Menu

Premium

Preken op Israëlzondag 2024

Homiletisch artikel, Bouwstenen voor een preek

Hoe te preken op Israëlzondag, dit jaar? Dat laatste moet er wel bij, want andere jaren was dat voor mij geen vraag, maar dit jaar – na 7 oktober ’23 en alles wat daarop gevolgd is – ik zou het niet weten. Laat staan dat ik mijn collega’s zou kunnen adviseren. Al maanden houdt die vraag mij bezig, mijn gedachten gaan heen en weer en het lukt me maar niet om enige orde in die chaos in mijn hoofd aan te brengen. In het bekende dooplied van Willem Barnard wordt de Syriër Naäman genoemd als één van Gods beminden. Gevolgd door de bekende regels: ‘Ja, alle volken zijn in tel bij U, o God van Israël!’ (Lied 350:6b, Liedboek Zingen en bidden in huis en kerk, 2013). Woorden die mij niet loslaten. Ik moet er wat mee. Maar wat?

In dit artikel enkele overwegingen, ideeën en invallen die ik inmiddels genoteerd heb. Ik deel ze (in vrij willekeurige volgorde) met de lezers in de hoop een bijdrage te leveren aan hun eigen denkproces – meer pretenties heb ik niet. 

Onopgeefbaar verbonden

Tijdens de theologische studie in Kampen heb ik geleerd, hoe zeer wij als kerk met Israël verbonden zijn. En dat wij als theologen bij de uitleg van de Schriften voortdurend geconcentreerd moeten zijn op de joodse wortels van de teksten. Met name noem ik mijn leermeester Cees den Heyer, die ons vanaf zijn allereerste college erop wees dat het Nieuwe Testament alleen goed verstaan kan worden, gelezen tegen zijn joodse achtergrond. Ik denk ook aan de gastcolleges van Frans Breukelman, Kleijs Kroon en Bert ter Schegget. Eenmaal predikant in Epe werd ik bevriend met Henk Vreekamp, toentertijd predikant voor Kerk en Israël. Van hem heb ik veel geleerd, we hadden intensieve gesprekken en soms even intensieve meningsverschillen.

De bekende zinsnede dat de kerk ‘onopgeefbaar is verbonden met Israël’ behoort dan ook tot mijn persoonlijk credo. Alleen zet ik daar geen punt achter, maar een komma/dubbele punt. Want wat is de betekenis van ‘verbonden’? En over wélk Israël gaat het dan? Gaat het dan over de staat Israël? Of het volk Israël?

Bijbels Israël – Staat Israël

Het huidige land Israël valt voor mij niet naadloos samen met het Bijbelse Israël. Bij verbondenheid met Israël denk ik dan ook niet aan het land, maar aan het volk.

Ik word daarin gesterkt door Paulus in de bekende hoofdstukken 9-11 van de Romeinenbrief. Wanneer Paulus spreekt over Israël, dan moeten we ons realiseren dan toen slechts een derde van de Joden in Israël woonde, de meerderheid woonde elders in het Romeinse rijk. Alles wat de apostel zegt over Israël, gaat dus niet over het land maar over het volk. Als Paulus zegt: ’Heel Israël zal gered worden’ (11:26) denkt hij niet aan de staat Israël, maar aan Joden in het land én in de diaspora.

Israël en de andere volken

‘Israël is het uitverkoren volk van God en daarom moeten wij als christenen achter Israël staan’, zo hoorde en las ik dat na 7 oktober regelmatig.

Eerst iets over die uitverkiezing. Die gaat terug op Abraham, met zijn roeping is het begonnen: ‘Ik zal je maken tot een groot volk, ik zal je zegenen, ik zal groot maken jóuw naam; word een zegen!- in jou zullen alle volken op aarde gezegend worden’ (Genesis 12:2-3). Uitverkiezing is dus niet alleen belofte, maar ook een opdracht; nooit exclusief – Israël alleen – maar altijd inclusief – alle volken!

‘God kiest niet enkelen om velen uit te sluiten, maar enkelen om velen tot zegen te zijn’, las ik bij Brian McLaren. ‘Het is niet zo, dat God alle volken verdoemt en afwijst, met uitzondering van één volk, dat hij alle naties haat en van één natie houdt, dat God een superieur volk uitkiest om alle anderen te veroveren en te regeren. Hij zegent alle volken, door één volk.’

Over inclusief gesproken: de verdiensten van buitenstaanders/buitenlanders als Melchizedek (Genesis 14), Jetro (Exodus 19), Rachab (Jozua 2), Ruth, Uria (2 Samuël 11) en anderen worden in de Bijbel niet gebagatelliseerd, maar geprezen. Bijvoorbeeld in Jezus’ geslachtsregister, Mattheus 1.

En zelfs de uittocht uit Egypte blijkt niet exclusief: ‘Zijn jullie voor mij soms meer dan de Nubiërs, Israël? Ik heb jullie uit het land Egypte weggeleid, maar ook de Filistijnen uit Kreta en de Arameeërs uit Kir?’ (Amos 9:7) Nota bene: enkele aartsvijanden van Israël! Inclusief is ook het visioen van Jesaja: ‘De Heer richt op zijn berg een maaltijd aan’ voor alle volken (Jesaja 25:6-9). ‘Ja, volk na volk buigt eenmaal voor hem neer’ (Psalm 87).

Terzijde: na 7 oktober 2023 werd vanuit pro-Israëlkringen nog wel eens gezegd dat de Palestijnen gelijk zijn aan de Bijbelse Filistijnen. Dat is onjuist. Door de eeuwen heen was er een enorme vermenging van volkeren in het land Palestina. Deze gemengde bevolking (die zich nu Palestijnen noemt) bewoonde het land, toen het Zionisme op gang kwam: het streven naar terugkeer naar het beloofde land van de over de hele wereld verspreide Joden.

Dat is natuurlijk niet het hele verhaal. De andere volken worden ons ook beschreven als vijanden van Israël. Denk aan Amalek, Haman in het boek Esther en Babel. Overigens wordt Amalek (dat Israël vlak na de uittocht aanvalt en dan de zwaksten in de achterhoede pakt; Exodus 17:8-16) op den duur symbool voor het kwaad. In Genesis 10, bij een overzicht van de 70 volken der aarde, ontbreken de Amalekieten. D.w.z. Amalek is geen volk zoals de andere volken waarvan geschreven staat dat God zich over hen zal ontfermen. In Amalek gaat het om een bepaalde mentaliteit, om de krachten die telkens weer proberen om de bevrijding ongedaan te maken. Amalek is in de Bijbelverhalen de antimens, de antigod, de antichrist. Daarom staat er dat de Heer zijn gedachtenis zal uitwissen. Het lijkt met elkaar in strijd: vergeet hem niet die God voor eeuwig zal vergeten… (Deuteronomium 25:17-19).

Kaarsen-Menora-Artikel-Preken over Israël-2024-foto kevindvt op Pixabay
Uitverkiezing is dus niet alleen belofte, maar ook een opdracht; nooit exclusief – Israël alleen – maar altijd inclusief – alle volken. Foto van kevindvt op Pixabay.

Profetische kritiek

Israël uitverkoren volk? Ja, maar dat schept verplichtingen. Zoals omzien naar de weduwe, de wees en de vreemdeling. Ervoor zorgen dat er geen armen zijn in het land. Dat er recht gedaan wordt aan iedere inwoner – inclusief de vreemdeling ‘omdat jullie zelf vreemdelingen zijn geweest in het land Egypte’.

Maar regelmatig schiet Israël daarin tekort. Bijna alle profeten wijzen daarop, vaak in felle bewoordingen. Jesaja bijvoorbeeld: ‘Wanneer u uw handen uitspreidt, verberg Ik Mijn ogen voor u; ook wanneer u úw gebed vermeerdert, luister Ik niet: uw handen zitten vol bloed. Was u, reinig u! Doe uw slechte daden van voor Mijn ogen weg! (…) Help de verdrukte, doe de wees recht, bepleit de rechtszaak van de weduwe!’ (Jesaja 1:15-17)

Antisemitisme

De geschiedenis van de kerk en Israël wordt getypeerd door eeuwen antisemitisme. Tot schade voor de Joden en schande voor de kerk. De voedingsbodem waarin het zaad van antisemitisme en haat kon groeien is mede door de kerk bereid. Eeuwenlang werd de kloof in stand gehouden die later de Joden in de samenleving dusdanig kon isoleren, dat ze konden worden opgejaagd en vermoord tijdens de Kruistochten, de pogroms en weggevoerd en vermoord door de Nazi’s in ’40-’45.

Terecht verscheen er een Verklaring van de PKN over erkenning van schuld en onze verantwoordelijkheid voor de toekomst, namens de generale synode van de PKN uitgesproken door de scriba tijdens de Kristallnachtherdenking op 8 november 2020 in de Obrechtsjoel in Amsterdam. Citaat:

‘In de erkenning van dit alles belijdt de kerk schuld. Vandaag in het bijzonder tegenover de Joodse gemeenschap. Want antisemitisme is zonde tegen God en tegen mensen. Ook de Protestantse Kerk is deel van deze schuldige geschiedenis. Wij schoten tekort in spreken en in zwijgen, in doen en in laten, in houding en in gedachten.

Mogen alle slachtoffers van de grote verschrikking een gedachtenis en naam (Hebreeuws: Yad vaShem) hebben in het hart van de Eeuwige, de God van Israël. Dat alle geliefden die worden gemist, niet worden vergeten.

Zoals geschreven staat: “Aarde, dek mijn bloed niet toe, laat mijn jammerklacht geen rustplaats vinden.” (Job 16:18) We nemen onszelf voor alles te doen wat mogelijk is om de joods-christelijke relaties verder uit te laten groeien tot een diepe vriendschap van twee gelijkwaardige partners, onder andere verbonden in de strijd tegen het hedendaagse antisemitisme.’

Als kerken/christenen hebben wij eeuwenlang nogal ‘selectief gewinkeld’ in het Oude Testament. Profetische oproepen tot bekering? Ja, die pasten we ook op onszelf toe. Messiaanse beloften? Ja, zie Jezus. Maar allerlei geboden in de Tora, zoals jubeljaar, tienden, zwagerhuwelijk? Nee, die niet. Maar teksten over homoseksuele handelingen? Ja, die dan weer wel.

Spagaat

Rest nog de vraag: moeten wij achter Israël staan? Ja, maar niet onvoorwaardelijk. Dat zou exclusief zijn.

Ik ben weer terug bij Willem Barnard: ‘Ja, alle volken zijn in tel bij U, o God van Israël!’ (Lied 350:6b, Liedboek Zingen en bidden in huis en kerk, 2013). In die paar regels zit voor mij de kern, maar ook de spanning van ons onderwerp: Ja, de God van Israël, maar niet zonder alle volken. En: ja, alle volken, maar niet zonder Israël.

In die spagaat ben ik op weg naar de Israëlzondag. Je kunt de spagaat opheffen, zoals Christenen voor Israël doen door te allen tijde achter Israël te blijven staan. Je kunt ‘m ook opheffen door ronduit voor de Palestijnen te kiezen. 

Ik houd het bij het ‘Ja’ van Barnard. Dat zal de nodige kramp opleveren. Het is niet anders.

Bert Aalbers is emeritus PKN-predikant. Hij werkte in Halle, Epe, Maarssen en Breukelen. Van 1999 tot 2007 doceerde hij Nieuwe Testament aan de Hogeschool voor Theologie NBI in Utrecht. Hij promoveerde in 2001: Een van de twaalf, Een exegetisch hermeneutische studie over Judas Iskariot met speciale aandacht voor het fenomeen beeldvorming. Bijvoorbeeld: Judas als symbool van het antisemitisme.

Geraadpleegde literatuur

  • K. A. Deurloo, Schrijf dit ter gedachtenis in het boek, inaugurele rede, Amsterdam 1975
  • J. Engelen, Joods (?) – Christelijk, over nabijheid en afstand, Hilversum 1983
  • H. Jansen, Christelijke oorsprong van racistische jodenhaat, Kamen 1995
  • B. D. McLaren, Een nieuw christendom, Tien vragen die het geloof veranderen, Barneveld 2017, 276-278
  • Verklaring van de PKN over erkenning van schuld en onze verantwoordelijkheid voor de toekomst, PKN.nl

Lees ook het artikel van Piet van Midden: De rol van Israël in de prediking.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken