Menu

Basis

Woordzoeker – een eerste bijbelvertaling

Bij de vertaling van de Bijbel in een vreemde taal gaat het niet alleen om het vinden van de juiste woorden. Andere zegswijzen en een andere cultuur geven ook zicht op een ander verstaan van de bekende teksten.

Wat als een taal nog niet geschreven is en geen enkele literaire traditie kent? En wat als in die cultuur het evangelie volkomen nieuw is? Dat geldt voor de Onobasulu mensen, een kleine, geïsoleerd levende taalgroep in Papoea Nieuw-Guinea. Het vertaalwerk was en is daarmee een voortdurende zoektocht naar passende woorden.

Voor de meeste woorden gaat dit redelijk probleemloos maar het wordt spannend bij sleutelbegrippen binnen de Schrift. Die zoektocht was soms een proces van jaren.

Stukje bij beetje kregen de vertalers meer inzicht en dat hielp om steeds betere woorden en uitdrukkingen te vinden. Vertalen is verraden; er raakt altijd iets kwijt in een vertaling. Maar elke taal heeft ook haar eigen schatten.

Elke taal heeft haar eigen schatten

Regelmatig ben ik verrast over hoe bepaalde uitdrukkingen in het Onobasulu een extra dimensie toevoegen. Ik ben me ervan bewust dat deze extra dimensie vooral mij opvalt omdat het voor mij nieuw is. Voor de Onobasulu is het hun gewone manier van spreken. Toch denk ik dat die dimensies ook ergens onbewust meespelen in hun begrip van het evangelie.

In dit artikel geef ik drie voorbeelden die mij getroffen hebben.

Vooropganger

Het Onobasulu woord voor Heer is Saminilo. Het woord samini betekent ‘voorop, de eerste’, zowel in tijd als in plaats. Het achtervoegsel –lo maakt dat dit woord op een persoon slaat, die altijd, gewoonlijk, voorop gaat, de eerste is. Er is geen onderscheid tussen mannelijk of vrouwelijk in de taal, dus het woord kan zowel een man als vrouw aanduiden.

Traditioneel was de belangrijkste man uit de familieclan de saminilo. Hij was degene die voorop ging in gevechten, daarmee de anderen beschermend, waardoor hij ook ontzag en dus gezag verwierf. Zodoende kreeg hij het recht de eerste te zijn in de onderlinge politieke organisatie. Al vanaf het begin heeft de Onobasulu kerk dit woord gereserveerd om de Heer aan te duiden. De extra dimensie dat Hij ook de Eerste in tijd is, is zeker een bonus in de keuze voor dit woord.

Adem

Een tweede voorbeeld: het Onobasulu woord voor liefde is hamesefe. Dat is een samenstelling uit de woorden hame (adem) en sefe (dragen in een touwtas). De touwtas is het traditionele draagnet dat overal in Papoea Nieuw-Guinea gebruikt wordt om alles in te dragen en te vervoeren, van de opbrengst van hun akkers tot hun baby’s. De tassen worden gemaakt van touw dat gedraaid is uit boombastvezels. De tassen zijn zo belangrijk in hun cultuur dat er een speciaal woord is om uit te drukken dat je iets in zo’n tas draagt. Ditzelfde woord wordt gebruikt in het woord voor liefhebben.

Als ze iemand liefhebben, zeggen ze dus dat ze die persoon in hun adem met zich meedragen. Als je daar goed over nadenkt, is dat heel diep, helemaal als je bedenkt dat God de mens tot een levend wezen maakte door hem zijn adem in te blazen. God draagt ons in zijn adem en wij mogen Hem en elkaar ook in onze adem dragen.

Het woord ‘adem’ komt ook weer terug in de Onobasulu uitdrukking voor hoop. Dan zeggen ze namelijk dat ze ‘hun adem op iets zetten’.

zonlicht dat door de takken van een boom schijnt
Licht dat ons aanstoot …

Licht dat ons aanstoot

Een laatste voorbeeld. Als licht op iets schijnt, dan zeggen de Onobasulu dat het licht datgene ‘aanstoot’. Dat is hun normale manier van spreken. Het is hetzelfde woord dat ze gebruiken voor je voet tegen een steen stoten, maar ook voor iemand aanstoten (vriendelijk of onvriendelijk) of voor de wind die tegen een huis beukt.

Elke keer als ik hoor dat ze dit woord ‘aanstoten’ gebruiken voor licht dat op iets of iemand schijnt, komt het lied ‘Licht dat ons aanstoot in de morgen’ van Huub Oosterhuis in mijn gedachten. Je zou haast denken dat Oosterhuis weet had van de Onobasulu taal toen hij het lied schreef!

Waarschijnlijk is ‘de stootkracht’ van licht ergens een werkelijkheid die de Onobasulu in hun taal gevonden hebben en Oosterhuis in zijn poëzie.

Taal doet ertoe

Het christelijk geloof is een nieuwkomer in de Onobasulu cultuur. Binnen drie generaties is ze van het stenen tijdperk in het digitale heden beland. De kerkleiders hebben (nog) veel invloed op de samenleving. Maar hoe kan een kerk van belang zijn als ze geen Bijbel heeft in de moedertaal?

Wat het christelijk geloof inhoudt, hebben de Onobasulu eigenlijk alleen van horen zeggen. Ze kunnen het niet makkelijk zelf nagaan. Het aantal mensen dat Engels kent, is klein en hun kennis is beperkt.

God zou een Engelssprekende vreemdeling blijven

De gedachte dat het makkelijker zou zijn om alle mensen zo goed Engels te leren dat ze de Bijbel in het Engels zouden kunnen lezen, is niet realistisch. Daarvoor is de kwaliteit van het onderwijs veel te mager. Bovendien zou God daarmee een vreemde blijven, een Engelssprekende westerling, een buitenstaander, die hen niet echt begrijpt.

We gunnen het deze kerk, met de Bijbel in de eigen taal, om zelf in hun eigen cultuur theologie te kunnen ontwikkelen. Zo kan de vertaling de Onobasulu gemeenschap helpen een goede weg te vinden in de draaikolk van hun sterk veranderende samenleving.

Anne Dondorp is taalkundige en werkt voor Wycliffe Bijbelvertalers.


Taal
Woord & Dienst 2024, nr. 2

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken