Menu

Premium

Verlossing

Hebreeuwse tekst die wordt uitvergroot met een loep

Geloofstaal & cultuurtaal

Woorden die samenhangen met ‘verlossen’ en ‘verlossing’ zijn in de geloofstaal zeer gangbaar. ‘Verlossing’ houdt dan zoveel in als ‘redding, heil’. Bekend is ook de regel uit het Onze Vader: ‘Verlos ons van de boze’.

In het seculiere taalgebruik doet ‘verlossing’ wat vreemd aan. Alleen met betrekking tot bevallingen zijn woorden als ‘verlossing’ (en vooral ‘verloskundige’ en ‘verloskunde’) vrij algemeen. Afgezien daarvan komt het woord uitsluitend voor in meer gedragen taal (‘na zijn lange ziekbed zag hij de dood als een verlossing’).

Woorden

In het Oude Testament worden verschillende Hebreeuwse woorden gebruikt voor ‘verlossen’. Het belangrijkste woord in dit verband is het werkwoord hosjia’ (van de stamjasja’), ‘redden, bevrijden, verlossen’. Enkele andere woorden die ‘verlossen’ betekenen, zijn hitsil (van de stam natsal), ‘ontrukken, redden, bevrijden’ en gaal, ‘lossen, aflossen, verlossen’, waarvan onder meer goël, ‘losser’ is afgeleid (bijv. Lev. 25:25; Ruth 2:20).

Ook het Nieuwe Testament gebruikt verschillende woorden voor ‘verlossen’. Het meest van belang zijn de woorden sooidzein, ‘redden, behouden, verlossen’ (samen met sooteria, ‘verlossing, heil’ en sooter, ‘redder, verlosser, heiland’) en rhuesthai, ‘bevrijden, verlossen’. Ook apoluein, ‘vrijkopen, verlossen’ en apolutroosis, ‘(het) vrijkopen, verlossing’ vinden we in het Nieuwe Testament.

Betekenis in context

Oude Testament

Exodus

Het belangrijkste moment van verlossing in het Oude Testament is ongetwijfeld de uittocht uit Egypte. In de eerste hoofdstukken van het boek Exodus treffen we dan ook verschillende woorden aan die uitdrukking geven aan verlossing. Al tijdens de roeping van Mozes bij de brandende braamstruik belooft de Here dat Hij de Israëlieten zal ‘redden’ uit de macht van de Egyptenaren en hen naar het beloofde land zal brengen (Ex. 3:8). Ook later, tijdens de confrontaties met de farao, spreekt de Here in dergelijke bewoordingen: ‘Ik ben de Here, Ik zal u onder de dwangarbeid der Egyptenaren uitleiden, u redden van hun slavernij en u verlossen door een uitgestrekte arm en onder zware gerichten’ (Ex. 6:5). De verschillende manieren waarop de verlossing omschreven wordt, geven de zekerheid dat deze ook daadwerkelijk zal plaatsvinden. Tegelijkertijd accentueert de verwoording het contrast met de uitzichtloze situatie waarin de Israëlieten zich bevinden op het moment dat deze woorden gesproken worden. Het handelen met ‘uitgestrekte arm’ staat hier voor optreden met betoon van kracht, terwijl de ‘zware gerichten’ vooruitwijzen naar de tien plagen (zie ook Ex. 7:5;8:23).

Als zichtbaar teken van de bevrijding uit Egypte dient het pascha- of pesachfeest. De instelling ervan wordt beschreven in Exodus 12-13, in verband met de tiende plaag. Het eten van de bittere kruiden, het paaslam en de ongezuurde broden herinneren respectievelijk aan de bittere slavenarbeid in Egypte, aan de verlossing van de Here doordat de engel des doods de huizen van de Israëlieten voorbijging en aan het overhaaste vertrek uit Egypte. Het jaarlijks terugkerende feest – tot op de dag van vandaag een van de belangrijkste joodse feesten – getuigt dan ook van de verlossing die de Here voor zijn volk heeft bewerkt uit de macht van Egypte (Ex. 13:1416).

De verlossing uit Egypte was pas volledig na de doortocht door de Schelfzee, die dan ook verschillende keren, zowel vooraf (Ex. 14:13) als achteraf (Ex. 14:30), beschreven wordt als een verlossing van de Here. Het lied van Mozes bezingt deze verlossing (Ex. 15:13; vgl. Ps. 78; 135-136).

Psalmen

In de psalmen wordt veelvuldig gesproken over verlossing; in bijna de helft van de psalmen treffen we vormen van de Hebreeuwse woorden voor ‘verlossen’ en ‘verlossing’ aan. Vaak roept de dichter in nood tot de Here en bidt hij om uitredding (Ps. 28:9; 31:16-17; 86:2, 16). In andere psalmen bezingt hij de Here als degene die verlost (Ps. 37:40; 145:19), of dankt hij Hem voor de verlossing die Hij geschonken heeft (Ps. 34:7).

De verlossing waarom gebeden of gedankt wordt, is telkens bevrijding van een concreet gevaar of een concrete nood van de dichter zelf of van het volk. Soms is dat dreiging van vijanden (Ps. 60, waar vs. 7 een Hebreeuws woord voor ‘verlossen’ heeft, wat in de NBG-51 is weergegeven als ‘geef overwinning’). Andere keren is gedacht aan verlossing uit ernstige ziekte (Ps. 38, dat eindigt met ‘heil, verlossing’) of ander levensgevaar (Ps. 6:5; 116:6-8). Ook vinden we beden om verlossing van valse beschuldigingen (Ps. 7:2; 54:3).

Verlossing komt vooral ten goede aan hen die nederig zijn en/of hulp nodig hebben (Ps. 18:28; 76:10) en aan hen die hun vertrouwen op de Here stellen (Ps. 37:40; 86:2; 119:96).

Terugkeer uit ballingschap

In de profetische literatuur wordt vooral van verlossing gesproken in verband met de terugkeer uit de Babylonische ballingschap, bijvoorbeeld in Jesaja 4319-21. De Here wordt hier en in de volgende hoofdstukken ‘Verlosser’ genoemd: Hij zal een keer brengen in het lot van de ballingen in Babel. Uitdrukkelijk wordt daarbij verwezen naar een eerder moment in Israëls geschiedenis, toen de Here als Verlosser zijn volk uit gevangenschap uitleidde: de verlossing uit Egypte (vs. 16-17). De ballingen moeten echter niet terugkijken, maar vooruitkijken naar wat komen gaat. Want de Here heeft Zich niet alleen in het verleden een Verlosser betoond; Hij zal opnieuw op wonderlijke wijze uitredding geven en zo zijn volk herstellen (vgl. Jes. 42:89).

Kenmerkend is ook Jesaja 52:7-10, waar wordt gesproken over de vreugdebode die verlossing (NBG-51: ‘heil’) verkondigt. Het beeld van de vreugdebode komt ook voor in de profetie van Nahum 2:1, waar hij de ondergang van de gevreesde vijand Ninevé aankondigt. Toen de ballingen in Babel de profetische woorden van Jesaja 52 te horen kregen, was deze profetie van Nahum reeds vervuld. Daarmee geeft de oude profetie impliciet de zekerheid dat ook deze nieuwe profetie vervuld zal worden. De vreugdebode van Jesaja 52 treedt op als een heraut van de Here en kondigt zijn koningschap aan. Voor de ballingen in Babel, die zich maar al te goed herinneren dat Jeruzalem verwoest was (vs. 9; vgl. Ps. 137), is dit een boodschap van troost en uitredding: de Here is het lot van zijn volk kennelijk niet vergeten. De verlossing die Hij zal brengen door zijn koningschap in Sion te vestigen -en vanzelfsprekend zijn volk uit Babel terug te voeren (vs. 11-12) – zal zo omvangrijk zijn, dat niet alleen de joden, maar heel de aarde er getuige van zal zijn (vs. 10; vgl. Jes. 40:5).

Nieuwe Testament

Jezus, de Verlosser

In verreweg de meeste gevallen waar in het Nieuwe Testament over verlossing wordt gesproken, is gedacht aan Jezus Christus als de Verlosser of – zoals de NBG-51 meestal vertaalt – ‘Heiland’ (bijv. Tit. 2:11-13). Dit woord werd in de Griekse wereld gebruikt als eretitel voor heersers die hun stad of volk een grote dienst hadden bewezen. In het verlengde daarvan werd het ook gezegd van de goden als redders van gevaren en weldoeners van de mensheid. In een inscriptie uit 9 na Christus wordt keizer Augustus geprezen als ‘Verlosser’ (of ‘Heiland’), omdat hij een einde had gemaakt aan de burgeroorlogen en de onrust die het Romeinse Rijk decennia lang geteisterd hadden. Wellicht speelt een dergelijk woordgebruik op de achtergrond mee wanneer Paulus aan de christenen in Filippi schrijft dat zij burgers zijn van een rijk in de hemelen, vanwaar zij Jezus Christus als Verlosser verwachten (Filp. 3:20). Filippi was door keizer Augustus tot een Romeinse koloniegemaakt (vgl. Hand. 16:12). De stad herbergde veel militaire veteranen, die trots waren op hun Romeins burgerschap (vgl. Hand. 16:21). Paulus maakt echter duidelijk dat de Filippenzen als hemelburgers hun verlossing of heil niet van de keizer moeten verwachten, maar van Jezus Christus.

Verlossing van zonden

Nog voordat Jezus geboren werd, sprak een engel in een droom tot Jozef: ‘Zij (Maria) zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het, die zijn volk zal redden (= verlossen) van hun zonden’ (Mat. 1:21). De naam ‘Jezus’ is de vergriekste vorm van de Hebreeuwse naamjehosjoea ofjesjoea (Jozua) en betekent ‘de Here is redding’. Onder joden was dit ten tijde van het Nieuwe Testament een zeer gangbare naam. De populariteit van deze naam laat zich verklaren uit het verlangen naar verlossing van vijandelijke overheersing en het daarmee verbonden herstel van het koningschap van Israel (vgl. Luc. 24:21; Hand. 1:6). De engel voorzegt echter dat de verlossing die Jezus zal brengen niet politiek, maar geestelijk van aard is: een verlossing van zonden. Verderop in het Evangelie van Matteüs komen deze woorden terug, wanneer Jezus met het oog op zijn kruisdood zegt dat zijn bloed vergoten wordt ‘tot vergeving van zonden’ (Mat. 26:28). Hij sprak deze woorden bij de instelling van het Avondmaal, tijdens het pesach-feest – het moment bij uitstek waarop het volk van God stilstaat bij Gods verlossend handelen.

Verlossing van ziekte

Wanneer Jezus op een zekere sabbat in de synagoge is, ziet Hij daar een vrouw die reeds achttien jaar lijdt aan een gekromde rug (Luc. 13:10-13). Lucas schrijft de ziekte toe aan ‘een geest van zwakheid’ (dat is een geest die zwakheid veroorzaakt). Het ligt in deze context niet voor de hand daarbij aan bezetenheid te denken. Veeleer accentueren de woorden in meer algemene zin hoezeer ziekte verbonden is met de invloed van de satan (zie ook vs. 16).

Nadat Jezus haar verlossing aanzegt, blijkt de vrouw weer in staat zich op te richten. Het blijkt dan ook dat ‘verlossing’ meer inhoudt dan alleen vergeving van zonden: het omvat ook genezing en herstel (vgl. Mat. 9:21-22). De verlossing die Christus brengt, bevrijdt niet alleen uit de greep van de zonde, maar ook uit de greep van ziekte, lijden en gebrokenheid, dat wil zeggen de gevolgen van de zonde.

Verlossing – heden en toekomst

Aan het begin van de brief aan de Efeziërs vinden we, tussen de gebruikelijke briefopening (Ef. 1:1-2) en het gebed voor de lezers (Ef. 1:1523), een dankgebed aan God (Ef. 1:3-14). In dit dankgebed, dat in het Grieks één lange zin vormt en daardoor niet altijd gemakkelijk te volgen is, wordt tweemaal over verlossing gesproken.

Paulus dankt God voor de zegen die Hij heeft gegeven in Jezus Christus. Want ‘in Hem hebben wij de verlossing door zijn bloed, de vergeving van de overtredingen’ (vs. 7; vgl. Kol. 1:13-14). Deze woorden laten er geen twijfel over bestaan dat de gelovigen de verlossing, die hier op één lijn staat met vergeving van zonden, reeds hebben ontvangen. De verlossing vindt haar grond in ‘zijn bloed’, dat wil zeggen in het plaatsvervangende sterven van Jezus.

Aan het einde van zijn dankgebed spreekt Paulus over de ‘erfenis’, dat wil zeggen de zegenrijke bestemming die voor de gelovigen in het verschiet ligt (vs. 14), en hij verbindt dat met de verlossing van de gelovigen. Deze verlossing houdt veel meer in dan de in vers 7 genoemde vergeving van zonden, en staatvoor het eeuwige leven in al haar rijkdom, herstel en volmaaktheid. Het maakt voorgoed een einde aan de heerschappij van zonde en dood. Deze verlossing is nog toekomstig en wordt pas ten volle gerealiseerd bij de wederkomst van Christus (in 4:30 ‘de dag der verlossing’ genoemd). Door de Heilige Geest, die hier het ‘onderpand’ (dat is ‘voorschot, aanbetaling’) van onze erfenis wordt genoemd, mogen de gelovigen echter ook in het heden al leven vanuit de verlossing die eens hun bestemming zal zijn, al wordt deze in dit leven nog maar ten dele ervaren. Tegelijkertijd geeft de Heilige Geest de zekerheid dat bij de wederkomst van Christus die verlossing ook inderdaad ten volle gerealiseerd zal worden (vgl. 2 Kor. 1:10).

Kern

De boodschap van verlossing behoort tot de kern van het evangelie. Verlossing is direct verbonden met Gods handelen ten behoeve van zijn volk, en uit zich bijzonder in de kruisdood van Jezus en vergeving van zonden. Nu al krijgen de gelovigen in Christus deel aan deze verlossing en tegelijkertijd leven zij in de verwachting van de nog toekomstige volle openbaring ervan. Tegelijk brengt het veelvuldig gebruik van begrippen als ‘verlossing’ en ‘verlossen’ in de psalmen het woord heel dicht bij de persoonlijke beleving van zowel de dichter zelf als de generaties na hem. Dat maakt, ook in onze tijd, de belijdenis van de psalmen dat de Here verlost uit allerlei vormen van nood of gevaar heel actueel.

Verwijzing

Zie voor verwante en/of aanvullend te bestuderen woorden: heil, evangelie, vergeving, waken, vijand.

Wellicht ook interessant

Symbolen vanuit de christelijke traditie op digitale wijze afgebeeld in een foto van een man die op een laptop werkt
Symbolen vanuit de christelijke traditie op digitale wijze afgebeeld in een foto van een man die op een laptop werkt
None

Taalkunde, theologie en de computer

Willem van Peursen hield op 2 februari 2024 een toespraak bij de presentatie van het boek De bijbel als biografie van God en mensen. Geschiedenis en hergebruik van teksten, geschreven door Eep Talstra. In deze schriftelijke uitwerking van de toespraak gaat Van Peursen in op twee centrale vragen: hoe kunnen we een christelijke geloofsleer formuleren die recht doet aan de inzichten van de bijbelwetenschappen. En krijgen nieuwe digitale methoden als statistiek, machinelearning en AI een plaats in de werkkamer van de exegeet?

Opengeslagen Bijbel
Opengeslagen Bijbel
None

Gods transcendentie en Jobs geloof 

Katja Tolstoj hield op 2 februari 2024 een toespraak op de presentatie van het boek De bijbel als biografie van God en mensen. Geschiedenis en hergebruik van teksten, geschreven door Eep Talstra. In deze schriftelijke uitwerking van de toespraak werkt ze drie punten uit: de benadering van Talstra, relevantie van het werk voor een vruchtbare dialoog tussen systematische theologie en Bijbelwetenschappen en haar persoonlijke interesse voor het vraagstuk van het lijden en de eigenschappenleer van God. 

Nieuwe boeken