Menu

Premium

Vos

Omstreeks 1250 schreef een zekere Willem – meer is over de auteur niet bekend – een vermaard dierenepos dat nog altijd de moeite waard is om te lezen. Het is een satire op middeleeuwse feodale verhoudingen en kreeg als titel: Van den vos Reynaerde. Hoofdpersoon is de vos die als uiterst slim en sluw wordt getekend. De lezer(es) aarzelt: is de vos een boosaardige schurk of een heldhaftige schelm die de gebreken van anderen genadeloos aan de kaak stelt? Hoe het ook zij, spreekwoorden en gezegden zijn het er over eens: zodra een vos in het spel is, doet men er wijs aan op zijn/haar tellen te passen: als de vos de passie preekt, boer pas op je ganzen.

Grondtekst

Het Hebreeuws kent één enkel woord dat met ‘vos’ moet worden weergegeven: sjoe’al. Het komt slechts op een beperkt aantal plaatsen voor (Richt. 15:4; Ps. 63:11; Hoogl. 2:15; Ez. 13:4; Neh. 3:35). In het Nieuwe Testament is het Griekse woord voor ‘vos’, aloopeks, in een drietal teksten te vinden (Mat. 8:20; Luc. 9:58; 13:32).

Letterlijk en concreet

Vossen zijn schadelijke beesten. Zij roven pluimvee, zoals kippen en ganzen, en brengen schade toe aan het gewas op het veld. Ook in de oud-oosterse wereld werden ze om die reden verfoeid: ‘Vang de vossen voor ons, de geniepige vossen, die de wijngaard vernielen, onze wijngaard die in bloei staat!’ (Hoogl. 2:15).

Beeldspraak en symboliek

a.Wie door anderen een ‘vos’ wordt genoemd, is klaarblijkelijk geen sympathiek mens. Jezus wordt door Farizeeën gewaarschuwd voorzichtig te zijn, want Herodes Antipas zou hem willen doden. De reactie van Jezus is scherp: ‘Ga het die vos maar vertellen … ‘ (Luc. 13:32).

b.De profeet Ezechiël vergelijkt collega’s die hij dwaas en leugenachtig vindt met vossen: ‘Zo spreekt de Heer God: Wee de dwaze profeten die zich alleen maar verbeelden iets gezien te hebben. Vossen op puinhopen, dat zijn Israëls profeten … Waardeloze zieners zijn het en valse voorspellers’ (Ez. 13:3-6).

Praxis

a.Liederen:

Liedboek: Psalm 44; 63; Gezang 153; 172 (= Liturgie: 423; Gezangen: 608); 489 (= Gezangen: 838; Liturgie: 433; Zolang: 44); Evangelie II: 16; Gezegend: 42; ZAD III: 22; Zingend IV: 59; Zleven: 14.

b.Poëzie:

Michel Coune, Bruidszang bij het Hooglied, Averbode/Kampen 1992, blz. 57-58: ‘Daar zijn ze, de vossen…’; 85;86: ‘ Moge dan mijn lief in zijn tuin komen’. Aleidis Dierick, ‘De vos’, in: Het dierbaarst, Utrecht 1990, blz. 31. Judith Herzberg, Doen en laten, Amsterdam 19977, blz. 16: ‘Het zijn de kleine vossen niet alleen.’; 118119: ‘Kom naar buiten.’ Fetze Pijlman, Een ander pad, Haarlem 1986, blz. 26: ‘Een vos’.

c.Verwerking:

De vos komen we tegen in veel oude volksvertellingen. Meestal symboliseert hij in die verhalen de geslepenheid en doortraptheid. Met die eigenschappen vormt hij een bedreiging en berokkent hij kwaad. Hoewel de vos in een enkel geval ook een positieve rol speelt (in het oude Azië was hij het rijdier van een rijstgod), is hij doorgaans symbool van negatieve ervaringen en gebeurtenissen. Zo ook in de bijbel. We kunnen als overgang tussen de concrete betekenis en de overdrachtelijke betekenis van de vos Hooglied 2:15 en de teksten daaromheen lezen. In 2:8-17 wordt de ontluikende liefde van vriendin en de vriend beschreven met het beeld van de wijngaard. De liefde is als een bloeiende wijngaard! De bedreiging waaraan menige liefde blootstaat wordt tot uitdrukking gebracht met vossen die de wijngaard stukmaken. Vervolgens kunnen we vragen waar wij vandaag dreigende vossen ontwaren. Om bij de bijbelse teksten te blijven: waar bevinden zich in onze tijd de vernielers van de liefde, de despoten en de valse profeten?

Verwijzing

De vos als gevaarlijk en lastig dier heeft raakvlakken met ‘dier‘ in het algemeen, met ‘leeuw‘ en ‘roofvogel‘. Zie verder bij ‘wijngaard‘.

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken