< Terug

Judith verbrak het zwijgen over misbruik door haar predikant

Bij seksueel misbruik in kerk en pastoraat relaties spelen ‘spreken’ en zwijgen’ een ingewikkelde rol. De dader roept de misbruikte op om te zwijgen. De misbruikte zwijgt uit schaamte. Omstanders zwijgen. Als de misbruikte de stilte verbreekt en spreekt, barst de bom. Aan het woord zijn een misbruikte en Christiane van den Berg-Seiffert, die onderzoek deed naar de dynamiek in de geloofsgemeenschap na seksuele grensoverschrijding in een pastorale relatie.

Judith spreekt in dit artikel niet onder haar eigen naam, omdat het daar (nog) niet de tijd voor is. En ook omdat ze niet vereenzelvigd wil worden met het misbruik. Want misbruik is onderdeel geworden van haar leven, maar haar leven omvat meer dan dat. Ze is ook christen, (onder)zoeker, ondernemer, moeder en iemand die probeert haar stem terug te vinden door te reflecteren, te lezen, te duiden, te bespreken en te schrijven.

Christiane van den Berg-Seiffert is predikante in de oecumenische Ekklesia in Leiden en zij is supervisor en pastoraal supervisor. Zij deed promotieonderzoek naar de dynamiek in de geloofsgemeenschap na seksuele grensoverschrijding in een pastorale relatie.

‘Dat ontneemt je je eigen stem; je verliest jezelf’

Verstikkend zwijgen

Zwijgen is op zichzelf een neutraal begrip. Het kan positief of negatief zijn, afhankelijk van de context waarin zwijgen plaats vindt. Zwijgen kan positief zijn wanneer je iemand in vertrouwen neemt omdat je iets kwetsbaars deelt. Het is fijn om dan te weten dat die vertrouwelijkheid wordt gerespecteerd.

Zwijgen kan ook als positief worden ervaren, wanneer je naast iemand staat die een groot verdriet of een zware last draagt, waar geen woorden voor zijn. Dan sta je stil naast iemand, aanwezig zonder woorden. Er zijn echter ook situaties denkbaar waarin zwijgen een andere lading krijgt. Want het positieve zwijgen van de vertrouwelijkheid kan ook worden misbruikt. En dan ontstaat er een verstikkende wereld van zwijgen en van toedekken die enorm veel schade aanricht.

In dit artikel gaan wij in op zwijgen en spreken in misbruikrelaties. En hoewel wij ons hier concentreren op seksuele grensoverschrijding in een pastorale relatie, geldt veel van wat wij zeggen ook breder. Kenmerkend voor grensoverschrijding in een pastorale relatie is wel de grote reikwijdte ervan. Wat er gebeurt raakt niet alleen degene die grensoverschrijding heeft ervaren en de mensen direct om hem of haar heen, ook heel de gemeente krijgt te maken met de ingewikkelde dynamiek rond zwijgen en spreken.

Niet kunnen spreken. Niet durven zeggen wat je misschien wel opvalt. Fluisteren. Persoonsbescherming van de misbruikte die veiligheid biedt, maar die ook onzichtbaar en monddood kan maken. En dan zoeken naar woorden voor de pijn. Voor de schade… Deze hele dynamiek moet worden ‘meegedacht’, daar waar wij in het vervolg vooral focussen op het zwijgen en spreken van degene die grensoverschrijding heeft ervaren.

‘Vanaf het begin benadrukte de dader het bijzondere van de relatie.’
(beeld: cMihai Surdu, Pixabay)

Waarom zweeg ik?

Aan het woord is Judith: ‘Ik heb vaak de vraag gekregen: waarom heb je gezwegen? Waarom heb je niet eerder iets gezegd? Waarom heb je niet duidelijker Nee gezegd? Vooral omdat ik volwassen ben. Ik was niet minderjarig, ik werd niet fysiek gedwongen of bedreigd om het misbruik geheim te houden. Ik had eerder kunnen spreken. Maar ik deed het niet. Of toch wel? Probeerde ik wel te spreken, maar lukte het niet meer? Werd mijn stem gedempt, genegeerd, tegengesproken en uiteindelijk uitgeschakeld?

Ik benoem hieronder thematisch een aantal aspecten die naar mijn idee hebben bijgedragen aan het zwijgen over het misbruik én aan het doorbreken ervan.

‘Mijn ziel werd gecorrumpeerd’

Vertrouwen en waakzaamheid

Ik vertrouwde de dader volledig. Als mens, als vriend en in zijn rol, omdat hij een vertrouwenspositie had als predikant. Hij creëerde een sfeer van vertrouwelijkheid en benoemde het wederzijdse vertrouwen vaak. Hij vertelde hoe ik hem tevoorschijn kon luisteren, hoe fijn het was om wederkerigheid te ervaren in contact. We deelden het geloof en vertrouwen in dezelfde God. Daarin samen optrekken schept een (spirituele) band, die ik steeds meer ging koesteren.

Ik geloofde echt dat hij het goede met mij voor had. En dat hij er nooit misbruik van zou maken dat hij zo dichtbij kon komen. Dat dat juist wenselijk was in een pastorale relatie waarin het zo helpend kan zijn wanneer je je openstelt, je kwetsbaar opstelt, je ziel deelt.

Ik confronteerde hem met mijn gevoel dat er iets niet klopte, ik sprak hem aan op zijn soms ongepaste opmerkingen over mij als persoon of over mijn uiterlijk. Ik vroeg hem wat hij van mij wilde, maar hij stelde mij iedere keer weer gerust, benadrukte dat er niets aan de hand was, dat hij graag openhartig sprak, zonder verborgen agenda of bijbedoelingen, en dat ik daar gerust op kon vertrouwen. Ik dacht dat als hij zo open was, hij niets te verbergen had, dat het zijn open manier van doen, van communiceren was.

Seksueel misbruik in pastorale relaties (SMPR) wordt tegenwoordig benaderd als machtsmisbruik, en dat is het ook, maar het is meer dan dat. Als je te maken krijgt met spiritueel misbruik, wordt niet alleen de integriteit van je lichaam aangetast, maar de integriteit van je diepste zijn, je ziel. Dat ontneemt je je eigen stem; je verliest jezelf.

‘De stilte van de eenzaamheid die daardoor ontstond, vond ik ondraaglijk.’
(beeld: Mabel Amber, Pixabay)
‘Door de schaamte verstokt je stem’

Als ik de intenties van de dader bij hem toetste schetste hij namelijk een beeld van een vriendschap die door God werd gezegend, een geschenk uit de hemel. Omdat ik hem vertrouwde, bleef ik maar proberen dat te rijmen met zijn gedrag, al lukte dat steeds minder goed. Als ik hem kritische vragen stelde, had hij altijd weer een weerwoord uit de Bijbel om de relatie – het verbond tussen ons zoals hij het noemde – te rechtvaardigen, te legitimeren en juist het bijzondere ervan te benadrukken; ik denk niet alleen ten opzichte van mij maar ook van zichzelf. En ik ging daar steeds meer in mee.

Ik wilde hem graag geloven, want ik vond zelf teveel in de verbinding en de vriendschap. Zijn stem werd steeds meer die van mezelf, en dat werd versterkt omdat hij Gods stem erin verwerkte. Mijn ziel werd gecorrumpeerd. Daardoor liet ik mijn waakzaamheid langzaam varen, ik ging de rode vlaggen negeren, steeds minder vragen stellen. Mijn eigen innerlijke waarschuwende stem werd zachter en uiteindelijk stil.

‘Mijn innerlijke waarschuwende stem werd zachter en uiteindelijk stil’

Loyaliteit en geheimhouding

Vanaf het begin benadrukte de dader het bijzondere van de relatie, hoe hij mij als soulmate zag, door God gezegend en hoe moeilijk dat te begrijpen zou zijn voor anderen. Hij begon te vragen hoe ik omging met wat wij deelden en bespraken in de communicatie met anderen, of mijn echtgenoot en vrienden daar wel mee om konden gaan, ook gezien zijn rol in de gemeente. Ik ben toen steeds minder gaan delen met anderen. Vertrouwelijkheid werd een soort dekmantel voor geheimhouding.

Ook toen hij benadrukte dat het vertellen van het fysieke deel van de ‘relatie’ alleen maar meer schade zou aanrichten voor onze gezinnen en voor onze gemeente, geloofde ik hem. Ik wilde mijzelf, hem, en onze gezinnen ook beschermen. Ik wilde hem niet te kort doen, omdat ik bleef hopen dat hij geen verkeerde intenties had gehad. En ik wilde niet dat hij onevenredig gestraft zou worden vanwege zijn positie.

‘Vertrouwelijkheid werd een soort dekmantel voor geheimhouding’

Schuld en schaamte

Ik zat gevangen tussen de leugens die zo beklemmend waren, en de waarheid die ik niet onder ogen wilde zien. En dat geheim ging steeds zwaarder op me drukken. Toen ik mijn man vertelde over wat er speelde en daarna de kerkenraad, overheerste bij mij een enorm gevoel van schuld en schaamte. Ik voelde me zo schuldig dat ik niet trouw was aan mezelf, aan mijn morele kompas, aan mijn echtgenoot. Ik kende de Tien Geboden toch heel goed? Dus waarom had ik me daar dan niet aan gehouden? Dat was toch mijn eigen keuze, mijn eigen schuld? Ik had dat toch zelf verzwegen, erover gelogen? Niemand had me toch gedwongen?

Dat schuldgevoel werkt enorm verlammend en werd verder gevoed door de reacties van anderen die dezelfde onthutsing ervoeren. Door de schaamte verstokt je stem. Ik was toch geen klein kind dat niet beter kon weten? Hoe had ik me zo kunnen laten manipuleren? Me zo in een geheime bubbel kunnen laten manoeuvreren? Niemand zou dit begrijpen vermoedde ik, ik begreep het zelf niet eens.

(Angst voor) verlies en pijn

Ik kon het niet zeggen en ik wilde het ook niet. Al wist ik met mijn hoofd dat dit het juiste was, dat het om de vruchten van de boom ging en niet om gevoel of interpretatie, het voelde niet zo in mijn hart. Ik was bang dat ik alles zou verliezen als ik zou vertellen wat er gebeurd was; mijn gezin, vrienden, familie, de gemeente waar ik deel van uit maakte, mezelf én de dader. De impact van wat er gebeurde drong maar heel langzaam tot me door. Het voelde in eerste instantie ook helemaal niet bevrijdend om het zwijgen te doorbreken.

De bom ontplofte volledig toen ik alles vertelde, de confrontatie met de pijn bij mezelf en anderen was onmetelijk groot, de onthutsing, het onbegrip, het oordeel van anderen. Ik begrijp heel goed waarom er mensen zijn die het pas jaren later of helemaal nooit vertellen. Ik voelde me helemaal zwart, dood van binnen, wanhopig en totaal verloren, vervreemd van mezelf, de wereld om me heen en van God. De stilte van de eenzaamheid die daardoor ontstond vond ik ondraaglijk.

Het beeld verandert: slachtoffers zijn niet meer zielig, maar moedig

Verwarring en ontkenning

Vanaf het begin overheerste een gevoel van verwarring over wat er gebeurde. Ik kon het gewoon niet duiden, ik kon geen woorden vinden die pasten bij wat er was gebeurd. Pas nadat ik alles had verteld, ging ik me steeds meer afvragen of de dader wel echt degene was die ik dacht, of hij niet de Bijbel en God voor zijn karretje had gespannen om te krijgen wat hij wilde. De visitatiecommissie begon meteen over ‘grooming’ en ‘ongelijkwaardig’. Ik wilde het gewoon niet geloven.

Ik zag mijn aandeel echt als gelijkwaardig, mijn eigen verantwoordelijkheid en verkeerde keuzes, ik vond mezelf niet passen in het profiel van slachtoffer, als volwassene zonder geschiedenis van misbruik, en ik zwalk daarin nog steeds heen en weer. Het ene moment voelt het alsof het allemaal mijn schuld is, het andere moment overweeg ik om naar de politie te stappen.

Iemand die een soortgelijke situatie heeft meegemaakt zei daarover: ‘Sometimes it is easier to bear responsibility than to bear the truth.’ Ik nam liever de verantwoordelijkheid voor mijn eigen verkeerde keuzes op me dan dat ik wilde erkennen dat er sprake was van (machts)misbruik op grond van geloof en Bijbel. Die verwarring is misschien wel wat me het meest monddood heeft gemaakt; ik wist gewoon niet meer wat waarheid was en wat leugen.’

Na dit verhaal van Judith schrijft Christiane van den Berg verder: ‘Ik begrijp heel goed waarom er mensen zijn die het pas jaren later of helemaal nooit vertellen.’
(beeld: Gerd Altmann, Pixabay)

Twee manieren van spreken

De ervaringen van Judith staan niet op zichzelf. De aspecten die zij hier onderscheidt komen in de verhalen van mensen die grensoverschrijding hebben ervaren telkens terug. En die ervaringen vinden plaats in een maatschappelijke context waarin bepaalde stemmen makkelijker gehoord kunnen worden dan andere. Voor bepaalde ervaringen hebben wij als maatschappij wél woorden, voor andere ervaringen (nog) niet. Dan moet de ruimte om te spreken maatschappelijk worden bevochten.

Lange tijd was er maar één manier waarop je over seksueel of geseksualiseerd contact tussen pastores of gezagsdragers in de kerk en gemeenteleden kon spreken en denken: in termen van overspel. De focus van deze manier van spreken lag op seksualiteit.

Praten is moeilijk, het gaat over dingen die je liever niet hoort en ziet

De enige vraag die werd gesteld was: is dit een geoorloofd of een ongeoorloofd seksueel contact. In deze manier van spreken, die als ‘romantisch discours’ kan worden aangeduid, werden (vrouwelijke) gemeenteleden bovendien doorgaans als verleidster van de (mannelijke) pastor gezien. Voor hun eigen ervaring was geen ruimte. Hún stem werd niet gehoord.

Met name de vrouwenbeweging heeft zich vanaf ongeveer 1980 ingezet voor een andere manier van spreken over deze contacten. Namelijk in termen van professionaliteit. De in de pastorale relatie meermachtige pastor draagt de verantwoordelijkheid voor de veiligheid ervan. Analoog aan andere hulpverlenende relaties is het seksualiseren van de pastorale relatie strafbaar. Deze manier van spreken, dit ‘machtsdiscours’, geeft mensen die grensoverschrijding hebben ervaren woorden om over hun ervaringen te spreken. Het maakt de enorme schade zichtbaar die grensoverschrijding in een pastorale relatie aanricht.

Niet in het plaatje

Tegelijk laten de ervaringen van Judith zien hoe ongelooflijk zwaar het ondanks dit heldere discours nog steeds is om de eigen stem te hervinden. Naast alles wat al genoemd is, speelt hier ook het in onze maatschappij cultureel beschikbare slachtofferbeeld een rol. Dit beeld eist namelijk dat je niet alleen klein, weerloos en kwetsbaar moet zijn, wil je als écht slachtoffer erkend worden, maar ook lief en passief.

Mensen die hun stem hervinden en verheffen om misbruik aan de kaak te stellen, die voldoen juist door hun spréken niet aan het beeld dat wij in onze maatschappij bewust of onbewust hebben van slachtoffers. Zij passen dus niet goed in het (cultureel beschikbare) plaatje.

Net als profeten hadden zij liever niet hóéven spreken

En dus dreigt het gevaar dat hun stem niet wordt gehoord. Dus dreigt het gevaar dat het gebeurde toch weer vanuit het romantisch discours wordt geïnterpreteerd. Maar dat niet alleen. Mensen die grensoverschrijding hebben ervaren zijn ook zélf uiterst huiverig voor precies dit in onze cultuur aanwezige plaatje. Want dat plaatje zegt ook: ‘Slachtoffers zijn zielig.’ En daar wil je dus echt niet bij horen! Ook dat maakt spreken zo lastig.

Gelukkig lijkt er nu langzaam meer ruimte te ontstaan voor andere beelden. Krachtige beelden van mensen die opstaan tegen onrecht. Mensen die niet zielig zijn, maar moedig. Die beschadigd zijn én sterk. Onder meer #MeToo draagt hieraan bij.

‘Hij spande de Bijbel en God voor zijn karretje om te krijgen wat hij wilde.’
(beeld: moritz320, Pixabay)

Het zwijgen doorbreken

Judith vervolgt haar verhaal: ‘Het doorbreken van het zwijgen lukte bij mij alleen door de feiten te delen en de interpretatie ervan aan anderen over te laten. Ik voelde me verantwoordelijk voor de schade die was aangericht en ik vond dat de gemeente het recht had om te weten wat er was gebeurd. Ik hoopte dat de waarheid ons allemaal vrij zou maken. Bovendien was ik ook bang dat dit misschien anderen zou overkomen.

Ik begon te lezen over de dynamieken van misbruik en de rol van macht daarin, over manipulatie met gebruikmaking van Bijbel en geloof. Ik ging praten met anderen die hetzelfde was overkomen en verder waren in het proces dan ik. Ik kreeg hulp van therapeuten, misbruikexperts en van mensen om me heen die van me hielden. En langzaam lukte het me weer om woorden te vinden. Wat daarbij enorm hielp was een peer counselor, iemand die hetzelfde had meegemaakt als ik, en later was opgeleid om anderen in dezelfde situatie te begeleiden. Zij gaf woorden aan wat ik zelf nog niet kon omschrijven, ook al wilde ik het vaak niet horen.

Zij verstoren de gezelligheid met hun verhaal

Wat heeft geholpen in mijn verhouding tot de gemeente, is de erkenning vanuit de kerkenraad door een duidelijk standpunt in te nemen dat wat hier gebeurde misbruik was. Het op gang brengen van het gesprek met andere gemeenteleden, hoe moeilijk ook, draagt eraan bij om het isolement te doorbreken.

Intussen probeer ik mijn stem weer terug te vinden en mijn identiteit opnieuw op te bouwen, door weer uit de juiste bron te leven. Door de waarheid te zoeken en daar woorden aan te geven, zodat mijn geest wordt vernieuwd en ik waarheid en leugen weer goed kan onderscheiden. Ik probeer mijn verhaal te delen met anderen die hetzelfde hebben meegemaakt. En ook met hen die proberen te voorkomen dat dit opnieuw gebeurt, die bewustwording willen stimuleren.

Het spiritueel misbruik heeft grote wonden geslagen in mijn ziel, maar ook in onze gemeente. Het is hard werken om die wonden te helen. Erover praten met elkaar ook, want het gaat over dingen die je liever niet hoort en ziet. Maar het verhaal van (spiritueel) misbruik moét verteld worden. Om het zwijgen te doorbreken. Om te erkennen. Om samen te rouwen. Om te waarschuwen. En om uiteindelijk de wonden te kunnen helen.’

Profetisch spreken

Christiane van den Berg schrijft verder.

De mensen die grensoverschrijding hebben ervaren, roepen bij mij het beeld van de bijbelse profeten op. Allereerst gewoon door wat ik zag. Descriptief. De mensen die ik ontmoette, leken namelijk wel wat op deze profeten. Net als profeten hebben zij niet gevraagd om de rol die zij kregen. Liever hadden zij niet hoeven spreken. En net als bij de profeten is wat zij verkondigen heel ongemakkelijk. Zij verstoren de gezelligheid met hun verhaal en zij maken zich niet geliefd. Daarnaast kan het beeld ook prescriptief werken, voorschrijvend: want naar profeten moet je luisteren.

Natuurlijk zijn wij terecht zeer terughoudend om in onze wereld profetisch spreken aan te wijzen. En niet alles is wijs, wat mensen zeggen die misbruik hebben meegemaakt. Maar zij hebben wél iets te zeggen. Net als profeten. Door hun spreken zetten zij zich in voor de kerk die hen lief is. Zij staan op tegen onrecht. Zij hebben recht van spreken.

Judith’ is het pseudoniem van een ervaringsdeskundige.

Christiane van den Berg-Seiffert is predikante in de oecumenische Ekklesia in Leiden en zij is supervisor en pastoraal supervisor. Zij deed promotieonderzoek naar de dynamiek in de geloofsgemeenschap na seksuele grensoverschrijding in een pastorale relatie.

Literatuur en meldpunt

Meldpunt: https://www.veiligekerk.nl

Christiane van den Berg-Seiffert, Ik sta erbuiten, maar ik sta wel te kijken. De relationele dynamiek in geloofsgemeenschappen na seksuele grensoverschrijding in een pastorale relatie vanuit het perspectief van primaire slachtoffers, Boekencentrum Academic, 2015.


< Terug