Word wakker!
Bij Jesaja 51,9-11 en Johannes 20,1-18
Verhaal
Het is nog donker als mama gestommel hoort. Hoort ze dat nou goed? Ja hoor, nu hoort ze het weer. Beneden in huis hoort ze voetstappen. Een inbreker? Ze schrikt! Hoe laat is het? Ze ziet op haar telefoon de klok op half vijf staan. Ze stoot papa aan. ‘Wakker worden, er is geluid beneden.’ ‘Huh, echt?’ ‘Ja, ik maak je toch niet zomaar wakker. Hup, eruit!’ ‘Ga jij maar!’ Knorrend valt hij weer in slaap. Nou, lekker is dat. Wat nu?
Mama schiet haar pantoffels en badjas aan en loopt zachtjes de trap af. Er brandt licht in de keuken. Stilletjes sluipt ze naderbij. Nu luistert ze nog eens goed. Ze hoort gerammel van sleutels aan de achterdeur. Zachtjes doet mama de deur naar de keuken open.
En daar staat haar oudste dochter, in pyjama, met haar fietssleutel in de hand. Ze heeft helemaal niet in de gaten dat haar moeder vlak achter haar staat. ‘Talitha!’ zegt mama ineens heel hard. Van schrik laat Talitha haar fietssleutel vallen. Even lijkt ze niet te weten wat er gebeurd is. ‘Huh, wat doe ik hier, mama?’ ‘Dat wilde ik nou net aan jou vragen, Talitha.’
Langzaamaan ontdekt Talitha wat er gebeurd is. ‘Ik heb gedroomd.’ ‘Ja, en een behoorlijk eind geslaapwandeld! Vanaf zolder, je had wel wat kunnen breken.’ ‘O, maar ik droomde dat ik helemaal alleen thuis was en zelf naar school moest. Maar toen je mijn naam riep, wist ik dat die droom niet klopte. Je geeft me altijd een zoen voordat ik naar school ga. En als ik dat vergeet, dan roep je heel hard: Talitha!’
Zegenbede
De Heer roept ons wakker door ons bij name te noemen.
De Heer opent onze ogen om opgestaan op weg te gaan.
De Heer zet ons in beweging om de dag als nieuw te beginnen.
Wakker, opgericht en opgestaan mogen we de nacht achter ons laten.
Zo zijn wij gezegend met zijn opstandingslicht.
Amen.