“Je bent wereldvreemd”, zei hij tegen mij en ik had geen idee wat dat betekende. Logisch, want ik was wereldvreemd. Vijftien jaar oud was ik toen. We kenden elkaar van de christelijke koffiebar. Ik een gereformeerd meisje, hij van de ‘vergadering van gelovigen’. Het verbaasde me wel, dat hij mij wereldvreemd noemde. Hun leer was heel specifiek, hij wist alles van de bedelingen, de opname en wederkomst van Jezus; ik had daar nog nooit over nagedacht. Mijn moeder zat volop in de vredesbeweging. Zijn ouders gingen naar christelijke kooroptredens in De Doelen. Anderzijds luisterden wij alleen naar klassieke muziek en wijdde hij mij in, in genres met elektrische gitaren. Wat betekent dat dan, wereldvreemd?