Bewust leven met vernieuwde innigheid
Mw. drs. C.A. Boonstra is predikant in de Protestantse Kerk in Nederland. Zij is lid van de redactie van Ouderlingenblad

1. Persoonlijk betrokken
Bron voor de verdieping tot bewust leven gaat terug naar de middeleeuwen. Geert Grote (1340-1384) maakte een omslag in het dagelijkse leven en geloven voor de gewone mensen. Daarbij inspireerde hij ook kloostergemeenschappen. Zij gingen weer terug naar hun bron: Leven in verbondenheid met de Eeuwige, en van daaruit inspirerend, deugdzaam en in eenvoud te leven. Hieruit is de beweging Moderne Devotie ontstaan. Deze beweging, met als stichter Geert Grote, kan voor ons een voorbeeld zijn.
Geloven voor gewone mensen. Dat is wat anders dan als non of monnik intreden in een klooster of theologie studeren of werken bij de kerk. Geert Grote zag dat veel mensen verdieping zochten, maar niet iedereen kon intreden of studeren. Hoe konden zij dan hun verbondenheid krijgen met de Eeuwige en vanuit de Geest leven? De mensen werden uitgedaagd om persoonlijk iets op te bouwen, zelf de heilige teksten te (leren) lezen en een persoonlijke keuze te maken voor die uitspraken die verdieping brachten in hun eigen geloofsleven. Vernieuwde innigheid. Modern gezegd: bewust leven met nieuwe inspiratie, verbonden met de Eeuwige.
In de volgende paragraaf zijn een aantal van de oude middeleeuwse bezinningsteksten verzameld, die gevonden zijn bij Geert Grote, Thomas van Kempen en broeders en zusters van het Gemene Leven.
Wat Geert Grote ook besefte is, dat iemand het allemaal niet alleen kan doen. Er waren wel kluizenaars die hun hele leven wijdden aan bidden en studeren, maar dat was weer niet geschikt voor de gewone vrouw of man. Mensen hebben mensen nodig om het vol te houden. Daarom had hij als voorbeeld de eerste christengemeenschap die we kennen, beschreven in Handelingen 2:41-42:
Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich do-pen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. 42 Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.
En in Handelingen 4:32-35:
De groep mensen die het geloof had aanvaard, leefde eendrachtig samen. Geen van hen beschouwde zijn bezittingen als zijn persoonlijk eigendom, want ze hadden alles gemeenschappelijk. 33 De apostelen bleven met grote kracht getuigen van de opstanding van de Heer Jezus, en God begunstigde allen rijkelijk. 34 Niemand onder hen leed enig gebrek: wie een stuk grond of een huis bezat, verkocht het, bracht de opbrengst naar de apostelen 35 en legde die aan hun voeten neer, waarna het geld naar behoefte onder de gelovigen werd verdeeld.
Het derde is de studie zelf. Hoe kun je verdieping brengen in je geloofsleven met de inspirerende teksten die je om je heen hebt? Geert Grote zorgde ervoor dat getijdegebeden (een boek met bijbelteksten en gebeden -in die tijd belangrijker dan de Bijbel zelf) in de volkstaal werden overgeschreven en verspreid onder de gewone mensen. En hij stimuleerde tot bijeenkomsten in de avond om te luisteren naar lezingen en met elkaar daarover in gesprek te gaan. Mannen en vrouwen in de gemeenschappen leerden zo de Bijbel beter kennen. Met als doel een samenleving op te bouwen die, zoals Jezus voorleefde, omziet naar de naaste in nood. Na paragraaf 3 vindt u vragen voor een leergesprek.
2. Rapiaria
Er zijn mensen die een klein boekje met zich meedragen. Zij schrijven daarin (bijbel)teksten en gedichten die zij belangrijk vinden. Soms bladeren ze erin op een stil moment (bijvoorbeeld in een wachtkamer) en zo worden ze weer bepaald bij de wijze woorden die ze eerder opgeschreven hebben, woorden die hen aanzetten tot goede daden in de samenleving. De zusters van het Gemene Leven, die eind 14e eeuw woonden in het ouderlijk huis van Geert Grote, hadden zo’n boekje. Of meer waarschijnlijk, losse blaadjes samengebonden met een touwtje. Ze noemden dat Rapiaria. Als ze aan het spinnen waren, of weven, of op het veld bij de koeien en de varkens, dan waren er altijd momenten om over je leven na te denken en je gedachten te richten op de goede dingen. Het boekje sloegen ze open en zo vonden ze de uitspraken die ze hadden gehoord de avond of de week ervoor tijdens het leergesprek.
Enkele rapiaria die overgeleverd zijn van Geert Grote, de broeders en zusters van het Gemene Leven en Thomas a Kempis:
-‘als we onder elkander eensgezind zijn, hebben we van buiten niets te vrezen’
-‘het gaat er niet om wat je schrijft of zegt, maar wat je doet’
-‘het beste wat een mens kan laten zien aan de wereld zijn haar of zijn oprechtheid en eerlijkheid’
-‘wat ik moet, dat doe ik’
-‘voor alle dingen dunkt het mij goed dat je geestelijk blij bent, je gebreken zullen je mishagen, maar niet beangstigen noch bedrukken. ‘
-‘wat pijnigt dat reinigt’
-we moeten altijd dingen doen die binnen ons bereik liggen’
Aan de slag
Deze vorm van persoonlijke bezinning kan ingezet worden op allerlei plekken bij activiteiten in de kerk. Catechisanten of de leden van een gespreksgroep kunnen worden gestimuleerd een ‘leeg boekje’ aan te schaffen en bijzondere bijbelteksten of inspirerende liederen of uitspraken te verzamelen en erin te schrijven. Deze teksten gaan ze dan overdenken op de rustige momenten van de dag. En na een periode wordt in een bijeenkomst dit centraal gesteld: de boekjes met elkaar delen en in gesprek gaan over de keuzes van de persoonlijke teksten en de invloed daarvan op de dingen die ze doen.
3. Verdiepende leergesprekken
De kleine gemeenschappen, die ontstaan zijn vanuit het gedachtegoed van Geert Grote, hadden de gewoonte tijdens en na de maaltijd bijbelteksten en andere wijsheidsteksten te lezen en met elkaar te bespreken. Deze ontmoetingen werden Collationes genoemd. De zusters in het Meester Geertshuis kregen een frater van het Broederhuis op bezoek, hij besprak met hun de tekst en ging met hen daarover in gesprek. Zo probeerden zij hun gedachten te brengen naar de goede zaken en een deugdzaam leven te leiden.
Vlak na de maaltijd met elkaar een bijbeltekst lezen is een oud gebruik in de gezinnen van goede christelijke huize in Nederland. Het is eigenlijk het begin van zo’n Collatione, zo’n leergesprek. Na het lezen ga je met elkaar in gesprek over de wijze woorden. Je vertelt aan elkaar wat het je doet en hoe je het in je eigen leven gestalte wilt geven.
Hoe je een bijbelgedeelte leest en je eigen maakt kan op verschillende manieren. Hier volgen drie voorbeelden van benadering.
Leergesprek (1) over een bijbelgedeelte
1. Lees de tekst voor. De deelnemers luisteren (maximaal 6 personen per groep).
Lees het in twee verschillende vertalingen (bv. Statenvertaling en NBV).
2. Enige minuten stilte. Laat ieder opschrijven wat opvalt in de tekst. Wat raakt je, waar heb je moeite mee?
3. Lees nogmaals de tekst in één van de vertalingen.
4. Weer stilte, ieder overdenkt de tekst met wat raakte en wat een struikelsteen is.
5. Vertel aan elkaar wat je opgevallen is en ga daarover in gesprek.
6. Laatste ronde: vertel wat je heeft geïnspireerd tijdens het gesprek en hoe je de komende tijd ermee aan de slag gaat.
Leergesprek (2) over een bijbelgedeelte
1. Lees de bijbeltekst.
2. De deelnemer identificeert zich met een van de personen die in de bijbeltekst wordt genoemd en denkt erover na wat dit betekent.
3. Ieder v ertelt aan elkaar met welke persoon hij of zich identificeert. Mensen die dezelfde persoon hebben gekozen gaan kort met elkaar in gesprek. De anderen ook, in tweetallen of drietallen.
4. Delen v an ervaringen. Wat betekenen al deze ervaringen voor de uitleg van de bijbeltekst? (dit is een vorm die verder wordt uitgewerkt in bibliodrama)
5. Lees de bijbeltekst nog een keer.
6. Laatste ronde: Ieder vertelt wat haar of hem heeft geïnspireerd tijdens het gesprek en gaat er de komende tijd mee aan de slag.
Leer gesprek (3) over een bijbelgedeelte
1. De bijb eltekst wordt voorbereid door één van de deelnemers. Hij of zij maakt een paar vragen ter bezinning op de tekst, en in kleine groepen (maximaal 6) gaan de deelnemers ermee aan de slag.
2. Hier en kele vragen bij de belangrijke bijbeltekst die Geert Grote centraal stelde, Handelingen 2:41,42 en 4: 32-25:
• Trouw blijven aan het onderricht van de apostelen: waaraan blijf jij trouw, welk onderricht is voor jou van belang?
• De ee rste christenen begonnen met een nieuwe gemeenschap. Onze gemeenschap bestaat al enige tijd. Wat zijn de sterke krachten van onze gemeenschap die voor jou belangrijk zijn? Welke andere ‘gemeenschappen’ zijn voor jou belangrijk en inspirerend?
• Ze wi jdden zich aan het gebed. Welke plek heeft het gebed voor jou persoonlijk, en hoe heeft het gebed een positieve plek in onze gemeenschap?
• Eend rachtig samenleven. Waar komt in onze geloofsgemeenschap of in de samenleving naar voren dat mensen willen leven vanuit ‘eendrachtig samenleven’? Hoe geef je dat in je eigen leven vorm?
• Zij de elden alles met elkaar. Hoe kunnen wij daar met elkaar mee aan de slag in onze tijd, in onze context, in onze samenleving?
