewichtigs’ naar je toe komt. Behalve verbazing, hoor je in zulke verhalen soms ook van de weerstand en afweer die iemand voelde – als de kennelijke boodschap niet erg gelegen komt of meer van je lijkt te vragen dan je bieden hebt. Precies Gideons reactie dus.

Natuurlijk moet hier goed onderscheid gemaakt worden tussen zulke ervaringen van mensen aan wier psychische gezondheid niet getwijfeld hoeft te worden, en het horen van opdrachten van mensen met een psychiatrisch ziektebeeld.

Denkend vanuit het ontwerp van de twee diensten van 18 en 25 augustus als duo-themadiensten, zal er in de preek van vandaag gefocust worden op de ervaring van uitgenodigd of uitgedaagd worden om een bijzondere taak op je te nemen, en hoe je daar dan op reageert. Het hoeft niet noodzakelijk over ‘bodes van God’ te gaan, het is wellicht interessanter het breder te trekken en het op allerlei uitdagingen en uitnodigingen te betrekken.

Maar er mag gerust ook de vraag gesteld worden, of en waar we dan Gods initiatief mogen of willen herkennen achter zo’n uitnodiging. Behalve voor een betoog, leent een onderwerp als dit zich ook zeer voor een gedachtewisseling tijdens de dienst. Het verhaal van Gideon kan zo een interactieve case study worden voor de onderwerpen: onzekerheid, verandering, uitdaging, vertrouwen, houvast en geloof.

Voor de kinderen

Hoe waar het ook is, wat Piet van Midden in zijn analyse van Rechters onderstreept, dat Gideon een nogal dubieuze held blijkt te zijn, toch blijven de verhalen over hem fantastisch materiaal voor aansprekende hervertelling voor kinderen. Als je als predikant de gave hebt het zelf op kinderniveau te vertellen, geniet dat de voorkeur. Gebruik anders een goede kinderbijbel. Gebruik van beeldmateriaal kan, maar hoeft niet per se. Het beeldend vertellen van de ontmoeting met de engel, de proef met de vacht, het wegsturen van de soldaten en de nachtelijke voorstelling die de vijand in opperste verwarring brengt, volstaat. Iets mogen of moeten doen waarvan je zelf niet zo zeker weet of je dat wel kunt is een mooi thema om met kinderen over door te praten.

Liturgiesuggesties

Spijtig genoeg zijn er maar weinig lieddichters geïnspireerd geraakt door het boek Rechters, althans: er zijn zo goed als geen van zulke liederen in het Liedboek terechtgekomen.

Eenvoudiger is het te zoeken in de Psalmen, die zeer frequent spreken over vijanden, dreiging, het gevoel door God in de steek gelaten te zijn, en daarna op een of andere manier uitredding en bevrijding. Lied 60 zou een goede keuze zijn, omdat daar ook het motief uit Rechters in zit dat God de Israëlieten ‘verstoten’ had. Vergelijk Rechters 6:1-2: “Maar de Israëlieten deden wat slecht is in de ogen van de HEER. Daarom leverde hij hen uit aan het volk van Midjan, dat hen zeven jaar achtereen kwam plunderen.”

Literatuur

  • Philippe Lechermeier en Rébecca Dautremer, Een bijbel, Leuven 2014

  • Karel Deurloo, “Baäl zwijgt”, in Geen koning in die dagen. Over het boek Richteren als profetische geschiedschrijving, Baarn 1982, 46-57.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken