Richt je op ‘ahava’
Over het rimpeleffect van liefde-in-actie
Demonstraties zijn steeds nadrukkelijker aanwezig in het publieke debat. Op straat klinkt een krachtig ‘nee’ tegen onrecht, beleid en maatschappelijke ontwikkelingen. Maar draagt dat protest ook bij aan een vreedzamere samenleving? Universitair docent en predikant Bernd Hirschfeldt zet daar vraagtekens bij. Hoe gerechtvaardigd en goedbedoeld de strijd ook kan zijn, bestaat niet het risico dat tegenover elkaar komen te staan de maatschappelijke verharding juist versterkt?
In Amsterdam alleen al vonden er vorig jaar meer dan 3.320 demonstraties plaats. Het was een verdubbeling van het jaar daarvoor. Er lijkt sprake van een rimpeleffect: ieder jaar voelen meer mensen zich aangesproken om mee te doen. De redenen van dit activisme zijn divers, maar kunnen wellicht worden samengevat in een kernachtig ‘nee!’. ‘Nee’ tegen onrecht, ‘nee’ tegen geweld en oorlog, ‘nee’ tegen de vernietiging van de aarde. Demonstreren geeft het gevoel iets te kunnen doen, niet machteloos te staan. Desondanks blijft het gevoel van onmacht groot. Want wat kan een zelfs redelijk grote groep mensen doen aan situaties waar grootmachten als China, Rusland en de VS de hand in hebben? Als het gaat om oorlog maken we de vuist van een mier. Toch blijven velen hopen dat het zinvol is: de straat op gaan.
Maar draagt dit luide ‘nee’ ook bij aan een meer vredige samenleving in onze contreien? Draagt deze strijd, hoe goedbedoeld ook, niet eerder bij aan de verdere verharding in de samenleving? Een samenleving waarin mensen steeds meer in groepen tegenover elkaar komen te staan? Waarin hele bevolkingsgroepen verketterd worden, waarin xenofobie en antisemitisme opnieuw oplaaien? Want in deze strijd worden groepen, soms hele bevolkingsgroepen collectief als schuldigen aangewezen. Hele en halve waarheden worden gebruikt om de nieuwe vijand te verketteren.
De Schrift zegt ons duidelijk dat we dit niet moeten doen. Wij zijn niet geroepen om te veroordelen, om zwart te maken, om haat en woede aan te wakkeren. Toch wordt er zelfs binnen onze kerk nog heel wat afgeroepen en geruzied. In het groot zagen we recent een nieuwe kerkscheuring in Nederland. In het klein maakte ik een ruzie tussen twee gemeentes in eenzelfde Vlaamse stad mee. Ik verbaasde me vooral over de onbuigzaamheid, de onverzoenlijkheid. Het grote, eigen gelijk dat als morele verontwaardiging werd verpakt. Wij weten hoe het zit en die anderen, die deugen niet. Het gebeurt al te vaak met de Bijbel in de hand en met een quasi-ethisch oordeel op de lippen. Dat zien we ook in de vele demonstraties: er worden grote groepen schuldigen aangewezen, terwijl men zichzelf als heel wat beter, moreler en op de borst slaat.
Dit brengt natuurlijk geen vrede voort. Het is wellicht de reden waarom er gewaarschuwd wordt voor het veroordelen van anderen. Eerder zouden we ons volgens de Schrift moeten blijven richten op de liefde. En dat is zeker niet gemakkelijk, want woede vlamt snel op en verontwaardiging over onrecht is meer dan begrijpelijk. En we mogen ook niet onverschillig blijven. Maar het gebod van de liefde draait niet om liefde als een gevoel. We hoeven ons niet altijd liefdevol te voelen. Eerder is deze liefde een intentie, die in de praktijk wordt gebracht, een intentie ons niet door woede en haat te laten beheersen. Ze komt met name tot uitdrukking in het Hebreeuwse woord voor liefde in het Oude Testament; ahavaa. Ahavaa is geen verheven gevoel, maar het is eerder liefde-in-actie. Het is de bereidheid om de ander te zien. Om niet in woorden, maar in daden de liefde in de praktijk te brengen. Het hangt samen met het Verbond en is in die zin het tegendeel van een meningenstrijd.
Opmerkelijk genoeg brengt deze standvastige liefde iets tot stand. Dat merk ik in mijn pastorale praktijk. Mensen ontdooien als er met daadwerkelijk begrip naar ze geluisterd wordt. Ze openen hun hart alleen als er voorbij ideeën en beschuldigingen gesproken en geluisterd wordt. Dat gaat soms niet meteen, dat kan even duren. Het ontstaat waar we de ander, voorbij al onze meningen, ontmoeten. Daar waar we anderen met daadwerkelijk respect behandelen, niet gemaakt welwillend, omdat we zulke goede christenen willen zijn, maar oprecht. Want mensen zijn interessant. Én de moeite waard.
Volgens de beroemde filosoof Franz Rosenzweig stak er een gevaar een ‘algemene liefde’ tot de mensheid of groepen mensen, waarbij deze tot slachtoffers, tot heiligen of tot daders werden verklaard. Daarin wordt volgens Rosenzweig de naaste verwaarloosd, ten bate van wat hij de ‘übernächste’, de voorbij-de-naaste noemde. We hebben dan geen oog voor echte mensen, individuen in onze omgeving, maar komen op voor mensen die we niet kennen en waar we feitelijk een idee van hebben gemaakt. Terwijl we ons volgens Rosenzweig beter kunnen richten op de concrete naaste, het daadwerkelijk contact. We spreken het beste met mensen niet over mensen. Dan pas ontstaat het rimpeleffect zoals we dit in Matteüs 13 tegenkomen. Dan vallen zaadjes in vruchtbare aarde, groeien zij uit tot planten die vruchten dragen – in dertigvoud, zestigvoud, honderdvoud.
Zowel woede als liefde hebben een rimpeleffect; de ene galmt luid als een holle gong, de ander is bijna onhoorbaar. En toch is die zachte stem van de liefde sterker, aanstekelijker. En ze spreekt wel degelijk een krachtig ‘nee’ uit. Een ‘nee’ tegen een liefdeloze samenleving, waarin mensen niet gewaardeerd worden, een wereld waarin mensen tot hun mening gereduceerd worden, tot deel van een groep worden gereduceerd. Het is ook een ‘nee’ tegen afbrekende en kleinerende woorden die te gemakkelijk in de mond genomen worden. Het ‘nee’ van de liefde klinkt weliswaar zo niet luid, maar heeft een grote kracht. Het rimpelt elk moment dat wij een ander zien en waarderen onmiskenbaar om zich heen.

Bernd Hirschfeldt is universitair docent Hebreeuws aan de Faculteit voor Protestantse Theologie en Religiestudies in Brussel. Ook is hij predikant van de Nederlandse Protestantse Gemeenschap in Luxemburg. Bernd schrijft momenteel een serie columns over de ‘verzachting van de samenleving’. Aan de hand van de actualiteit en de geloofsbronnen stelt hij de vraag of wij met zachte krachten het tij van een verharde samenleving kunnen keren.