< Terug

Marleen Reynders – Exodus. De impact van een Bijbelse migratie

Cover van Exodus. De impact van een Bijbelse migratie. Geschreven door Marleen Reynders

Is dit het zoveelste, rijk geïllustreerde, maar weinig vernieuwende populair wetenschappelijke boek over de uittocht uit Egypte, dat binnen afzienbare tijd terecht in de ramsj zal verdwijnen? Nee. Ik werd vanaf de eerste bladzijde geboeid door het heldere, weloverwogen en goed gedocumenteerde betoog van Marleen Reynders.

Ze is Egyptoloog, verbonden aan de universiteit in Leuven en neemt je als lezer mee in haar speurtocht naar sporen van Jozef en Mozes en hun volk in het oude Egypte en van de verhalen over uittocht en intocht. Dat doet ze innemend. De toon is defensief noch aanvallend, eerder onbevangen. Het relevante materiaal wordt kundig gepresenteerd en op basis daarvan worden relevante vragen gesteld en waar mogelijk op basis van goede argumenten beantwoord.

De vraag naar de historiciteit van de bijbelverhalen wordt daarbij uitgesteld tot het moment waarop er op basis van de beschikbare feiten echt iets zinnigs over gezegd kan worden. Eerst wordt er een gedetailleerd beeld geschetst van Egypte en de Levant vanaf de vroege bronstijd (derde millennium voor het begin van onze jaartelling) tot aan de tijd van de Romeinen. Veel aandacht is er voor de dominante rol van Egypte in de Levant.

Het is onmiskenbaar dat de auteur zich hier op vertrouwd terrein bevindt. Ze maakt de lezer daarbij deelgenoot van recente ontwikkelingen in het wetenschappelijk onderzoek, zoals de resultaten van de opgravingen in de oostelijke Nijldelta met nieuwe informatie over de Hyksos en de stad Avaris.

Bijbelwetenschappers kunnen veel van haar leren, al was het alleen al dat ze misschien nog wat voorzichtiger moeten zijn met verwijzingen naar teksten en gebeurtenissen uit het oude Egypte.

Pas na ruim honderd bladzijden komen dan de genoemde bijbelverhalen aan bod. Die worden nauwkeurig naverteld waarbij steeds wordt ingegaan op de verwijzingen in de verhalen naar de Egyptische setting. Zo komen respectievelijk in het hoofdstuk over Jozef de volgende onderwerpen aan de orde: karavanen, de majordomus, droom verklaarders, hovelingen, graanschuren, hongersnood en slavernij.

In veel gevallen moet geconstateerd worden dat het beeld zoals dat in Genesis wordt geschetst niet geheel overeenkomt met wat we nu weten over Egypte in de tijd waarin het verhaal zich zou hebben afgespeeld. Soms klopt het gewoon helemaal niet, zoals in het geval van de genoemde kamelen (of dromedarissen), die namelijk pas sinds de tiende eeuw voor Christus gebruikt werden als lastdieren. In de tijd van Jozef functioneerden vooral ezels als lastdier.

Veel van dit soort anachronismen treft Reynders ook aan in de verhalen over Mozes. Een duidelijk voorbeeld betreft de genoemde voorraadsteden Pitom en Raämses, waar de Hebreeën hun slavenarbeid moesten verrichten. Uitgebreid wordt ingegaan op de mogelijke identificatie van beide steden en het vele onderzoek dat daarnaar is verricht. De conclusies zijn weloverwogen en veelzeggend.

Raämses zou heel goed kunnen verwijzen naar de stad Pi-Ramses, maar dat zou wel betekenen dat de uittocht niet vroeger dan de dertiende eeuw voor Christus geweest kan zijn; veel later dus dan gesuggereerd in Exodus. Raämses wordt ook wel geïdentificeerd met Tanis, maar dat zou het tijdstip van de uittocht nog verder weg verschuiven: naar de tiende eeuw.

Pitom wordt door Egyptologen tegenwoordig geïdentificeerd met het Egyptische Per-Atoem uit de zevende eeuw. Zowel Pitom als Raämses kunnen dus heel goed verwijzen naar bestaande steden in het oude Egypte, maar lag wel allang in puin toen er aan de eerste werd gebouwd. De zoektocht naar harde feiten die wijzen op een historische kern van de uittocht uit Egypte, de doortocht door de zee (welke zee precies?), de lange zwerftocht door de woestijn en de spectaculaire verovering van Kanaän levert weinig op. Wel worden we veel wijzer over het ‘bonte etnische tapijt’ in die periode in die regio met onder andere goede informatie over de Habiru en de Sjasoe.

In haar reconstructie van de wordingsgeschiedenis van de latere koninkrijken Israël en Juda en van de ontwikkeling van het Jahwisme tot exclusief monotheïsme sluit Reynders aan bij de recente theorieën zoals die van Israel Finkelstein en Mark Smith. Ze heeft daarbij dankbaar gebruik gemaakt van haar Leuvense collega’s Marc Vervenne, Hans Ausloos en Bénédicte Lemmelijn.

Dat laatste is duidelijk ook gebeurd in het afsluitende deel waarin zij op zoek gaat naar de betekenis van het exodus-verhaal. Dat is een korte cursus historisch-kritisch Bijbelonderzoek, gevolgd door enkele bespiegelingen over de blijvende waarde van dit verhaal als een ‘bemoedigende boodschap van hoop en vertrouwen en een oproep tot het nemen van een eigen verantwoordelijkheid’ (blz. 289).

Naast een uitgebreid notenapparaat bestaat het boek verder uit goede literatuurlijsten, een chronologisch overzicht en een index op onderwerpen. Het boek is mooier uitgegeven dan men op basis van de prijs zou verwachten. Het is weliswaar een paperback, maar wel op zwaar papier en met maar liefst 262 goed weergegeven afbeeldingen (bestaande uit foto’s en kaartjes). Ook inhoudelijk is het van hoog niveau, vooral wanneer de schrijfster zich beweegt op het terrein van de Egyptologie.

Klaas Spronk is hoogleraar Oude Testament aan de Protestantse Theologische Universiteit Amsterdam en hoofdredacteur van Schrift.


Exodus. De impact van een Bijbelse migratie. Marleen Reynders. Uitgeverij Sterck & De Vreese, Gorredijk 2022. 368 pp. € 34,95. ISBN 978 90 56155902.


< Terug