Bij Jesaja 52,7-10, Hebreeën 1,1-12 en Johannes 1,1-14Dat de wachters op de muren van Jeruzalem de redding over de bergen heen naderbij zien komen doet denken aan het beginvers van Psalm 121: ‘Kom jij hoog van de bergen mij helpen – wat zien mijn ogen?’, zoals Huub Oosterhuis vrij vertaalt. De ogen worden getrokken naar de voeten, hoe hun gang is over de bergen. Geen voeten met laarzen die stampend naderen en de angst vooruit doen snellen voor de vijand die – wederom – in aantocht is, maar een lieflijke tred, die past bij iemand die al van verre laat