Zonder adem geen stem
Ons leven begint met een inademing. We worden geboren, halen adem – en schreeuwen het uit. Meteen is het er allebei: adem en stem. Niets is natuurlijker voor ons dan onze stem te gebruiken om te spreken en… te zingen.
Ons leven begint met een inademing. We worden geboren, halen adem – en schreeuwen het uit. Meteen is het er allebei: adem en stem. Niets is natuurlijker voor ons dan onze stem te gebruiken om te spreken en… te zingen.
We kennen er allemaal wel één of meer, van die bevlogen mensen die vol enthousiasme ‘ervoor gaan’. In de kerk, in onze gemeente of omgeving zetten ze zich in voor de/een goede zaak. Hier maken we kennis met Bert, die van alles in de kerk gedaan heeft en doet, maar vooral ‘dienstbaar is in zijn orgelspel’.
Een open gesprek vraagt om eerlijkheid naar onszelf en naar anderen. Hoe voeren we dit gesprek in de kerk?
Margot C. Berends beschrijft hoe het tweede pianotrio van Franz Schubert (1797-1828) door elkaar buitelende emoties laat klinken. Kan een mens dit aan? Ja, maar niet te lang.
Wordt de taal in kerkliederen nog wel begrepen? Zo nee, moeten we de teksten dan aanpassen en makkelijker maken? Hanna Rijken neemt je mee in de wereld van de kerkmuziek.
Lees hoofdstuk 6 uit het Dienstboek II. Wat kan de betekenis van muziek zijn op de kruispunten van het seculiere en het kerkelijk leven?
We kennen allemaal de Passion van de televisie op de Witte Donderdag. Het format – het lijdensverhaal van Jezus omlijst door vooral Nederlandstalige popnummers – kan ook anders uitgewerkt worden. Hier het verhaal van de Zwolse (en Hattemse) Passion.
Tijdens de Advent lezen we uit Lucas 1 en 2. Toen deze teksten geschreven werden bestond het Kerstfeest nog niet. Het perspectief is dan ook niet de geboorte, maar Pasen. Lucas 1-2, als een inleiding op het Evangelie, eindigt met het Paasfeest, zoals Lucas 24 het Evangelie afsluit met Pasen. De lofzang van Zacharias in Lucas 1:68-79 – het Benedictus – laat zich lezen als een vooruitblik op de eerste morgen, ‘een vroege Pasen’, zoals Niek Schuman het ooit noemde.
Vol vreugde en blijdschap ontmoeten Elisabet en Maria elkaar in hun gezegende toestand. Het onverwachte van hun zwangerschap herinnert aan de ‘onvruchtbare’ aartsmoeders, aan de moeder van Simson en aan Hanna. De naam Maria verwijst naar de profetes Miriam, de zuster van Mozes. De naam Elisabet betekent ‘dochter van Elisa’. De zwangere vrouwen zwijgen niet, maar spreken profetische, revolutionaire woorden. Daarin komen de uittocht en Hanna’s loflied (1 Samuël 2:1-10), de dappere Jaël en de vernederde Lea aan het woord. Het bekende Magnificat keert alle bestaande machtsverhoudingen om.