Menu

Basis

Schapen

Tegeltje met daarop de kerststal met Jozef, Maria en het kindje Jezus afgebeeld. Ook de herders met de schapen en de drie Wijzen zijn te zien.
(foto: Karin de Wit)

Schapen

Hij zal genoemd worden:
‘Het Lam Gods’.
Hij zal de wereld bevrijden
van alle kwaad
dat dood en verderf brengt.

Eerst zal Hijzelf als een lam
naar de slachtbank worden geleid.
Hij zal de dood aan het kruis vinden,
zoals zoveel onschuldigen,
die de stem durfden te zijn
voor alle onderdrukten
in de wereld.

De schapen in de kerststal
herinneren aan allen die zachtmoedig zijn,
aan alle die moedig zijn
en teken van nieuw leven,
maar de dood vinden,
slachtoffers van de machten
die alleen zichzelf zoeken.

De schapen herinneren
aan alle onschuldigen
die niet beschermd worden,
de dood vinden.
Kinderen zullen hen in de hand nemen
en strelen.
Zo zal God allen in de hand nemen
en strelen met zijn tederheid,
die werken aan een wereld
van vrede en gerechtigheid.

Zelf beleefde ik de weerloosheid van het schaap op een bijzondere manier. Het was september 1987. We waren net gaan wonen in het dorp Holysloot, waar ik beroepen was als predikant van de Samen-op-Weggemeente Ransdorp-Holysloot.

De zaterdag voor mijn bevestiging maakten mijn vrouw en ik een fietstocht om de omgeving te verkennen. Wie het dorp Holysloot uitloopt, komt op zogenaamd ‘padland’ terecht, met witte kleine bruggetjes tussen de weilanden. Een plank, een rails voor de fiets en een witte leuning. Op het eerste bruggetje hoorden we zachtjes, klagelijk blaten. We keken om ons heen… we zagen niets. Even later hoorden we het opnieuw. En nu zagen we het. Onder het bruggetje stond een schaap in de sloot, helemaal zwart door het slootwater.

Helemaal alleen kon het niets beginnen. We besloten ieder aan een kant van de sloot te gaan staan. Ik pakte de voorpoten terwijl mijn vrouw vanaf de andere kant het schaap aanmoedigde en duwde. De vacht was volgezogen met water en het schaap was loodzwaar.

Zonder onze hulp was het verloren gegaan, wat de boerin die we later spraken ons vertelde. Opeens kwam het schaap de slootkant op, ook met eigen kracht. Schudde de vacht. En wij zaten onder de zwarte modder.

In de verte bleek een kleine kudde te lopen, die we nu pas zagen. Het schaap liep er naartoe, werd weer schaap met de schapen. Twee bruggetjes verder hoorden we echter opnieuw datzelfde klagelijke blaten. Even betrapten we ons op de gedachte: niet wéér, hè! En inderdaad, ook hier was een schaap in de sloot terecht gekomen. Nu, met de ervaring van het eerste schaap helder in de herinnering, wisten we echter wat we moesten doen. En hielden voldoende afstand bij het uitschudden…

Voor mensen van nu roept schaap-zijn als beeld voor het mens-zijn niet meteen positieve associaties op, omdat het doet denken aan kuddegedrag. Bij deze associatie ligt de nadruk op volgzaamheid, zich schikken, niet voor jezelf opkomen.

Toch is het schaap in de positieve zin een voluit Bijbels woord: Jezus wordt de Goede Herder van de schapen genoemd, wat later in het Latijn ook werd toegepast op de voorganger: de pastor bonus. ‘Weid mijn lammeren’, zegt Jezus tegen Petrus. Klaarblijkelijk beschouwt de Schrift de mensen in hun kwetsbaarheid, broosheid, zachtheid en daarmee, in hun beschermwaardigheid.

Hij ziet hen opeens in hun onbeschermd zijn, hun weerloosheid, hun afhankelijkheid

Op een dag ziet Jezus een menigte mensen met een ingeving, die hem lichamelijk een schok geeft. Hij raakt ‘met ontferming bewogen’, innerlijk diep geëmotioneerd, om de mensen die zich aan hem voordoen ‘als schapen zonder herder’. Hij ziet hen opeens in hun onbeschermd zijn, hun weerloosheid, hun afhankelijkheid.

Het is precies datgene, wat mensen tegenwoordig lijken te vrezen: als ik maar niet mijn weerbaarheid verlies, als ik maar niet afhankelijk word van een ander, als ik mij maar kan handhaven.

Terwijl afhankelijkheid juist wezenlijk lijkt te zijn voor het mens-zijn. Niet alleen als kind, niet alleen als oudere ’hulpbehoevende’, maar ook als volwassen mens. Een mens is gemakkelijk te kwetsen, kent momenten of tijden van verdriet, angst en eenzaamheid, kan zich reddeloos verloren voelen, zelfs tussen anderen. Mensen zijn afhankelijk van anderen. Ze hebben begeleiding nodig. Al kunnen er ook mensen zijn, die anderen moedwillig afhankelijk van hen willen maken. Rovers, en wolven. Een mens kan daarbij ook vatbaar zijn om zich te laten meeslepen: in een gemakkelijk lijkende oplossing voor alle problemen, in beloften van een rijk en probleemloos leven, in drugs.

Zoals het gedicht van Marinus van den Berg laat zien hoe onschuldigen slachtoffer kunnen worden van anderen. In het dit voorjaar verschenen boek Komt een land bij de dokter van Michelle van Tongerloo, huisarts en straatarts in Rotterdam, kun je erover lezen. Over verloren, dolende mensen. De weg kwijt en zichzelf kwijt. Hun allernaasten zijn van hen vervreemd geraakt. Zij laat daarbij zien, dat lang niet iedereen het aan zichzelf te danken heeft. En ook, als dat wél zo is, ook als mensen zelf grote fouten hebben gemaakt, is zij met ontferming bewogen. Zij roept ook de samenleving op om met ontferming bewogen te zijn. Mensen hebben betrouwbare mensen nodig, dat leert de beeldspraak van de schapen. Marinus van den Berg laat zien dat het de kinderen zijn, die de volwassenen voorgaan in het zien van de zachtheid en zachtmoedigheid van het schaap. Zoals ook Jezus, nadat hij de mensen eenmaal zo had gezien, in hun hulpbehoevendheid, niet anders meer kon dan hen zoeken, en redden.

Dr. Henk de Roest is hoogleraar praktische theologie aan de Protestantse Theologische Universiteit in Utrecht. Hij is lid van de redactie van Ouderlingenblad.


Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken