Menu

Premium

Van doop naar beproeving

1e zondag van de Veertigdagentijd (Genesis 9,8-17, 1 Petrus 3,18-22 en Marcus 1,12-15)

De verzoeking in de woestijn, het klinkt vertrouwd. Je zou bijna denken: natuurlijk, een verzoeking is iets voor in de woestijn. Maar is het eigenlijk niet vreemd? De woestijn is een plek van leegte. Een stille, prikkelarme omgeving waar je offline bent. Een soort klooster. Waarom zou dat een plek van beproeving zijn?

Ben je in de stad niet veel meer in gevaar? Daar ligt het anonieme genot voor het oprapen. Trouwens, ‘dank’ zij de moderne media verkeren wij bijna non-stop ‘in de stad’. Voor ons gevoel is dat veel meer een plaats van beproeving dan de woestijn. Waarom kiest de Geest de woestijn uit als plaats waar satan zijn technieken op de zonet gedoopte, veelgeliefde Zoon mag loslaten?

De Geest dreef Hem

Het is een schokkend detail: ‘Meteen daarna dreef de Geest Hem de woestijn in’ (1,12). In het evangelie lezen we regelmatig dat Jezus de stilte opzoekt. Als wij verlangen naar stilte en gebed is dat iets van de Geest. De Geest drijft ons als we deze wereld achterlaten en tijd nemen voor stilte en gebed. In ieder van ons zit wel een kloosterling, die mag zeker in de Veertigdagentijd tot zijn recht komen. Maar de woestijn is anders dan we denken. We denken: daar is geen verleiding, daar heb ik niets aan mijn hoofd, daar kom ik eindelijk tot rust. En dat pakt even iets lastiger uit. Iets minder wellness-achtig en iets meer in de stijl van het Kruis.

Want juist in de stilte van de woestijn staat de Geest toe dat satan met je bezig gaat. Als een zachte stem, die nauwelijks te onderscheiden is van je eigen geweten. Als iemand die overtuigend met je spreekt, iemand die meester van de suggestie is. Alles wat je in de heilige doop is toegezegd wordt gaandeweg van een vraagteken voorzien. ‘Wij zullen zien dat stilte geen ding is om mee te spelen. Het is een vreeselijke plaats, die woestijn. En de stemmen, die er gehoord worden, zijn niet zoomaar, zonder meer, voor woorden Gods te houden.’ Aldus dr. O. Noordmans in 1936 (Stille Tijd, in: Zondaar en bedelaar). Het is alsof de duivel, die zich in de wereld achter allerlei coulissen verstopt, in de leegte tevoorschijn komt.

Watervloed en doopwater

Tijdens de dienst van het Woord maken we vandaag de beweging van doop naar beproeving. Eerst gaat het over de vloed (Gen. 9), daarna over datgene waar de vloed een ‘antitype’ van was: het heilig doopsel (1 Petr. 3), daarna over de beproeving van de pas gedoopte (Marc. 1). In Genesis 9 klinkt steeds het woord ‘verbond’. Dat wil zeggen: een uitwisseling van personen. Ik ben van jou, jij bent van mij. Dat is oneindig méér dan een contract, een uitwisseling van dingen of diensten! De Heer zegt in de doop: Ik ben jouw God, en jij bent mijn kind. Het verbond verbindt. Tenminste, als de duivel er niet tussen komt. Het Griekse diabolos betekent letterlijk: uiteenwerper, wigdrijver…

De apostel Petrus legt het verband tussen de watervloed en het doopwater. Over de ‘geesten in de gevangenis’ (3,19) moeten we maar niet te veel uitweiden, dat is meer iets om op Stille Zaterdag over te mijmeren: Jezus’ verblijf in het dodenrijk omvat een mysterievolle reis. Op deze eerste zondag van de Veertigdagentijd concentreren we ons liever op de doop. Deze periode is immers ooit ingesteld als intensieve cursus voor geloofsleerlingen die in de Paasnacht worden gedoopt. Ook wij mogen onze doop ieder jaar gedenken als we besprenkeld worden met het wijwater. Een moment om het verbond te vernieuwen: U bent onze God, wij zijn uw kinderen.

Vraag om een zuiver geweten

Petrus noemt het water van de vloed een beeld van de doop, ‘die niet het vuil van uw lichaam wast maar een vraag is aan God om een zuiver geweten’ (3,21). Wie zich laat dopen, vraagt God iets. Hij of zij dient plechtig een verzoek (Gr.: eperootèma) in: om een zuiver geweten. Dat willigt de goede God graag in, en alle zonden worden van de ziel gewassen.

Maar vanaf dat moment is het zaak, ons geweten zuiver te houden (vgl. 3,16). Weinig mensen zijn zich ervan bewust wat een onmetelijk geschenk een goed geweten is en wat een vloek het belaste geweten is. Maar satan weet het wel, en zal er alles aan doen om ons een kwaad geweten te bezorgen, dat zijn eigen kwaad verdringt en verdoezelt. Een zuiver geweten is het geweten van een kind. Het kind met zijn onberedeneerde afschuw van wat afschuw verdient, en zijn eenvoudige intuïtie voor het goede. Wij gedoopte kinderen van God verspelen maar al te vaak de vrijheid en blijheid van het goede geweten. Is dat niet het geheim van onze krachteloze woorden, gekunstelde redenaties en halfslachtige daden? Laten we met berouw en biecht heroveren wat we in de beproeving verloren hebben!

Terug naar de woestijn: waarom juist daar de beproeving? Ik vermoed: mede omdat de beproeving hier subtieler en dus gevaarlijker is dan in ‘de wereld’. De heilige Thomas van Aquino (1225-1274) werd ooit door zijn familie opgesloten met een hoer. Zo wilden deze mensen van stand voorkomen dat hij een bedelmonnik zou worden. De opzet faalde uiteraard. Een heilige trapt niet in zulke beproevingen. Het moet subtieler. De stilte van de woestijn is meer geschikt voor zulke valkuilen. Als we gedoopt zijn, zullen we beproefd worden. Kom je de grofste verleidingen te boven, dan zul je doortraptere tegenkomen. Sta vast, gedoopte kinderen van God! ‘Jezus, ik vertrouw op U.’ Zo kom je elke verzoeking door: de wereldse zowel als die van de woestijn. Het verbond houdt stand, je geweten blijft zuiver.

Deze exegese is opgesteld door Wouter van Voorst.

Wellicht ook interessant

None

Een therapeutische staatsreligie?

In de nieuwe serie ‘Het christelijke geloof in een therapeutisch Nederland’ onderzoekt Katie Vlaardingenbroek, auteur van Nederland Therapieland, de relatie tussen het christelijke geloof en onze huidige therapiecultuur. Op eerste oogopslag lijken geloof en therapie twee verschillende invloedsferen te zijn. Maar Katie laat zien dat ze veel meer met elkaar gemeen hebben dan we wellicht denken en dat het van groot belang is om de overeenkomsten en verschillen scherp te krijgen. In dit eerste artikel onderzoekt ze de gevolgen van de verandering van therapie in een potentiële staatsreligie, en daarmee in een autoriteit op het gebied van levensvragen. 

Nieuwe boeken