Wie weet dat genoeg genoeg is?
Matigheid in oost en west
Mythische Chinese denker Lao Zi
Wat is matigheid? De mythische Chinese denker Lao Zi (‘Oude Meester’, die volgens de traditionele overlevering rond 600 v.Chr. geleefd zou hebben) geeft in het wereldberoemde, aan hem toegeschreven ‘Boek van de Weg en de Deugd’ (Chinees: Daodejing) een voorzet:
De vijf kleurenmaken het oog van de mens blind.
De vijf tonenmaken het oor van de mens doof.
De vijf smakenmaken de mond van de mens ongevoelig. Jachtpartijen te paard brengen het hart van de mens op hol.
Moeilijk te verwerven goederen hinderen de gang van de mens.
Om die reden legt de wijze mens zich toe op de buik en niet op het oog.
Daarom verwerpt hij het laatste en kiest hij het eerste.
(Daodejing, hoofdstuk 12)
Lao Zi’s punt is duidelijk: het gebruik van de zintuigen stompt af. Je moet de buik en niet het oog als leidraad nemen. Hierin schuilt het taoïstische geheim van een matig leven.
Het gebruik van de zintuigen stompt af
In dit artikel plaats ik Lao Zi’s opvatting van ‘matigheid’ naast de westerse visie van Aristoteles. Wellicht kan de gecombineerde levenskunst van Aristoteles en Lao Zi ons op weg helpen naar een werkelijk matig bestaan. Dus geen leven waarin we ons dingen ontzeggen uit angst voor straf, maar wel een bestaan dat verbonden is met de voedingsbodem van alle dingen.
De vijf kleuren maken het oog van de mens blind…
Chinezen houden van vijftallen. De reden hiervoor is dat dit getal geassocieerd wordt met de zogeheten ‘vijf processen’ waaruit de hele werkelijkheid bestaat. Verwijzen naar het getal ‘vijf’ roept dus automatisch een verbinding op met de wereld die je omringt. Die komt soms chaotisch over, maar er wordt altijd naar een harmonie tussen de vijf elkaar beïnvloedende krachten gestreefd. Lao Zi noemt in zijn gedicht, hoofdstuk 12 uit de Daodejing, niet minder dan drie vijftallen.
De ‘vijf kleuren’ uit de eerste dichtregel slaan op blauw, rood, geel, wit en zwart, die tezamen alle tinten vormen die een mens kan waarnemen. De uitspraak dat deze kleuren je oog blind maken, wil niet zeggen dat je niets mag bekijken, maar wel dat overdaad schaadt. Hetzelfde geldt voor de vijf tonen (gong, shang, jiao, zhi en yu, die overeenkomen met do, re, mi, sol en la) en de vijf smaken (zuur, bitter, zoet, pikant en zout). Hoe meer prikkels we tot ons nemen, hoe minder we daadwerkelijk waarnemen. Ook het opzoeken van spannende situaties (‘jachtpartijen te paard’) en het najagen van luxe bezittingen (‘jachtpartijen’ en ‘moeilijk te verwerven goederen’) brengen je uit balans.
Hoe meer prikkels we tot ons nemen, hoe minder we daadwerkelijk waarnemen
Een juiste standaard
Het antwoord op dit omgaan met verslavingen is het kiezen van een juiste standaard: de wijze mens ‘legt zich toe op de buik en niet op het oog’. Voor het laatste gedeelte van deze zinsnede vinden we een treffende parallel in Prediker: ‘Het oog raakt niet verzadigd van het zien.’ Lao Zi en de bijbelauteur zouden de alomtegenwoordige visuele cultuur bekritiseren: het is tegenwoordig mogelijk om je hele leven niets anders te doen dan filmpjes afspelen via de socials. Met als gevolg dat je aan het eind van je bestaan eigenlijk niets hebt gezien. Je kunt ‘het oog’ dus nooit als ijkpunt nemen, omdat het mateloos, grenzeloos en uiteindelijk zelfdestructief is.
De buik daarentegen staat voor natuurlijke begrenzing. Als je zwaar getafeld hebt, treedt automatisch verzadiging op. Er past simpelweg niets meer in je maag. Lao Zi benadrukt dat ‘de wijze mens’ de buik als standaard voor zijn houding ten opzichte van de veelkleurige verlokkingen van de wereld neemt. Die ‘wijze mens’ is geen concreet persoon, die ik op straat tegen het lijf kan lopen. Het gaat hier om een utopisch ideaal, waaraan ik mij kan spiegelen en dat mij tot matigheid kan inspireren.
Die wijze mens’ is geen concreet persoon
De mens mag genieten
Voor Lao Zi’s is het taoïsme geen ascese: de mens mag genieten. Tegelijkertijd propagandeert de Oude Meester zeker geen hedonistische levenshouding, want dan ligt het gevaar van mateloosheid op de loer. Hij kiest dus voor een middenweg tussen ascetisme en hedonisme. Dit standpunt komt kernachtig tot uitdrukking in hoofdstuk 46 van de Daodejing:
Er is geen groter onheil dan niet te weten wat genoeg is.
Er is geen groter gebrek dan de begeerte om te bemachtigen.
Daarom, wie weet dat genoeg genoeg is, heeft altijd genoeg.
Tussen zelfverwenning en ongevoeligheid: Aristoteles over ‘matigheid’
Het concept ‘middenweg’ is niet voorbehouden aan het oosten. Ook Aristoteles (300 v.Chr.), een van de grondleggers van het westerse denken, hanteert dit idee. Zijn opvattingen over goed en kwaad staan bekend als een deugdethiek. De mens die een moreel voortreffelijk leven wil leiden, moet volgens Aristoteles een viertal kardinale deugden of goede eigenschappen ontwikkelen. Dit deugdenlijstje bevat naast wijsheid, rechtvaardigheid en dapperheid ook de goede eigenschap ‘matigheid’ (Lat. temperantia). Zo stelt Aristoteles in zijn befaamde Nicomachische Ethiek:
‘’Na moed spreken we over matigheid; want dit lijken de deugden van de irrationele delen te zijn. We hebben gezegd dat matigheid een middenweg is met betrekking tot genot (want het heeft minder, en niet op dezelfde manier, te maken met pijn); zelfverwenning manifesteert zich ook op hetzelfde vlak. Laten we daarom nu bepalen met wat voor soort genot het te maken heeft. We kunnen aannemen dat er een onderscheid bestaat tussen lichamelijk genot en geestelijk genot, zoals eergevoel en liefde voor kennis; want de liefhebber van elk van deze geniet van datgene waar hij van houdt, waarbij het lichaam op geen enkele wijze wordt beïnvloed, maar veeleer de geest; maar mensen die zich met zulke genoegens bezighouden, worden noch gematigd noch zelfverwennend genoemd.’’
Matigheid is een middenweg met betrekking tot genot
Een deugd van het irrationele deel
Wat direct opvalt, is dat Aristoteles ‘matigheid’ een deugd van ‘het irrationele deel’ noemt. Deze formulering vloeit voort uit zijn opvatting dat onze ziel bestaat uit verschillende vermogens: denken, willen en begeren. Hierbij dient de ratio de twee overige krachten te besturen en moeten de wil en de begeerte naar het verstand te luisteren. Op die manier vormen de drie vermogens van de ziel een deugdzaam geheel.
Volgens Aristoteles is matigheid een deugd die bij de irrationele zielskracht begeerte hoort. Het komt erop aan via reflectie een ‘middenweg met betrekking tot genot te vinden’. Deugden bevinden zich namelijk altijd tussen een ‘te veel’ en een ‘te weinig’. Deze Griekse denker pleit dus niet voor het radicaal opgeven van alle vormen van genot. Zo’n ascetische houding vormt een uiterste, dat door de verstandige mens vermeden moet worden. Het andere uiterste, een leven vol tomeloos hedonisme of ‘zelfverwenning’ is eveneens ondeugdelijk. Zo ligt de deugd matigheid tussen ascese en hedonisme in.
Hij pleit niet voor het radicaal opgeven van alle vormen van genot
Aristoteles’ deugdethiek
Bijzonder aan Aristoteles’ deugdethiek is dat hij nooit een kant-en-klare omschrijving van goede eigenschappen geeft. Zijn frase dat ‘matigheid te vinden is tussen zelfverwenning en ongevoeligheid’ vormt dan ook in de eerste plaats een recept waarmee de mens zijn leven vormgeeft. Met andere woorden: matigheid kan per situatie iets anders betekenen. Je hebt voortdurend je praktische verstand (Gr. phronèsis) nodig om het juiste midden te bepalen. Aristoteles vergelijkt de naar deugdzaamheid zoekende mens met een boogschutter, die met allerlei omstandigheden rekening moet houden voordat zijn pijl het doel treft.
Hoewel de Griekse filosoof matigheid als een deugd voor het irrationele zielsdeel begeerte ziet, neemt deze goede eigenschap wel een centrale positie binnen zijn deugdenlijst in. Matigheid is namelijk de middenweg zelf. Zo kun je bijvoorbeeld zeggen dat ‘dapperheid’ een matiging vormt van lafheid enerzijds en overmoedigheid anderzijds. Binnen de kardinale deugden is matigheid dus de primus inter pares. De mens die zich in temperantia oefent, raakt aan de overige drie goede eigenschappen.
Matigheid is de middenweg zelf
Het verstand
Typisch voor Aristoteles’ denken over matigheid is de nadruk die hij legt op het verstand. Maat houden is een deugd voor het lichaam, maar ons lijf kan alleen matig worden door naar de stem van de rede te luisteren. Bovendien bestaat het ultiem deugdzame en dus gelukkige leven uit zuiver denken en ‘liefde voor kennis’. Deze geestelijke liefde beïnvloedt het lichaam niet, waardoor mensen die zich hiermee bezig houden boven de categorieën ‘matigheid’ en ‘zelfverwenning’ staan. Vanzelfsprekend is dit spirituele genot voorbehouden aan de filosoof.
De buik leidt het oog. Of net andersom?
Een vergelijking tussen het denken van Lao Zi en Aristoteles over de deugd ‘matigheid’ toont een fundamentele overeenkomst en een groot contrast. Beide denkers gaan in hun omschrijving van deze eigenschap uit van de middenweg: de mens die een gematigd leven wil leiden, vermijdt zowel ascetisme als bandeloosheid. Ook valt op dat zowel Lao Zi als Aristoteles geen direct toepasbare definities van matigheid verkondigen. De lezer zal zelf in zijn of haar leven moeten uitvinden wat de deugd voor hem of haar betekent, rekening houdend met de situatie waarin hij of zij zich momenteel bevindt. Dit is geen ethisch zwaktebod, maar toont de tijdloze urgentie van het denken van beide wijsgeren.
Filosofie, of zij nu uit het Westen of het Oosten komt, presenteert geen makkelijk te verteren oplossingen maar zet tot steeds nieuwe vragen aan. Je zou kunnen zeggen dat zowel Lao Zi als Aristoteles het beoefenen van matigheid als een constant veranderende weg of een fundamenteel open project zien. In het gaan van deze weg verbindt de mens zichzelf met zijn levensbron.
Het beoefenen van matigheid als een constant veranderende weg
De bron en contemplatie van zichzelf
Lao Zi stelt namelijk dat alles wat is voortkomt uit een onnoembare bron: Tao of de bron. Kenmerkend voor deze oorsprong is dat het nooit excessief handelt, maar juist alles en iedereen precies de ruimte, voeding en ondersteuning geeft die ze nodig hebben. De matige en dus wijze mens weerspiegelt deze houding. In het geval van Aristoteles verbindt de deugdzame, zich op zijn verstand toeleggende mens zich met het goddelijke intellect. De god van Aristoteles vermijdt dan ook alle uitersten, maar wijdt zich aan een kalme contemplatie van zichzelf. Hoe meer onze ziel op het goddelijke lijkt, hoe meer wij vanuit de bron kunnen leven.
Een kernachtig verschil
In hun denken over de verhouding tussen het lichaam en het denken komt een kernachtig verschil tussen de oosterse en de westerse filosoof naar voren. Hoewel Aristoteles uit lijkt te gaan van het samenwerken van lichaam en geest, plaatst hij het denken ondubbelzinnig boven het lichamelijke. Het lichaam met zijn begeerte (naar bijvoorbeeld veel en lekker eten) dient naar de geest te luisteren; alleen dan wordt de deugd geboren.
Lao Zi gebruikt echter een metafoor – de buik – die Aristoteles hoogstwaarschijnlijk tot het irrationele deel van de ziel rekende, als standaard voor een geesteshouding. De buik met zijn natuurlijke begrenzing toont ons diepe wijsheid: ‘Wie weet dat genoeg genoeg is, heeft altijd genoeg.’ Anders gezegd: de buik leidt het oog. Aristoteles associeert het oog echter niet met onmatigheid, maar juist met het licht van de rede. Bij hem moet het oog dus de buik in toom houden. Heeft een van de twee, de antieke Chinees of de antieke Griek, meer gelijk dan de ander?
De buik leidt het oog
Ik denk het niet. Een groot privilege van onze tijd is dat we zowel het taoïsme als het aristotelisme als inspiratie kunnen gebruiken voor onze eigen zoektocht naar matigheid. Daarbij ‘leidt het oog soms de buik’ en ‘leidt de buik soms het oog’. In dit vruchtbare niemandsland tussen Lao Zi en Aristoteles schittert de deugd matigheid.
Michel Dijkstra is onafhankelijk geleerde op het gebied van oosterse filosofie en westerse mystiek. Hij promoveerde op een vergelijking tussen Meister Eckhart en zenmeester Dogen (In alle dingen heb ik rust gezocht, Vantilt 2019). In 2024 publiceerde hij Japanse filosofie, de eerste Nederlandse monografie over het denken uit het Land van de Rijzende zon. Website: https://micheldijkstra.info