Menu

Premium

Verantwoordelijkheid vanuit liefde

Preekschets bij Jona 3-4

Walvis die uit het water springt
(Beeld: Thomas Kelley via Unsplash)

Toen God zag dat zij inderdaad braken met hun kwalijke praktijken, zag Hij ervan af hen te treffen met het onheil dat Hij had aangekondigd, en Hij deed het niet. (Jona 3:10)

Schriftlezing: Jona 3:10-4:11

Liturgisch Kader

Deze preekschets is niet verbonden aan een specifiek punt in het kerkelijk jaar, en is daarmee geschikt voor een willekeurige zondag in de zomer of herfst.

Uitleg

We lezen dat de inwoners van Nineve ‘braken met hun kwalijke praktijken’. Daarna blijkt dat God inderdaad doet waar zij op hopen: dat hij van gedachten verandert en afziet van zijn voornemen (om Nineve weg te vagen). God antwoordt op de gedragsverandering van de mensen van Nineve. Maar Jona kan het niet verkroppen dat God besluit om een vijandige grootmacht goedgezind te zijn. ‘toen ik nog thuis was’ (4:2) vertelt ons waar dat vandaan komt: Jona’s nationalisme zit hem enorm in de weg.

Jona weet best hoe God in elkaar zit: God is genadig en liefdevol, geduldig en trouw en tot vergeving bereid (4:2). Maar Jona wil liever een wraakzuchtige God. Jona’s haatgevoelens maken dat hij zelfmoordgedachten krijgt, niet de eerste keer in dit verhaal. Hij gaat nog liever zelf ten onder dan dat de Ninevieten een nieuwe kans krijgen. God vraagt hem dan of hij terecht zo kwaad is. Jona geeft geen antwoord. Dan gebruikt God een wonderboom (een heester die 30 cm per dag kan groeien tot uiteindelijk 4 m) om Jona iets duidelijk te maken. Zo snel als de boom opkomt, zo snel verdort die ook weer. Jona wordt weer kwaad, God vraagt hem voor de tweede keer of dat terecht is. Jona vindt van wel. Jona voelde grote vreugde over die boom, waar hij geen enkele verantwoordelijkheid voor had. God, die alle verantwoordelijkheid had voor de boom en heeft voor de Ninevieten, voelt groot verdriet om het misdragen van de Ninevieten en het lot dat daar in eerste instantie aan vast zat.

God zegt tegen Jona: ‘zou Ik dan geen verdriet hebben om Nineve (…) die het verschil tussen links en rechts niet eens kennen’; ze kennen niet het onderscheid tussen goed en kwaad (Jona 4:11).

Dat betekent niet dat het maar domme mensen zijn. Nee, ook de inwoners van Nineve zijn schepselen van God en dus in staat om mede zorg te dragen voor andere schepselen. Om medeschepper te zijn. Jonathan Sacks zet het verhaal van Jona in een groter thema: verantwoordelijkheid voor de samenleving. Hij verkent hierbij in hoeverre het collectief verantwoordelijk zijn voor de wereld om ons heen een godsdienstige opdracht is of een universeel menselijke verantwoordelijkheid voor de wereld en zichzelf. Dat laatste zegt volgens Sacks o.a. filosoof Jean-Paul Sartre.

Sacks veronderstelt dat Jona ervanuit gaat dat er de kans bestaat dat de inwoners van Nineve, na hun bekering, weer kwaad zullen doen. Als je dit vanuit God bekijkt zou je volgens dezelfde redenatie kunnen zeggen dat God ervanuit gaat dat de kans bestaat dat ze na hun bekering juist goed zullen doen. En misschien neemt hij het risico dat ze toch weer kwaad zullen doen, op de koop toe omdat God vertrouwt in het goede van de mensen. Zij zijn immers zijn schepselen, beeld van God zelf. God zou zichzelf verloochenen als hij niet uitging van het goede in de mens.

Waarom gaat Jona uit van het negatieve? Hij wordt gedreven door haat. Haat staat in dit verhaal tegenover leven. In het grote geheel van de Bijbel staat haat tegenover de schepping, die bedoeld was om leven in de wereld te brengen. Het boek Jona eindigt ook niet toevallig met: ‘en dan nog al die dieren’. Volgens Sacks ziet Jona enkel negatieve uitkomsten: zouden de Ninevieten bekeerd worden, gaan ze kwaad doen, zouden ze niet bekeerd worden en God zijn oordeel uitvoeren, zou Jona daarvan de schuld krijgen. Nico ter Linden voegt hier nog een ander perspectief aan toe. Volgens hem wil Jona dat de grenzen van Gods barmhartigheid samenvallen met zijn de grenzen van zijn wereld. In zijn wereld is God een God die de ongerechtigheid van de volkeren niet ongestraft laat.

‘…en Hij deed het niet.’ Uit deze zin maak ik op dat God een God is die nadenkt over zijn plannen en die kan heroverwegen. God is daarmee een lerende, anticiperende God. Die eigenschap zien we ook terug in het verhaal van Abraham, die met God onderhandelt over het lot van Sodom en Gomorra.

Betekent dit dat God veranderd is, zoals Jona misschien vreest? Of past dit juist bij een God die vanuit liefde en genade de wereld schiep?

De mensen en dieren van Nineve zijn net als alle andere mensen schepselen van God.

Nog een perspectief dat ik bij Ter Linden vond: God doet er alles aan om Jona duidelijk te maken dat Hij ook hem wil behouden: eerst op de boot, daarna in de vis en Nineve en nu weer met de wonderboom.

Ter Linden verwijst nog naar de twaalf stammen van Israël: 120.000 inwoners van Nineve is 10.000 x 12. God denkt groot, 10.000 maal zo groot als zijn openbaring aan Israël. Jona denkt veel te klein van een God die zo genadig is.

Close-up of fresh green leaves on tree branches with soft sunlight filtering through, creating a calm natural background with a bright airy feel.
God doet er alles aan om Jona duidelijk te maken dat Hij ook hem wil behouden: eerst op de boot, daarna in de vis en nu weer met de wonderboom. (Beeld Da Bali via iStock)

Aanwijzingen voor de prediking

Het boek Jona heeft een open einde. Er zullen mensen onder je gehoor zitten die liever een heldere eindconclusie horen, of een opdracht ‘dit moet je vanaf nu dus gaan doen’.

Maar zo helder is het niet. Dat geeft ook ruimte voor eigen invulling. Je zou er een koffietafelgesprek na de dienst aan vast kunnen knopen: hoe denk jij dat het verdergaat met Jona en de mensen van Nineve? Hoe verhoud jij jezelf tot dit verhaal; heb je begrip voor Jona en waarom wel of niet?

Als de kern van Jona is dat ook andere volken dan het joodse schepselen van God zijn en dat die het daarom net zo goed verdienen om een genadige en liefdevolle, geduldige en trouwe en tot vergeving bereide God te kennen, kan je in deze tijd niet heen om de genocide die de staat Israël momenteel pleegt op de Palestijnen. Anders dan Jona, die specifiek door God op pad gestuurd wordt en anders niet had kunnen weten van de situatie in Nineve, weten wij nu wel van de situatie in Palestina.

Durven we te luisteren naar hedendaagse profetische stemmen? Bij Kees van Ekris las ik over Angela Merkel, die hij een moderne profeet noemt. Volgens hem stimuleren profeten mensen in het goede samenleven, trouw aan Gods geboden en met liefde voor mensen. Daar hebben we leiders bij nodig, die daaraan vorm proberen te geven. Angela Merkel (zelf opgegroeid in onvrijheid in de DDR) had als motto geen ‘Mauer im Kopf’ te hebben: geen muur waarachter je andere mensen wegzet.

In je preek kan je verkennen welke ‘Mauern im Kopf’ wij hebben als het gaat om dat goede samenleven waar profeten ons steeds op hebben gewezen.

Jona had een behoorlijke Mauer im Kopf. Het nationalisme van Jona vreet aan hem. Hij is zo vol van haat, dat hij liever sterft. Haat staat zo tegenover leven, dat die twee niet verenigbaar zijn. Dit doet een appèl op ons: welke haat leeft er in ons, met wie hebben wij (vinden we) nog een appeltje te schillen? En hoe staat dat ons leven in de weg?

Wat de leiders betreft: de koning van Nineve neemt de boodschap van Jona serieus en betert zijn leven en dat van zijn onderdanen. Het kan dus, mensen op machtige posities aanspreken op hun verkeerde gedrag en hun leven laten beteren. De Church of England heeft onlangs een motie aangenomen om te luisteren naar Palestijnen, zoals verwoord in het Kairos II document, solidair met hen te zijn en te werken aan bewustwording in de kerk. De synode van onze ‘eigen’ PKN houdt zich vooralsnog stil. Als voorganger heb je een bepaalde verantwoordelijkheid om op je eigen podium wel die bewustwording te creëren. Palestijnen vertegenwoordigen misschien wel de profetische stemmen van nu.

‘…en Hij deed het niet.’ Die zin blijft steeds bij me hangen. Als God kan reflecteren op zijn eigen handelen en soms besluiten om van iets af te zien en wij mensen zijn beeld zijn, kunnen wij dat ook. We moeten niet te klein denken. Niet over onszelf en niet over God. Ook wij kunnen ervoor kiezen om niet te handelen vanuit haat, maar vanuit liefde voor mensen en dieren. Kiezen voor het leven.

Ideeën voor kinderen en jongeren

Het opgeslokt worden door en overleven in de vis zal kinderen waarschijnlijk het meest tot de verbeelding spreken. Een jaar geleden ging er een filmpje rond waarin te zien was hoe echt een man (in een kajak) werd opgeslokt door een walvis. Hij werd na een paar seconden weer uitgespuugd. Je zou dat filmpje kunnen laten zien.

Daarna moet je er wel voor waken dat deze gebeurtenis niet de overhand gaat krijgen. Het gaat uiteindelijk om de mensen in Nineve en hoe die hun leven veranderen. Ze gaan goed leven, wat ze eerst niet deden.

Om niet te veel de nadruk te leggen op hoe de kinderen zelf goed/beter kunnen gaan leven (je wilt wegblijven bij het onbedoeld een schuldgevoel aanpraten), zou je in gesprek kunnen gaan over andere mensen die ze kennen die goed leven in hun ogen, of hun leven gebeterd hebben. Je kan dat zelf vast voorbereiden door voorbeelden op te zoeken.

Liedsuggesties

Hemelhoog 83 – Jona
LB 994 – Voor hen die ons regeren
LB 1001 – De wijze woorden en het groot vertoon

Geraadpleegd

Sacks, J. (2016). Een gebroken wereld heel maken: Verantwoordelijk leven in tijden van crisis. Skandalon.
Ter Linden, N. (2000) Het verhaal gaat… deel 4. Balans.

Esther de Vegt is kerkelijk werker voor Kerken met Vaart in Nieuw-Amsterdam, Erica en Klazienaveen. Zij richt zich daar op mensen tot 50 jaar, zoekt met en voor hen naar andere vormen van vieren en pastoraat en hoe we ‘kerk naar buiten’ kunnen zijn in de drie dorpen.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken