Wie ben ik …
In 1973 bezocht ik een internationale evangelische conferentie over evangelisatie onder jongeren. Werkzaam bij Tot Heil des Volks waar we jongeren begeleidden die aan alcohol of drugs verslaafd waren, hield ik een inleiding over de effecten van verdovende middelen. Zoals overal was het onderlinge contact in de wandelgangen het meest verrijkend. De inleiders van elders in Europa en jonge hulpverleners, we wisselden ervaringen en adviezen uit.
Een Britse deelnemer was mij al opgevallen door zijn humor en bewogenheid met de verslaafden die aan zijn zorg waren toevertrouwd. Samen in gesprek kwam het ook op wat ‘geloof’ in de hulpverlening betekende. Ik vertrouwde hem toe dat Navolging van Dietrich Bonhoeffer (1906–1945) en zijn brieven uit de gevangenis grote indruk op mij hadden gemaakt: discipelschap dat de wereld niet ontvlucht maar een groot appel op ons mens-zijn doet. Ik had mijn zin nog niet afgemaakt of de glimlach verdween van zijn gezicht. Bonhoeffer werd gecanceld. ‘Hij is vrijzinnig,’ siste hij en voorbij waren de ontspannen gesprekken.
Hokjes
Van huis uit buitenkerkelijk waren de dogmatische hokjes mij vreemd. Een stevig gereformeerde collega vroeg mij, nadat ik tot de Nederlands Hervormde Kerk was toegetreden, wat voor smaak hervormd ik was. Hij noemde zowat: bonders, vrijzinnigen, confessionelen, midden-orthodoxen, Kohlbruggianen. Wat was ik eigenlijk? Vertellen dat je Jezus wilde volgen, was niet genoeg. ‘Piëtisme!’ zei een predikant misprijzend. Vrijzinnig was het niet, maar ook niet het correcte vakje.
O jongens, als geloofstoetreder werd het mij niet gemakkelijk gemaakt. Jaren later deed ik als theologisch zijinstromer het seminarie op het oude Hydepark in Driebergen. ’s Avonds, gezellig aan de bar, kwam het gesprek met enkele vrouwelijke cursisten op Bonhoeffer: ‘Wat had ik nou met hem? Masculien theoloog, griezelige zelfverloochening, achterhaalde theologie.’
Bonhoeffers oeuvre heeft geleden onder haastige toe-eigening en ideologische weerstand
Tot mijn genoegen blijkt Bonhoeffer in de breedte van de kerken nieuwe lezers te vinden. In de zestiger jaren aangehaald als de getuige van de seculariseringstheologie, schreef de Amerikaanse evangelical Eric Metaxas een vuistdikke biografie waarin hij hem bijkans heilig klaarde. Bonhoeffer, die helemaal niet heilig wilde worden, en zich dat moet laten welgevallen door een evangelical in de rechterflank van de Republikeinse partij.
Ook in Nederland werd de ‘hele’ Bonhoeffer weer een gesprekspartner. Herman Wiersinga schreef De vitale vragen van Bonhoeffer (2004), de Rotterdamse Bergsingelkerk publiceerde Geschiedenis van een rechtvaardige (2020) en Gerard den Hertog, emeritus hoogleraar in Apeldoorn, bouwde een klein oeuvre op rond Bonhoeffer.
Achterhaald hoorde ik ooit. Wel, in 2010 verscheen in Duitsland zelfs een graphic novel over zijn leven. Achteraf ben ik blij dat de Navolging in 1966 (!) mijn piëtisme grondig uit balans bracht. Het oeuvre van Bonhoeffer heeft geleden onder haastige toe-eigening en ideologische weerstand; ter linker- en rechterzijde.
Op onze weg naar Pasen deze maand bepalen Bonhoeffers geschriften en getuigenis ons erbij dat alleen in het volgen van Jezus de kerken hun identiteit hervinden. ‘Wie ben ik eigenlijk?’ vraag ik mij regelmatig af. Bonhoeffer hoopte op mensen die ‘bidden en het goede doen en wachten op Gods uur’. Vrijzinniger en orthodoxer kan het niet.
Rob van Essen is emeritus predikant, publicist en vrijwilliger in de Protestantse Gemeente van Delft.