Menu

Premium

Vies klusje

Bij Johannes 13,1-15

Mattias is een slaaf. Net als de rest van zijn familie. Hij is al elf, dus hij heeft eigen taken. Eén daarvan is ‘voetenwater halen’. Steeds als er mensen het huis binnen komen, moeten hun voeten gewassen worden. Meestal doet moeder dat, en tante helpt soms als er heel veel gasten zijn. Het is Mattias’ taak om te zorgen dat er dan genoeg water is om al die voeten schoon te krijgen.

Vandaag is er hoog bezoek: Jezus en zijn leerlingen blijven eten. Mattias staat een beetje te dromen als hij ineens aan tafel geroepen wordt. Jezus zelf roept hem!

‘Laat jij me maar eens zien waar Ik de kan en de kom kan vinden voor het voetenwater,’ zegt Jezus tegen Mattias. Mattias schrikt zich rot. Wil Jezus nu controleren of hij de spullen wel goed heeft opgeruimd? Waarom zou hij anders vragen waar alles staat…?

Een beetje gespannen loopt Mattias voor Jezus uit naar de kast. ‘Hier staat het, Heer,’ zegt hij verlegen.

Tot Mattias’ stomme verbazing pakt Jezus de kan en de kom op, en neemt Hij ze mee naar de tafel waar zijn leerlingen nog zitten. En Hij begint rustig de voeten van de leerlingen te wassen.
De tante en moeder van Mattias staan stomverbaasd te kijken. Dat is hun werk! Het is vies werk, al die zweetvoeten wassen, met die vieze nagels en dikke lagen eelt… Maar Jezus doet het gewoon. En Hij zegt dat zijn leerlingen dat voortaan ook moeten doen, net als Hij.

Dus eigenlijk zijn zij, de slaven, de mensen die het goede voorbeeld geven! En eigenlijk moeten alle mensen hun vieze werk doen, in plaats van de baas spelen.

Mattias is er helemaal van in de war. Dat is de wereld op zijn kop. Wie wast er nu de voeten van iemand anders, wie doet dat nou!

Wellicht ook interessant

Engraving by the German painter Julius Schnorr von Carolsfeld (March 26, 1794 - May 24, 1872)
Engraving by the German painter Julius Schnorr von Carolsfeld (March 26, 1794 - May 24, 1872)
Basis

Jezus en het Koninkrijk van God: een politiek gevaar

Wie schrijft over politiek in de eerste eeuw, in het Nieuwe Testament, moet zich er allereerst rekenschap van geven dat de term in zekere zin een anachronisme is. Politiek en religie zijn allebei moderne labels die betrekking hebben op ideeën en instituties. Zo wordt religie meestal gezien als een samenspel van overtuigingen en rituelen die in georganiseerde vorm door een geloofsgemeenschap gepraktiseerd worden. Er is een normatief element aan: dit moet je wel geloven, dat niet. En er is een sociale organisatievorm aan verbonden. Hetzelfde geldt voor ‘de politiek’: ook hier is het een samenspel van ideeën en praktijken, verbonden aan organisaties als een parlement en politieke partijen. Bij het bestuderen van de politieke dimensies van het optreden van Jezus moeten we dit anachronistische aspect van beide termen in ons achterhoofd houden.

Nieuwe boeken