Menu

Basis

Toen het licht uitviel in de abdij

de abdij van Affligem

Een lichtflits doorklieft de hemel als een zwaard. Een seconde later volgt een daverende klap. Ik schiet rechtop in bed, weggerukt uit mijn dromen en verstijfd van schrik. Waar ben ik?

Nog voor ik het besef, flitst het licht opnieuw door de nacht. Bijna onmiddellijk gevolgd door een oorverdovend gedreun. Ik tast naar het lichtknopje, maar de lamp blijft uit. Onder mijn hoofdkussen vind ik mijn smartphone. Goddank. Het scherm licht op: 05.58 uur.

De stem van God in het onweer

Het geweld contrasteert scherp met de rust van de abdij van Affligem, waar ik samen met mijn zoon en acht andere gasten op retraite ben. De abdijtoren verheft zich als het hoogste punt in de omgeving boven het dal.

Waarom voelt de nacht dreigender wanneer je geen licht kunt aansteken? En als de Bijbel zegt dat God spreekt in het onweer, wat zou Hij dan zeggen?

Bliksem en donder keren tientallen keren terug in de Bijbel, vooral in Job, de Psalmen en de boeken Samuel. Opvallend genoeg wordt daarbij zelden verteld wát God zegt. Wel dat zijn stem klinkt in de donder, en dat mensen worden geconfronteerd met iets wat groter is dan zijzelf.

Bliksem: een confrontatie met je kwetsbaarheid

Voor de Deense filosoof en theoloog Sören Kierkegaard verbeeldt de bliksem de wijze waarop God zich aan de mens openbaart: plotseling, ontregelend en niet te beheersen. Al onze zekerheden, theorieën en vrome woorden kunnen in één ogenblik wegvallen. Zoals theoloog Klaas Schilder schreef: de mens kan slechts “huiveringwekkend God ondergaan in het ogenblik”.

Hoewel we onweer vandaag wetenschappelijk kunnen verklaren, heeft het niets van zijn ontzagwekkende kracht verloren. Wie onder een donderende hemel staat, wordt geconfronteerd met zijn eigen kwetsbaarheid. Misschien roept bliksem daarom ook zo gemakkelijk gedachten aan oordeel op. Waarom werd juist dat ene huis getroffen, en niet het pand ernaast?

Blikseminslagen in Affligem

Opnieuw flitst het licht door de ramen. Een luid gekraak doorklieft de lucht. Nog altijd geen licht in de kamer. Ik stap uit bed, trek de eerste de beste jurk aan die ik kan vinden — mogelijk binnenstebuiten — en open de deur.

De lange gang oogt donker. Op de tast daal ik de trappen af. Zelfs in de eetzaal brandt geen licht. Hier en daar staan mensen bijeen, opgeschrikt door het nachtelijke geweld. Buiten flitst het nog steeds, al lijkt het onweer langzaam weg te trekken. “Het is hier vlakbij ingeslagen,” weet een van de broeders. “Er is een dak afgebrand.”

Uit latere nieuwsberichten blijkt dat het bij dat ene huis niet gebleven is. Die nacht is in Affligem en Roosdaal op meerdere plaatsen de bliksem ingeslagen. Twee woningbranden op nauwelijks 250 meter van elkaar. De zwaarste bliksemnacht van het jaar.

de abdij van Affligem

Na het onweer: terugkeer van het licht

Waarom sommige huizen worden getroffen en andere niet? Volgens de Belgische weerman Frank Deboorsere valt daar weinig over te zeggen, behalve dat de bliksem de weg van de kortste weerstand zoekt om in te slaan. Het hoogste huis in de omgeving bijvoorbeeld. “Het is gewoon pech als dat bij jou gebeurt.”

En de Bijbel? Ook die geeft daarop geen eenvoudig antwoord. Maar ik herinner me wel hoe mensen elkaar in het donker opzochten, en hoe het licht uiteindelijk terugkeerde. Niet door een metafysisch wonder, maar doordat broeder Franco, tastend door het donkere gebouw, de juiste zekering wist te vinden.

Kelly Keasberry is eco-theoloog, journalist en PhD-onderzoeker verbonden aan het NWO-project Existential Challenges of Planetary Health (VU Amsterdam/KU Leuven). In 2024 verscheen haar boek Geworteld in verbinding (Maklu/Garant).

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken