Menu

Filters

Auteur

Hoofdthema

Pleinen

Soort materiaal

Andere bronnen

Premium

Wegwijzers naar het Licht

In het kerkelijk jaar leven we tussen Pasen en Hemelvaart. In de lezingen vindt ons leven – nog vóór we lijden, sterven en opstanding van Christus vieren – zijn plaats tussen schepping en voleinding, en tegelijkertijd zowel in de hemel als op aarde onder de heilzame koepel van Gods ontferming. De woorden zijn menselijk, aards en gebrekkig, maar door deze woorden kunnen we ons een voorstelling maken van de nieuwe, geheelde schepping.

Premium

Echo’s van Pasen

In de gang van de lezingen gaat op deze vierde zondag van Pasen de lofprijzing voorop. De woorden van Psalm 47,7b – ‘Zing voor onze koning’ – lopen vooruit op het troonsbestijgingsfeest van het kerkelijk jaar met Hemelvaart. De jubelzang uit vers 2 geldt deze koning. De reden voor deze jubelzang wordt ons onthuld in de lezingen uit Handelingen en Johannes, precies ook in die volgorde. In de teksten uit Handelingen en het evangelie volgens Johannes is sprake van een voortzetting van het mysterie van Pasen.

Premium

Dies irae, dies illa

Dies irae, dies illa – dag des toorns, o deze dag. Deze bekende woorden uit het requiem zijn inhoudelijk geïnspireerd door Sefanja 1,15. De dag des toorns – een synoniem voor de dag des Heren – en zijn betekenis voor Israël en de volkeren is het centrale onderwerp van dit boek. In Marcus’ weergave van Jezus’ gesprek met zijn volgelingen over de tijd van de grote beproeving, klinken de woorden van Sefanja en andere profeten over de dag des Heren op de achtergrond mee.

Premium

Met alles wat je hebt

De evangelielezing omvat drie korte scènes in en bij de tempel. In Marcus 11 is Jezus in Jeruzalem aangekomen. Er volgen confrontaties met hogepriesters en schriftgeleerden, de opmaat voor zijn arrestatie en kruisiging. Die confrontaties vinden plaats in de tempel, door Herodes de Grote gerenoveerd en uitgebouwd tot pronkstuk van zijn koninkrijk. Jezus heeft er geen oog voor: Hij ziet een arme weduwe die toont wat het betekent om God lief te hebben met alles wat je hebt.

Premium

Het eerste en het tweede gebod

De context is niet onbelangrijk bij dit gedeelte uit Marcus. Na twee eerdere leergesprekken (12,13-17 en 12,18-27) horen we hier het derde leergesprek. De gesprekspartner is ditmaal een schriftgeleerde (Gr.: grammateus, 12,28). De leergesprekken volgen op de vraag naar Jezus’ bevoegdheid (Gr.: exousia, 11,28). Marcus’ versie van dit derde leergesprek is veel vriendelijker dan die van Matteüs (22,34-40). Bij Marcus gaat het niet, zoals bij Matteüs, om ‘beproeven’ (Gr.: peirazoo, 22,35), maar om waardering: ‘ziende, dat Hij hun goed had geantwoord’ (12,28, eigen vertaling). Die waardering is uiteindelijk wederzijds.

Premium

Ons begrip te boven

Op Dankdag horen van Gods Koninkrijk. De lezing uit Marcus begint ermee. Jezus zegt: ‘Het is met het Koninkrijk van God als met een mens die…’ Dat is toch prachtig! Daar heb je het allemaal voor gedaan: het zaaien, het ploegen en zwoegen, het wachten, het oogsten, het genieten van de opbrengst, het werk van hoofd en handen. Voor het Koninkrijk van God! Of was het voor je portemonnee? En is de aarde behoed en bewaard? En de dieren? Was al het werk van onze handen tot Gods eer?

Premium

Een blijvende relatie met God

Bij sommige vragen ben je niet alleen nieuwsgierig naar het antwoord, maar ook naar de achtergrond van de vraag. Waar komt die vraag vandaan? Waarom komt juist die persoon met deze vraag? Is de vraag ter zake? Is het een goede vraag waarop een helder antwoord mogelijk is? Dit wordt allemaal opgeroepen door de vraag waarmee de sadduceeën proberen Jezus bijbels klem te zetten. Ze vragen naar het geloof in de opstanding der doden, maar het gaat vooral ook over wie het in dit leven voor het zeggen heeft.

Premium

‘Allerheiligen’ – wie zijn zij?

Allerheiligen is al sinds de vierde eeuw een feestdag in de kerk waarop alle martelaren worden herdacht. Sinds de negende eeuw valt die op 1 november. Op 2 november wordt Allerzielen gevierd; dan wordt gebeden voor alle overledenen. Dat feest dateert uit de tiende eeuw. In de katholieke kerken is Allerheiligen een hoogfeest, de viering ervan wordt tegenwoordig meestal naar de dichtstbijzijnde zondag verplaatst. Soms worden beide feesten op dezelfde dag gevierd, maar de heiligen gaan altijd voorop.

Nieuwe boeken