Menu

Premium

Roos

narcis

Over de bijzondere schoonheid van de roos bestaat nauwelijks verschil van mening. Eeuwenlang is zij veelvuldig en in alle toonaarden bezongen. Wanneer op iemands pad rozen worden gestrooid dan gebeurt dat niet met de bedoeling diegene kwaad te berokkenen. Wie als een roos slaapt, heeft geen last van slapeloosheid. In spreekwoorden en gezegden wordt echter nog een andere zijde belicht. Dat geldt niet zozeer de bloem als zodanig, als veeleer de plant. Zoals bekend bezit een rozenstruik vervaarlijke doorns. Zij schrikken af, zodat het enige moed kost de bloemen te plukken. De ‘les’ is duidelijk: ‘geen rozen zonder doornen’; en ‘wie de roos wil plukken, moet de doornen niet ontzien’.

Grondtekst

Over de precieze identiteit van verscheidene bloemen bestaat in het Oude Testament onzekerheid. In sommige vertalingen wordt cha-vatstsèlèt met ‘roos’ weergegeven, terwijl andere vertalers voor ‘narcis’ (NBG-1951) of ‘krokus’ (Willibrord) kiezen (Hoogl. 2:1; Jes. 35:1). Over de Griekse term rhodon bestaat geen onduidelijkheid. Het woord zoekt men in het Nieuwe Testament tevergeefs.

Letterlijk en concreet

Uit vroeg-joodse literatuur valt af te leiden dat rozenplanten werden verbouwd in verband met de winning van rozenolie die onder meer gebruikt werd als geneesmiddel van aandoeningen van de huid.

Beeldspraak en symboliek

a.In de wijsheidsliteratuur wordt de roos genoemd als symbool van schoonheid. Op de volgende wijze zingt Jezus Sirach de lof op Simon, de zoon van Onias, de hogepriester: ‘Als de zon die schittert op een koningspaleis, als de regenboog die glanst in prachtige wolken, als een roos in het nieuwe seizoen, als lelies bij een waterbron, als een jonge twijg op de Libanon in de zomer…’ (Sir. 50:7-8).

b.In een minder positieve context functioneert het beeld wanneer het verlangen van de godde-lozen beschreven wordt: ‘Vooruit dan, laten wij genieten van het goede dat we hebben en maar meteen van het geschapene profiteren, nu wij nog jong genoeg zijn. Laten we ons te goed doen aan kostelijke wijn en aan parfums en laat geen lentebloesem ons ontgaan. Laten wij ons bekransen met rozenknoppen, voordat ze verwelken… ‘ (Wijsh. 2:6-8).

Praxis

a.Liederen:

Liedboek: Gezang 15; 128; 132; 190; 199; 220; 337; 376; 425; Eva I: 33; Geroepen: 98; Gezangen: 578; 692 (= Liturgie: 447); Gezegend: 23; 207; Liturgie: 447; 622; Verzamelde: 224; Zingend V: 25; 35; 36; Zolang: 100 (= Gezangen: 519; Liturgie: 591; Zingend IV: 66).

b.Poëzie:

Remco Campert, Dichter, Amsterdam 1995, blz. 119: ‘Ja rozen’. Zbigniew Herbert,Verzamelde gedichten, Amsterdam 1999, blz. 29: ‘Over de roos’. Judith Hertzberg,Doen en laten, Amsterdam 19977, blz. 179: ‘The last rose of summer’. Martinus Nijhoff, Verzamelde gedichten, Amsterdam 19755, blz. 395: ‘De rozen’. Jan Willem Schulte Nordholt,Verzamelde gedichten, Baarn 19962, blz. 167: ‘Narcissus’. Gabriël Smit, Gedichten, Bilthoven 1975, blz. 74-75: ‘Uitzicht’; 155-161: ‘Wintertaal’. Elly de Waard, Eenzang, Amsterdam 1992, blz. 21: ‘Eenzame narcis…’. Karel van de Woestijne, Verzamelde gedichten, Brussel/Den Haag 19673,blz. 7: ‘Zoals een roos’; 92: ‘O rozen-regen om

de doren’.

c.Verwerking:

Hoewel het woord roos (of narcis, zie bij Grondtekst) maar een paar keer voorkomt in de bijbel, is het in de moderne poëzie een geliefd beeld. Het is de moeite waard verschillende gedichten over de roos te lezen en zo op het spoor te komen welke beelden de dichters aan deze bloem toekennen. Van daaruit gaan we naar de bijbelteksten. We lezen over een woestijn die zal bloeien als een roos of narcis (Jes. 35:1); de auteur gebruikt dit beeld om een situatie te schetsen waarin de mens tot zijn bestemming komt. We lezen van een meisje dat zich in het bijzijn van haar vriend roos of narcis noemt (Hoogl. 2:1); de dichter doelt met deze metafoor op de schoonheid en liefelijkheid van de vrouw. Welke voorwerpen zouden wij vandaag kunnen gebruiken om hetzelfde te zeggen? Eveneens de roos of de narcis? Thema’s zijn onder andere: liefde, vergankelijkheid en schoonheid.

Verwijzing

Het bijbelse woord roos of narcis heeft raakvlakken met ‘bloemen‘, ‘lelie‘, ‘tuin‘ en ‘doorn‘. Zie verder nog ‘woestijn‘.

Wellicht ook interessant

Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
Auteur zit met gevouwen handen op een bankje, zwart-wit beeld
None

Interview: “Ik wil een eerlijk gesprek over de doodswens”

Mensen die niet meer willen leven, krijgen niet zomaar euthanasie. Er zijn strenge eisen waaraan moet worden voldaan, voordat het eigen leven bewust gestopt kan worden. Maar als een euthanasieverzoek wordt afgewezen, is de wens om te sterven vaak niet verdwenen. Soms kiezen mensen dan voor ‘de autonome dood’, een zelfgeorganiseerd levenseinde. Hoe is dit voor nabestaanden? Krina Huisman deed er onderzoek naar en schreef het boek Nabestaan. Leven na de autonome dood. Redacteur Maartje Amelink ging met haar in gesprek.

Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Een houtsnede uit 1999 van Willy van der Duyn met als titel Geen droom bakert je in windselen.
Basis

Lazarus voorbij

AI zo lang als er mensen bestaan, gaan ze ook dood. Het zou dus moeten wennen, maar dat is niet zo. En daar zijn wel wat redenen voor: onze herinnering reikt niet tot de eerste mens; voor eenieder is er altijd een eerste betreurde dode in zijn of haar leven. Daarbij is de dood geen optelsom van steeds en altijd hetzelfde. Sterft er iemand, dan nemen we afscheid van een persoon zoals er nooit eerder een geweest is, en ook nooit meer een zal zijn. Vervelend is ook dat de dood zo veel gezichten heeft. Mensen kunnen vreselijk sterven, maar ook heel mooi. Veel te jong, en ja, soms ook te laat. In verzet, maar ook in overgave. Overvallen, maar ook voorbereid. Zinloos, maar ook zinvol.

Nieuwe boeken