Tussen de verkoop van Jozef en zijn avonturen in Egypte staat ineens het verhaal over Tamar en Juda. Juda had voorgesteld om Jozef te verkopen (Gen. 37,26-27). Een karavaan van Ismaëlieten kwam langs, en de broers haalden Jozef uit de put en verkochten hem aan de Ismaëlieten. Volgens Rasji (11e eeuw, Frankrijk) verkochten deze Jozef door aan Midjianieten, want in Genesis 37,36 staat dat Midjanieten Jozef in Egypte aan Potifar verkopen. Daardoor verliezen de broers ieder spoor en iedere hoop om hem ooit terug te vinden.