Menu

Premium

Verlangen naar Gods gerechtigheid

Preekschets bij Matteüs 5:3-10

Twee hertjes die in een plas staan. Een hertje is aan het drinken.
(Beeld: iStock)

Gelukkig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. (Matteüs 5:6)

Schriftlezing: Matteüs 5:3-10
Overige schriftlezing: Psalm 42-43; Jesaja 61:1-8

Liturgisch kader

Voor velen is de zomerperiode een tijd van bezinning, een tijd van afstand nemen van wat ons bezighoudt in ons persoonlijk leven, de samenleving, in de (geo)politiek. Een kernwoord is gerechtigheid. Mensen eisen rechten op, betwisten elkaars rechten, overheden beschermen rechten, of tasten die aan. Het recht van de sterkste geldt, mensen oefenen met geld hun rechten uit ten koste van de armere, of een bepaalde bevolkingsgroep ten koste van andere groepen, of mannen ten koste van vrouwen. Wat gerechtigheid of rechtvaardigheid is, is vaak niet zo eenvoudig vast te stellen. In een drietal preekschetsen luisteren we naar wat Jezus erover zegt.

Bekijk de andere preekschetsen hier:

Uitleg

Matteüs is van geboorte een Jood. Voor hem is de verkondiging van Jezus allereerst verlossing van de Joodse wetgeving. De wet omvat 613 geboden en verboden. De vrome Israëliet heeft ze elke dag in acht te nemen, als hij wil voldoen aan de volledige eis van de gerechtigheid van de wet. Daar staat het verlossende woord van de Here Jezus tegenover, dat de gehele wet vervuld wordt in het ene gebod van de liefde. In zijn oude beroep als tollenaar heeft Matteüs de diepe verachting ervaren van de farizeeën, de rechtvaardigen, voor hem, de verworpene. Hij was verloren en de wet was een onbeklimbare berg van voorschriften. Totdat hij de rabbi uit Nazareth ontmoet, en uit zijn mond hoort: Gelukkig de armen! Gelukkig de treurenden! Gelukkig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid! Dat is evangelie. Dat is de heerlijkheid van het messiaanse rijk, waarin voor gebondenen vrijheid wordt uitgeroepen (Jesaja). Jezus’ uitspraken zijn fundamenteel voor de blijde boodschap. Dat ‘gelukkig!’ gaat vóór alles. Ze vormen de aanvang van het hele messiaanse onderwijs. Wie zich afvraagt wat de kenmerken zijn van een volgeling van Jezus Christus, vindt het antwoord in de acht gelukkig-prijzingen. Wie zich bekeert, ontvangt deze kenmerken in beginsel, en heeft de verantwoordelijkheid ze te onderhouden in een levenslang proces van leerling zijn.

Jezus wil onze aandacht volledig richten op het koninkrijk van God. Het geheim van dit koninkrijk wordt door Hem onthuld. Van fundamenteel belang is dat Jezus zegt dat het nabij is (Mat. 4:17). Dit betekent: het is beschikbaar, om ons heen en in ons, dichterbij dan we vermoeden. Als een virtuele werkelijkheid omringt en doordringt de werkelijkheid van Gods koninkrijk ons leven. We hoeven ons slechts om te keren om er binnen te gaan. Dit koninkrijk heeft kenmerken die vanzelfsprekend eindeloos en overvloedig zijn. We krijgen er een indruk van in de zogenoemde zaligsprekingen (Mat. 5:3-10). Voor treurenden is het een bron van troost, voor zachtmoedigen dat ze rijk zijn, enzovoort. Het zijn allemaal aspecten van een volheid van leven, gaven die samen het hoogste geluk vormen. Dit betekent: als je in dit koninkrijk leeft, kom je niets tekort. Wie naar dit koninkrijk en zijn gerechtigheid verlangt, hoeft zich geen zorgen meer te maken. Dit koninkrijk is een bron van gerechtigheid, die je vrij maakt om verleidingen te weerstaan en anderen recht te doen.

Dorst naar gerechtigheid

De dichter van Psalm 42-43 drukt zijn geestelijke honger en dorst uit in het beeld van een dorstig hert. Dit grote verlangen is een motief dat richting en zin geeft aan de reeks psalmen die volgt. Op het eind besluit Psalm 72 het tweede boek van de Psalmen met een gebed om de komst van de messiaanse koning. Deze Koning zal de arme redden, Hij zal de treurende troosten, de zachtmoedige in zijn recht herstellen. Hij zal alles weer goed maken. Er zal gerechtigheid en vrede heersen op de gehele aarde. De psalmist gaat met zichzelf in gesprek over zijn intense verlangen naar God. Zijn aanvankelijk aarzelende, tastende vertrouwen wordt gaandeweg steeds sterker, ondanks dat er ook een storende tegenstem is. De dichter begint puur klagend, maar aan het eind zegt hij dat hij God weer zal loven. Het beeld van het hunkerende hert roept Jezus in herinnering. De psalmist vestigt zijn hoop op God. Zo moedigt Jezus ons aan onze hoop op zijn gerechtigheid te stellen – op Hem dus. Hij is onze persoonlijke gerechtigheid en de gerechtigheid van de wereld waarin wij leven. Door dit te geloven komt je ziel tot rust.

Beeld Vrouwe Justitia met lange schaduw erachter
(Beeld: iStock)

Aanwijzingen voor de prediking

Jezus geeft in de Bergrede antwoord op de vier grote levensvragen waar filosofen zich mee hebben bezighouden. Dit zijn vragen die ook spelen in het Jodendom in de tijd van Jezus’ optreden en in onze eigen tijd: wat is geluk, wat is werkelijk, wat is een goed mens, hoe word je een goed mens? Het antwoord van Jezus is: het Koninkrijk van God is werkelijk, het geluk is in dit Koninkrijk te vinden, een goed mens ben je in de gerechtigheid van dit Koninkrijk, bekering tot dit Koninkrijk opent de toegang ertoe. Jezus spreekt niet over geboden, maar over de vorming van heel ons mens-zijn in al zijn dimensies vanuit de gerechtigheid van zijn Koninkrijk. Niet wat we doen staat voorop, maar wie we worden en zijn als burger van Gods Koninkrijk. Het doen krijgt als vrucht alsnog het volle gewicht.

Niet uit te roeien onrecht

Massa’s mensen hunkeren naar gerechtigheid. Er zit zoveel onrecht in elke samenleving, er komt dagelijks veel onrecht openbaar. We hebben een overheid om het recht vast te stellen en uit te oefenen: bestuur, politie, justitie, gevangeniswezen, reclassering; we hebben de wetgevende en de rechtsprekende machten. Op internationaal niveau kun je denken aan de Europese rechtbank in Luxemburg en Straatsburg, het internationaal gerechtshof in Den Haag, de VN, de Veiligheidsraad in New York. Maar onrecht blijkt niet uit te roeien. Menigten zijn het slachtoffer van klimaatverandering, oorlogsgeweld, corruptie, het recht van de sterkste. Aan het eind van de wereldgeschiedenis keert Jezus terug om te oordelen, Hij zal als rechter de wereld op orde brengen. De orde zoals God als schepper heeft bedoeld. Die zal gevestigd worden, en die zal in de nieuwe wereld nooit meer betwist worden. Gods gerechtigheid zal de samenleving doortrekken.

Het christelijke leven

Gerechtigheid is een synoniem voor het christelijke leven. Jezus helpt ons als een goede leraar. Hij noemt doorlopend en in diverse variaties in het evangelie het onderhouden van de Tien Geboden. Heel de Bergrede in de hoofdstukken 5 tot 7 zijn een uitwerking ervan. Je zou de Bergrede een samenvatting van het christelijke leven kunnen noemen. 

Wie hongert en dorst naar Gods gerechtigheid, verklaart Jezus ‘zalig’. Hij is gered, hij deelt in Gods heil. Omdat hij een hartelijk verlangen naar de rechte verhouding tot God heeft. Die verhouding is door de zonde en de opstand van de mens tegen God verbroken. Gerechtigheid is dat deze verhouding wordt hersteld, dat uit de weg is geruimd wat deze verhouding verstoorde en bedierf. De gerechtigheid die ons heil brengt, bezitten we niet van onszelf, en de goede verhouding tot God kunnen we niet zelf tot stand brengen. God vervult de behoefte aan gerechtigheid van hen die zich voor Hem openstellen, die besef hebben van hun ongerechtigheid, en die het van Jezus Christus alleen verwachten. God vervult hun verlangen door zijn Geest in en door Christus. Want Hij is onze gerechtigheid.

Een ándere gerechtigheid

Wij kunnen naar van alles hunkeren en van alles najagen. Maar werkelijke verzadiging vind je alleen in Jezus Christus. Hij vervult de hongerigen (Lukas 1:53). In haar lofzang bezingt Maria hoe God alle verhoudingen omkeert. De armen worden rijk en de rijken worden arm. De machtigen vergaan en de verachten worden in hun eer hersteld. Degenen die zichzelf erop gezet hebben, moeten van de tronen áf. Hun macht, hun geest, hun cultuur, hun geweld, het is allemaal voorbij. Want een ánder rijk breekt aan, het Koninkrijk van God komt op de aarde. Een ándere macht heerst voortaan, de macht is aan Jezus Christus tot vergeving van de zonden. Voortaan geldt een ándere gerechtigheid, de rechtvaardigheid uit het geloof in Hem. De toekomst is aan een ándere rijkdom, die vervult met de schatten en gaven van het evangelie. In Jezus’ koninkrijk komen de armen aan de beurt, de vertrapten, de vernederden, de hongerigen. Wie verlangt naar Gods gerechtigheid ziet nu veel waar je wanhopig van kunt worden, teleurgesteld, vermoeid; er is veel dat je aanvechting bezorgt. Deze gelukkigspreking is een belofte, waarin een eerdere profetie van Jeremia doorklinkt: ‘de HEER geeft de vermoeide te drinken en Hij verzadigt de verzwakte. Als tekenen van zijn koninkrijk laaft Hij de vermoeide en vervult de bedroefde ziel’ (Jer. 31:25).

Ideeën voor kinderen en jongeren

Honger en dorst duiden op verlangen van het lichaam. Wat doe je dan? Vervolgens kun je het hebben over wat gezond eten of drinken is. Taart of snoep stilt niet werkelijk honger. Of bijvoorbeeld cola: lest die wel je dorst? Dan kun je de lijn doortrekken naar Jezus, waar doelt Hij op? Misschien wat moeilijk voor kinderen. Maar jongeren hebben ervaring met onverzadigbaar verlangen naar wat sociale media hun bieden: berichtjes, films, waardering, dit soort zaken. Zou Jezus hierover iets te zeggen hebben?

Er zijn landen en gebieden met massaal honger en dorst. Kunnen de kinderen iets noemen? Ongetwijfeld hebben ze beelden op tv gezien. Vraag hun een tekening te maken.

Vraag de jongeren hoe ze denken over mensen in bijvoorbeeld Afrika, of elders, waar heel veel gebrek is. Wat kunnen wij eraan doen?

Kinderen en zeker jongeren kunnen al geconfronteerd zijn met daklozen, of misschien bedelaars. Hoe denken ze over hen? Wat kunnen we eraan doen?

Henk Post is in de theologie gepromoveerd aan de Vrije Universiteit. Hij is auteur van diverse boeken en artikelen, en gaat voor in de Protestantse Kerk in Nederland.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken