Het evangelie volgens Barbie
Een uiterst commerciële film over een modieuze pop kan geendiepzinnige inhoud hebben. Of toch?
Een uiterst commerciële film over een modieuze pop kan geendiepzinnige inhoud hebben. Of toch?
Maakt het verschil vanuit welk theologisch perspectief missionaire activiteiten worden opgezet? Ruth Six deelt graag haar antwoorden op deze vraag voor zover ze die heeft ontdekt tijdens haar weg door de theologie.
Herademing-redacteur Marianne Vonkeman beschrijft de verschijningsvormen van de Hindoe-god Shiva. Hij ‘danst de dans van geluk, vol extase maar met een serene uitdrukking op het gezicht’. Vonkeman: ‘Dat is leven op het ritme van de kosmische dans van Shiva. Of: op het ritme van de Geest.’
Gerrit Vreugdenhil kijkt naar het verhaal over de vader met zijn zieke zoon uit Marcus 9. Al vanaf zijn vroegste jeugd (ek padiothen) is zijn zoon ziek en lijkt hij zelf ten einde raad (zie ook Mat. 17:14-21 en Luc. 9:37-43). Dat zal de reden zijn dat hij Jezus heeft opgezocht. Dit artikel kijkt naar het lijden van de zoon, wat was daar precies aan de hand?
Alette Warringa staat stil bij de drie niveaus van lijden die aanwezig zijn in de Eerste Korinthebrief. Wanneer waren pijn en verdriet in Paulus’ ogen zinvol, en wanneer zinloos?
De aandacht voor dierenrechten en dierenwelzijn lijkt typisch iets van deze tijd te zijn. Met de scheppingsorde is immers een fundamenteel verschil tussen mens en dier vastgelegd. De mens is rentmeester van de schepping, en alle andere schepselen hebben zich daarnaar te voegen. In Exodus 23 zitten we in de ‘toelichtingen bij de Tien Geboden’. Hier worden de Tien Woorden uitgebreid en voorzien van de nodige verheldering. Zo blijkt er onder het gebod om geen valse getuigenissen af te leggen nog veel meer te vallen. Ook eigendomsrecht valt hieronder. En blijkbaar dus ook dierenrechten.
De titel van deze exegese is misschien niet zo pakkend, maar de thema’s ‘deur’, ‘stem’, ‘herder’ en ‘stal’ komen in alle lezingen van deze zondag aan de orde en worden in de evangelielezing gekoppeld aan Jezus. Eigenlijk hoort ‘weidegrond’ als voedingsbron daar ook nog bij.
Na interne problemen van het volk in Refidim (Exodus 17:1-7) dreigt er vanbuiten gevaar: Amalek, de aartsvijand van Israël. De strijd wordt niet alleen gevoerd met het zwaard van Jozua, maar ook door de niet aflatende inzet van Mozes met zijn ‘opgeheven armen’ (17:11 – Nieuwe Bijbelvertaling). Eigenlijk staat er ‘zijn hand’ (Hebr.: jadò), waarin de staf van God ligt (17:9). De hand van Mozes wordt ook genoemd in verbondenheid met de troon van JHWH (Hebr.: ki jad al kees jah – 17:16). In deze perikoop komt het woord ‘hand(en)’ zeven keer voor, net als ‘Amalek’, de aartsvijand.
Op dit boek zat ik – en velen met mij – te wachten. Hoe gaat het, na het schrijven van zijn trilogie, verder met Dekker als denker, herder en wekker? Dekker pakt een fundamenteel sleutelwoord op uit de Bijbel en uit de gereformeerde traditie, namelijk ‘bekering’. Hij ligt er wakker van dat deze kernnotie veel te vaak afwezig is in de prediking en het missionaire werk. En daar bekering een hoofdpijler is waar ons kerkenwerk op steunt, staat niet alleen de kerk op instorten maar ook de samenleving. Het gaat immers bij bekering tegelijk om vernieuwing van ons hart, onze manier van denken én om onze daden, onze leefstijl.