Uitkomsten van geluksonderzoek en de bergrede
Deze rede uitgesproken op Jansdebat te Gouda op 17 juni 2025 n.a.v. verschijning “Geloven maakt gelukkig” van prof. dr. Johan Graafland.
Deze rede uitgesproken op Jansdebat te Gouda op 17 juni 2025 n.a.v. verschijning “Geloven maakt gelukkig” van prof. dr. Johan Graafland.
Onlangs verscheen een nieuw boek over het werk van de Heilige Geest, en wel van de hand van Kees van der Kooi, emeritus hoogleraar theologie aan de Vrije Universiteit (Amsterdam). De titel: Een weldadige kracht; de ondertitel: christelijk geloof en het alledaagse in het licht van de Geest.
In dit artikel toont Marianne Vonkeman dat geestelijke weerbaarheid niet begint bij wilskracht of controle, maar bij ontvankelijkheid. Mystieke bronnen zoals Teresa van Avila, Meister Eckhardt en Etty Hillesum leren dat in de leegte van onze ziel een bron van Godsverlangen schuilt – en daarmee een kracht die niet kapot te krijgen is.
Het boek Een weldadige kracht van Kees van der Kooi is niet af. Hij zegt het zelf, in de epiloog (249). Het kan ook helemaal niet af zijn, omdat het gaat over het Koninkrijk van God dat immers komende is: we zijn nog onderweg. Op weg naar de voleinding bevinden we ons in het krachtenveld van de Geest, maar er zijn ook tegenkrachten. Het verhaal is volop in ontwikkeling, nieuwe hoofdstukken worden geopend. Alleen al dit eschatologische perspectief maakt Een weldadige kracht tot een spannend en belangrijk boek voor iedereen die meer wil begrijpen van het werk van Gods Geest.
Theoloog Kees van der Kooi onderzoekt in zijn nieuwe boek Een weldadige kracht de rol van de Geest in ons geloof en ons alledaagse bestaan. De Geest trekt zowel mens als wereld naar de toekomst, want het project van God is nog niet voltooid. Daarom worden we uitgenodigd om met open ogen en oren te letten op de momenten waarop de kracht van de Geest inbreekt en nieuwe hoop wekt in de leegte. Wat betekent dit voor ons? Elsbeth Gruteke gaat in deze aflevering in gesprek met Kees van der Kooi.
In het begin van Handelingen 13 lezen we dat Barnabas en Saulus in Antiochië uitgezonden worden door de heilige Geest (vs. 4). Ze worden opgenomen in de zich uitbreidende beweging van het machtsbereik van God naar de volkeren toe. Aan het begin van die beweging vindt meteen een veelbetekenende confrontatie plaats, waarbij de naam Saulus bijna terloops overgaat in Paulus. Een Joodse magiër stelt zich tegen hen teweer, wanneer zij spreken met een proconsul die meer wil horen over het Woord van God.
Na Pinksteren kennen we God als Vader, Zoon en Geest. De een vergelijkt het met drie vormen waarin water aanwezig is: water, damp en ijs. Het molecuul is wel hetzelfde, maar het is anders aanwezig, het geeft een andere ervaring. De ander legt de nadruk op de verschillen tussen Vader, Zoon en Geest. Zondag Trinitatis wil de samenhang en compleetheid van deze drie benadrukken. Maar omdat je toch ergens moet beginnen, en het net Pinksteren is geweest, is de focus in dit artikel gericht op de Geest.
Er zijn vormen van spreken over de Geest waar ik eerlijk gezegd wat onrustig van word. Je krijgt voortdurend het gevoel dat je méér nodig hebt: méér geloof, méér verlangen, méér overgave. En daarvoor moet je dan uit je comfortzone stappen, proclameren, en ‘overwinnend’ leven. Een hijgerig soort christendom, waarvan je buiten adem raakt. Ik herinner me nog goed hoe ik tijdens de diensten in de evangelische gemeente waarin ik opgroeide, een fysieke spanning voelde bij sprekers of zelfverklaarde profeten die een ‘woord van de Heer’ hadden of een beeld wilden doorgeven. Steevast werd de heilige Geest daar verbonden aan het bijzondere, het grootse, het imponerende. Dat heeft al snel iets grotesks. Zo herinner ik me twee studiegenoten die allebei – toevallig – dezelfde profetie hadden ontvangen: ze zouden een grote bediening krijgen. De verleiding is dan groot om cynisch te worden, om het spreken van de Geest op een veilige afstand te houden.
Hoe gaan we om met ziekte en verlies? Ervaren we God in deze donkere momenten of blijft het oorverdovend stil? En wat doen we dan, als het stil is? In zijn boek Proeven en watertanden verkent theoloog Ronald Westerbeek deze thema’s vanuit charismatisch-christelijk perspectief. Naar aanleiding van zijn boek sprak Westerbeek op de bezinningsdag van het studietraject Gods Koninkrijk en de heilige Geest van het Evangelisch College. Lees hieronder de lezing die hij gaf.