Menu

Basis

Wie een slang doodt is een dwaas

Wat een slagencursus in Malawi ons kan leren over de omgang met het kwaad

Slang die in iemands vinger bijt

Arjen Zijderveld gaat in Malawi op slangencursus en reflecteert op onze omgang met het kwaad. Juist door de slang als symbool van het kwaad op de biologische slang te betrekken, komt het verhaal uit Genesis 3 voor hem op een nieuwe manier tot leven. En daaruit trekt hij drie conclusies.

Op slangencursus

Wij waren onlangs op slangencursus. We liepen er eigenlijk toevallig tegen aan. We waren een weekendje weg en aangekomen in de lodge vernamen we dat de volgende dag een zekere Lee, een slangenexpert van het Malawi Snake Rescue team, een training ‘omgaan met slangen’ zou verzorgen. Dat leek ons een bijzonder goed idee. Je kunt maar beter met deze potentieel gevaarlijke dieren kennismaken onder leiding van een expert in plaats van er een keer door te worden verrast zonder te weten wat te doen. Nu hebben we in tegenstelling tot een eerder verblijf in Sierra Leone hier in Malawi gelukkig weinig last van slangen. In de acht maanden dat we hier nu wonen hebben we zeggen en schrijven maar 1 slang in onze tuin gezien. Dat was enige tijd na de cursus en ik stuurde Lee een foto. ‘White-lipped Herald Snake, Mildly Venomous. Harmless to humans.’ appte hij terug. Fijn, zo’n expert in je contactenlijst. Het kan ook anders. Nog niet zo lang geleden kregen we van vrienden een zelfgemaakt filmpje te zien van een zeer gevaarlijke forest cobra in het kippenhok. ‘Als ik had geweten dat het zo’n gevaarlijke slang was, had ik denk ik wat meer afstand gehouden.’ zo luidde het commentaar.

Het was een leerzame dag. We leerden de meest voorkomende slangen in Malawi herkennen aan kleur, lengte en gedrag. Het goede nieuws is dat de meeste slangen die je tegen kunt komen niet of nauwelijks giftig zijn. En er was meer goed nieuws: de meeste slangenbeten zijn zogenaamde droge beten. Slangen gebruiken hun gif om te jagen en zien jou niet als een potentiële prooi. Ze zullen hun kostbare gif dus enkel gebruiken in noodsituaties.

Maar er was ook minder goed nieuws: er zijn elf potentieel dodelijke soorten slangen in Malawi, zoals de cobra’s, de mamba’s en de adders, en lang niet elk ziekenhuis beschikt over het juiste antigif. Lee had naast een aantal ongevaarlijke slangen, die we mochten vasthouden, ook een zeer gevaarlijke spugende cobra meegenomen. Gewapend met een veiligheidsbril, een soort lange grijper en een haak liet hij zien hoe je op een veilige manier het dier kan vangen en kan uitzetten in de natuur. Lee vertelde dat de meeste slangenbeten ontstonden door een toevallige ontmoeting waarbij de slang werd verrast, of doordat de mens de confrontatie aanging met de slang door het te willen doden.

Het kwaad dat uitgeroeid moet worden

Dit fenomeen kende wij goed uit Sierra Leone. ‘Alleen een dode slang is een goede slang’ zei men daar. Vol trots werden er dan ook foto’s gedeeld op de whatsappgroepen als er weer eens een slang was gedood. Volgens Lee is dit nogal onverstandig: door slangen te behandelen als monsters die moeten worden gedood en door daardoor de confrontatie aan te gaan, breng je jezelf onnodig in gevaar. Het is een gevaarlijk stigma. Bovendien misken je de functie van de slang in het geheel van het ecosysteem. Immers, slangen zijn een natuurlijke vorm van ongediertebestrijding wat de verspreiding van bijvoorbeeld de pest en het hantavirus indamt. Door eeuwenoude mythen, religieuze verhalen, en door confrontaties – iedereen kan je hier wel een verhaal vertellen van een slangenbeet bij henzelf of een familielid – wordt de slang al snel vereenzelvigd met het kwaad dat uitgeroeid moet worden.

Pleidooi voor vreedzame co-existentie

Maar Lee bleek een man met een missie.  Hij spant zich ervoor in de kwaadaardigheid van de slang te ontmythologiseren en hield een warm pleidooi voor vreedzame co-existentie. Naast het verwijderen van slangen uit huizen, wat je in het geval van slangen met dodelijk gif echt niet zelf moet willen doen, doet hij met zijn team veel aan voorlichting. Hij traint niet alleen gezondheidswerkers, maar hij is ook in gesprek met traditionele chiefs en christelijke en islamitische voorgangers. Juist als de slang een negatieve rol speelt in volksverhalen en in normatieve religieuze verhalen is het belangrijk om het gesprek te voeren over het verschil tussen een symbolische en biologische benadering van deze fascinerende dieren. Daarnaast merkte Lee fijntjes op dat Jezus zelf de sluwheid van de slang als positief voorbeeld nam. (Matth: 10:16)

Theologische vragen

Deze cursus triggerde bij mij allerlei theologische vragen, en ik ben het bekendste verhaal uit de Bijbel over een slang, Genesis 3, weer eens gaan lezen. Het toeval wil dat het dit jaar precies honderd jaar geleden is dat dr. J.G. Geelkerken werd afgezet op de beruchte synode in Assen vanwege de vraag of de slang daadwerkelijk heeft gesproken of dat we dit symbolisch moeten opvatten. Het soort vragen die we stellen aan een verhaal verraadt direct onze eigen agenda. Nu wij op een plek wonen waar je altijd rekening houdt met de daadwerkelijke aanwezigheid van slangen merk ik dat het Genesisverhaal niet zozeer hermeneutische maar een heel ander set van vragen oproept: Hoe herken je het kwaad? Hoe verhoud je je vervolgens tot dit kwaad? Hoe leef je verantwoordelijk in een gevaarlijke wereld, en waar zoek je je veiligheid?

Het soort vragen die we stellen aan een verhaal verraadt direct onze eigen agenda

Juist door de slang als symbool van kwaad en de concrete biologische slang op elkaar te laten betrekken komt het Genesisverhaal op een nieuwe manier tot leven. Het symbool en de ervaringswerkelijkheid achter het symbool komen dichter bij elkaar. In de manier waarop Lee ons leerde omgaan met het potentiële dodelijke gevaar van een slang zit denk ik veel wijsheid die verrassend veel aanknopingspunten bevat met het oeroude Bijbelverhaal. Hij deed drie belangrijke dingen. Hij legde de nadruk op de vraag hoe wij omgaan met slangen en appelleerde daarmee aan onze verantwoordelijkheid. Hij weigert de slang te demoniseren. In de tweede plaats leerde hij ons hoe je echt- en schijngevaar van elkaar kunt onderscheiden en ten derde liet hij zien hoe je jezelf kunt beschermen tegen gevaar.  

1. Verantwoordelijkheid

 In de eerste plaats denk ik aan de verhouding tussen de aanwezigheid van natuurlijk kwaad en onze verantwoordelijkheid. In mythen en verhalen krijgt de slang al snel monsterlijke trekken, waar de enige juiste afloop van het verhaal neerkomt op de dood van het monster. Volgens mij is dat nu precies niet de bedoeling van het Genesisverhaal en de training van Lee heeft mij geholpen dat scherp te krijgen. We lezen immers niks over Adam die de slang moet uitroeien. Het nageslacht van Adam en de slang zullen voortdurend met elkaar in conflict zijn. Daarnaast: de slang krijgt ook niet als enige de schuld. Als je de slang demoniseert dan lokaliseer je het gevaar buiten jezelf. Dit gebeurde feitelijk ook in Sierra Leone: geen goede slang dan een dode slang. Het kwaad, het gevaar, dat schuilt enkel in de ander. Wie een slang doodt is een held. Lee betoogt juist dat het gevaar niet alleen in het potentieel dodelijke gif van de slang schuilt, maar ook van alles te maken heeft met onze omgang met dit gevaar. Volgens Lee is degene die een slang dood niet een held maar een dwaas. Aan onze omgang met het kwaad zitten keuzes verbonden waarvoor je verantwoordelijk bent. Het is een typisch christelijk idee dat het kwaad in de eerste plaats in het eigen hart moet worden gezocht en dat daar de echte strijd plaats vindt, zoals Beatrice de Graaf in navolging van Augustinus betoogt in haar boekje Heilige Strijd.

Als je de slang demoniseert dan lokaliseer je het gevaar buiten jezelf

Kenmerkend aan het Genesisverhaal is dus dat het kwaad niet alleen in de stem van de leugenaar te vinden is. De mens krijgt een volwaardige plek en wordt aangesproken op zijn verantwoordelijkheid. ‘Adam, waar ben je?’ Het afschuiven van de verantwoordelijkheid wordt door God niet geaccepteerd. De mens, zijn vrouw en de slang krijgen allemaal een vloek te horen omdat ze allemaal een eigen aandeel hadden in het hele drama. Paul Ricoeur legt in zijn boek Symbolen van het kwaad uit dat het zondevalverhaal afscheid neemt van de typische tragische voorstellingen van Israëls omgeving, doordat juist de mens ter verantwoording wordt geroepen. Het staat op zichzelf symbool voor een heel nieuw verhaal:  de mythe van de val waar het kwaad sterk wordt verbonden met menselijke vrijheid. Het kwaad overkomt ons niet alleen, we zijn ook een actieve actor.

Het kwaad overkomt ons niet alleen, we zijn ook een actieve actor

De structuur van het Genesisverhaal hint hier ook naar. De vraag waar komt het kwaad vandaan – Unde Malum? –  is een oude vraag die generaties bezighoudt. Het Genesisverhaal lijkt er nauwelijks in geïnteresseerd: het kwaad is er gewoon. Gods wereld is een gevaarlijke wereld en daarom plaatst God de mens in een ommuurde tuin (Gan Eden).  Het verhaal focust zich niet op de speculatieve vraag naar de oorsprong van het kwaad. Het volle licht valt op de reactie van de mens in de ontmoeting met het kwaad.

2. Herkennen van het kwaad

Ik denk dat het goed is dat we naar deze slangencursus zijn geweest omdat het ons helpt gevaar te herkennen, te omzeilen en verantwoordelijk te handelen wanneer we een slang tegenkomen. Lee begon zijn presentatie met een heel verhaal over verschillende soorten slangen, met verschillende soorten gif. Hij leerde ons gevaarlijke van ongevaarlijke slangen te onderscheiden en liet ons ook ervaren dat niet alles gevaarlijk is wat zich als gevaarlijk aandient. Dit lijkt mij erg belangrijk in een samenleving die zich zorgen maakt om haar veiligheid. Er is een tussenweg tussen het naïef niet onderkennen van gevaar en alles angstig als gevaar bestempelen. Vandaar denk ik ook de Nieuwtestamentische oproep om de geesten te beproeven (1 Joh 4:1).

Naast het herkennen van gevaar leerde Lee ons hoe we ervoor kunnen zorgen dat we een slang niet verrassen. Steek nooit je hand in plaatsen waar je geen zicht hebt, en draag ‘s avonds altijd een hoofdlampje als je in de tuin moet zijn. Kortom, hij heeft ons van onze naïviteit afgeholpen. En dat is ook een belangrijk begrip in Genesis.

Je kunt het verhaal van de zondeval ook lezen als een verhaal van verlies van de kindertijd of, zo u wilt, veroordeling-tot-volwassenheid. Het paradijsverhaal doet mij denken aan een onbezorgde kindertijd waar je je van geen kwaad bewust bent. Oh the sweet bliss of ignorence. Voor de ontmoeting met de slang waren Adam en Eva feitelijk als kinderen: geen schaamte voor hun naaktheid, geen kennis van goed en kwaad. In hun kindsheid waren ze uiterst kwetsbaar voor de macht van het kwaad. Als ik het goed zie, maakt dit naïviteit buiten het paradijs tot een moreel probleem. Er is geen weg meer terug, er staat een cherub voor de poort naar de wereld van het kind-zijn, de naïviteit. Nu, buiten de tuin van Eden is het een grote-mensen bestaan: zweten voor je brood, waakzaam zijn en bidden. Het is begrijpelijk dat Jezus de slang als voorbeeld neemt. Volgens mij betekent Jezus volgen heel concreet dat je je inspant om de plek waar je leeft goed te leren kennen en het potentiële gevaar, zoals hier heel concreet de slang, te leren onderkennen. Het leert je ook om met vertrouwen om te gaan met wat zich aanvankelijk als gevaarlijk aandient, maar het bij nader inzien niet blijkt te zijn. Slim als slangen, onschuldig als duiven.

Volgens mij betekent Jezus volgen heel concreet dat je je inspant om de plek waar je leeft goed te leren kennen

Nu is de slang alleen maar een voorbeeld. Er zijn hier veel meer gevaren waar we ons al dan niet van bewust zijn: we slapen onder een muskietennet om ons te beschermen tegen malaria. We zijn ingeënt tegen Rabius omdat er veel hondsdolheid voorkomt. Als het donker is gaan we nooit de poort uit, laat staan de weg op, omdat dat vanwege het ontbreken van straatverlichting gevaarlijk is. Als je op safari gaat met je eigen auto dan neem je een gids mee in je auto zodat je niet vast komt te zitten in de modder en je geen domme acties uithaalt in de buurt van een kudde olifanten.

Dit alles betreft dan alleen nog maar fysiek gevaar, maar je moet dit ook, of misschien wel juist, toepassen op je ziel. Wat helpt in mijn ervaring is deze vraag gewoon heel concreet aan elkaar te stellen. Wat in het leven in Malawi is volgens jou bedreigend voor je ziel? Dan komt er van alles op tafel: door de constante confrontatie met armoede kun je afgestompt raken. Door de alomtegenwoordige corruptie kun je cynisch worden over politici en de toekomst van het land. Je kunt je gaan afvragen wat voor zin je inspanningen eigenlijk hebben. In Nederland zagen de ‘slangen’ er weer heel anders uit.

In Nederland zagen de ‘slangen’ er weer heel anders uit

3. Beschermen tegen gevaar

Als je op de website van het Ministerie van Buitenlandse Zaken een reisadvies voor Malawi opzoekt, dan zul je ontdekken dat Malawi geel gecodeerd is. Nederland staat op groen. Daar zit wel wat in: het algemene gevoel van veiligheid dat we in Nederland hebben, ontbreekt hier. De vraag is of het erg is. Leven in Malawi lijkt meer recht te doen aan de diagnose die in Genesis al wordt gedaan: de wereld is een gevaarlijke plek en hoe je ook probeert het gevaar te elimineren, het zal blijven bestaan. Sommige gevaarlijke dieren in Malawi leven inmiddels in de omheinde nationale parken: de leeuw, het luipaard en de olifant. Maar de krokodil, het nijlpaard en de gevaarlijkste van allemaal: de mug die malaria verspreidt, laten zich niet opsluiten. Samenleven is dan de enige optie.  De belangrijkste les van de cursus was dan ook: de poging om gevaar te elimineren zonder te weten wat je aan het doen bent, is in zichzelf gevaarlijk.

De poging om gevaar te elimineren zonder te weten wat je aan het doen bent, is in zichzelf gevaarlijk

De waarschuwing om de slang uit de weg te gaan of in sommige gevallen te laten verwijderen door een professional sluit naadloos aan op de eschatologische visie op het einde van het kwaad die we in de Bijbel tegenkomen. De wereldgeschiedenis is geen eeuwig durende strijd tussen goed en kwaad. God elimineert zelf het kwaad in Christus. Maar dat niet alleen, God beschermt ook tegen gevaar. Nog een keer terug naar onze tuin. Hoe beschermen wij ons tegen slangen? Door middel van onze hond, Bella. Als Kees de gashond, een creatief beeld van de Heilige Geest bij A.A. van Ruler, ruikt zij het gevaar voordat wij het opmerken. En dan begint ze hard te blaffen.

Arjen Zijderveld, MA (39) studeerde theologie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Hij werkte als studentenpastoor voor het studentenpastoraat in Groningen (GSp) en als studentenwerker voor IFES-Nederland. Momenteel werkt hij op afstand voor ForumC, het kenniscentrum van IFES-Nederland. Hij is getrouwd met Sofieke, die in Malawi voor Stichting Tweega Medica artsen opleidt tot Family Medicine specialisten.

Wellicht ook interessant

Sleeping monsters van John Hamilton Mortimer
Sleeping monsters van John Hamilton Mortimer
None

De slaap van de rede brengt monsters voort

In Tegen de machine waarschuwt Paul Kingsnorth zijn lezers voor de totalitaire macht van big tech. We moeten ons verzetten tegen de Machine die ons ten diepste ontmenselijkt. Maar wat bedoelt Kingsnorth precies met ‘de Machine’? En hoe ontsnappen we eraan, als dat inderdaad wenselijk is? Filosoof Lieven De Maeyer richt zijn pijlen op het boek en geeft een scherpe analyse. Hij trekt het Machine-rookgordijn van Kingsnorth op en beziet nauwkeurig wat erachter ligt. Dat plaatje blijkt niet zo fraai.

Writer Paul Kingsnorth at his home outside Portumna, County Galway, Ireland on August 29, 2025.
Writer Paul Kingsnorth at his home outside Portumna, County Galway, Ireland on August 29, 2025.
None

Paul Kingsnorth: “AI is niet zomaar een nieuwe technologie”

Kunstmatige intelligentie verandert ons leven ingrijpend. Het is onderdeel van een alles overkoepelende ‘Machine’ waarin technologie, kapitalisme en culturele ontworteling een giftige mix vormen. Ons mens-zijn staat op het spel. Dat stelt Paul Kingsnorth zonder reserves in zijn boek Tegen de Machine. Op latere leeftijd bekeerde Paul Kingsnorth zich tot het christelijk geloof en sloot zich aan bij de orthodoxe kerk. Maartje Amelink legde hem enkele vragen voor over geloof, AI en het ultieme doel van big tech.

Nieuwe boeken