Menu

Basis

Waar kan ik slapen?

Oudere man die is gevallen en op de grond ligt.
(Beeld: iStock)

Een kerstverhaal van nu en voor elke dag.

Halverwege dit jaar ben ik in de stadsbus op weg naar huis gevallen. De chauffeur moest ineens remmen, terwijl hij langzaam aan het optrekken was. Ik zat nog niet.

Vallen is de laatste jaren – ik ben nu 78 – steeds meer mijn angst geworden. Ik ben voorzichtig, maar ook ik heb niet alles in handen. Dankzij enkele passagiers kwam ik weer overeind en kon ik mijn eindbestemming bereiken. Het leek mee te vallen, maar ik bleek toch een scheurtje in mijn rechter onderwervel opgelopen te hebben.

Enkele dagen later viel ik nog eens, maar toen in huis. Ik kreeg hulp van onder meer mijn onderburen. Ik woon alleen in een appartementencomplex. We leven er meer naast dan met elkaar. Maar toch ontmoette ik helpende mensen, zoals één van mijn onderburen.

Ik zag op de avond na de tweede val erg op tegen de nacht alleen. Mijn buurvouw had nog een ziekenhuisbed in haar woonkamer, ze had een rugoperatie ondergaan. Zij, haar man en hun dochter zijn tweede en derde generatie Nederlanders. Hun ouders/grootouders zijn uit Turkije gekomen. Ik mocht genieten van hun gastvrijheid. Ze waren niet alleen vriendelijk, zoals ik ze al kende van ontmoetingen op straat, maar ook oprecht hartelijk. Ik was die avond bang om alleen in mijn huis te moeten slapen. Ik voelde me heel kwetsbaar, ik zag tegen de nacht alleen op. Onverwachts kreeg ik een antwoord op de vraag: waar kan ik veilig slapen? Wie heeft er een kerstplaats voor mij?

Onverwachts kreeg ik een antwoord…

Belangeloze barmhartigheid

In de eerste tijd na deze gebeurtenis was ik veel thuis. Ik keek meer dan anders naar journaals en praatprogramma’s. Ik zie, dat dag in dag uit mensen op de vlucht moeten. Ik hoor over de bijna ontelbare aantallen doden. Ik hoor over de gruwelijkheden op vele plaatsen in de wereld. Voor velen is er niet eens een laatste eigen rustplaats.

Ik zie ook de mensen die gaan helpen, met eigen levensgevaar. Ik zie hoeveel mensen meezoeken als een jongen en een meisje zoek zijn. Later worden ze in een auto gevonden. Ik ben onder de indruk van de bereidheid van velen om te helpen. Ze zijn een beweging van belangeloze barmhartigheid. Ze roepen niet: ‘Geen tijd, we hebben geen plaats, vol is vol’. De ander is hun eerste zorg.

Ik heb begrip voor mensen, die niét naar alle nieuwsprogramma’s kijken. Het kan een vorm van noodzakelijke zelfbescherming zijn. Niet iedereen kan evenveel verdragen. Veel mensen hebben meer te verdragen zonder dat anderen dat weten. Wat soms onverschilligheid lijkt, kan heel wat anders zijn. Heel wat mensen vinden geen luisterend oor voor hun innerlijke pijn en angsten.

Waar zijn we veilig?

Al vele jaren lees ik het kerstverhaal, of liever: de kerstverhalen, als reisverhalen. Reis is misschien wel een te mooi woord. Het is geen verzorgde TUI reis! Het gaat om mensen die hun huis moeten verlaten. Het gaat niet om avonturiers. Het gaat om mensen die hun eigen land moeten verlaten om geteld te worden.

Ik keek naar een programma over pleeggezinnen en naar een programma over vrouwen vooral, die in hun eigen huis niet veilig zijn. Mensen die weet hebben van machtsmisbruik. Met Kerst gaat het om een vrouw, die zwanger is, en een man, die haar verloofde wordt genoemd. Ze hebben een ezel als mobiliteit. Het is druk in de stad en steeds meer wordt het een vraag: ‘Waar kunnen we slapen? Waar zijn we veilig met ons kind?’ Veel deuren blijven dicht. Zij vinden een onverwacht antwoord, een onverwachte ontvangst. In het stro, tussen de dieren en zij krijgen onverwacht kraambezoek.

Ze krijgen een onverwachte ontvangst, in het stro, tussen de dieren…

Genuanceerd denken

Vaak wordt het accent gelegd op de herbergier die zegt vol te zijn. Je kunt ook het accent leggen op zijn ‘verwijzing’ naar de dierenstal waar nog wel plaats is. Zo ongastvrij was die herbergier dan niet. In de laatste jaren verschijnen er mondjesmaat verhalen over Duitsers, die wel aan de goede kant stonden in die donkere Nazitijd. Ik leerde een man kennen, die naar Duitsland was ontvoerd om er te werken. Hij vertelde me dat hij het daar goed had gehad. Hij was in een gezin terecht gekomen, waar ook veel vragen waren over Hitler en zijn trawanten.

Ik denk de laatste tijd vaak aan die man, omdat we leven in een tijd waarin alle Russen over één kam worden geschoren. Ik zie hoe over migranten wordt gepraat. Ik hoor hoe ze als gelukszoekers worden gezien of als mensen, die potentiële terroristen zijn. Het is steeds moelijker om met nuance te praten en onderscheid te maken. Er is een groeiend zwart-wit denken. Het vraagt soms om moed om daar vragen bij te stellen. Dat vijanddenken lijkt wel een zich snel verspreidende bosbrand…

Vertel elkaar van het licht… van de mensen die luisteren en helpen

Een verhaal van hoop

Ik vertel u mijn verhaal. Niet opzienbarend, maar wel als een verhaal van hoop. Als een verhaal van mensen, die naar elkaar omzien. Ik hoop, dat het u óók verhalen doet vertellen, die laten zien hoe we soms onverwacht hulp, steun en bemoediging krijgen. Er zijn zoveel verhalen over mensen, die niet alleen iemand aanrijden, maar daarna ook doorrijden. Er zijn zoveel verhalen over babbeltrucs. Er zijn zoveel verhalen over mensen, die niet meer op straat durven komen. Het ene inbraakverhaal buitelt over het andere. Als je valt zoals ik, hoor je van anderen veel meer valverhalen. Maar er zijn ook mensen, die luisteren en niet met hun valverhaal komen. Wie een zware bevalling meemaakt, krijgt vaak onverwacht de zware bevallingen van anderen te horen. Juist als je er niet op zit te wachten.

Het aangrijpende verhaal van Kerst is, dat God mens is geworden, zichtbaar wordt in een kind, aan het licht komt waar geen licht wordt verwacht. Dat verhaal gaat maar door… Vertel elkaar de verhalen die pijn kennen, maar ook het licht van de mensen die luisteren en helpen waar ze kunnen.

Marinus van den Berg is werkzaam geweest als geestelijk verzorger of pastor en is al even met emeritaat. Hij heeft veel gepubliceerd op het gebied van pastoraat en rouw.


Figuren in de kerststal
Ouderlingenblad 2025, nr. 12

Wellicht ook interessant

Petra Schipper
Petra Schipper
Basis

Korte Metten: Wereldvreemd

“Je bent wereldvreemd”, zei hij tegen mij en ik had geen idee wat dat betekende. Logisch, want ik was wereldvreemd. Vijftien jaar oud was ik toen. We kenden elkaar van de christelijke koffiebar. Ik een gereformeerd meisje, hij van de ‘vergadering van gelovigen’. Het verbaasde me wel, dat hij mij wereldvreemd noemde. Hun leer was heel specifiek, hij wist alles van de bedelingen, de opname en wederkomst van Jezus; ik had daar nog nooit over nagedacht. Mijn moeder zat volop in de vredesbeweging. Zijn ouders gingen naar christelijke kooroptredens in De Doelen. Anderzijds luisterden wij alleen naar klassieke muziek en wijdde hij mij in, in genres met elektrische gitaren. Wat betekent dat dan, wereldvreemd?

Nieuwe boeken