Menu

Premium

Bloed

Bloed is een centraal element bij het offeren van dieren. Offerbloed dat in de tempel op het altaar wordt vergoten, heeft de kracht om te reinigen en te verzoenen. Buiten de context van de tempel wordt bloed juist vaak onrein genoemd. Hoe is het mogelijk dat bloed twee zo verschillende betekenissen hebben?

In het Eerste Testament heeft bloed meestal een negatieve klank. De eerste maal dat bloed voorkomt in de Bijbel is wanneer Kaïn zijn broer Abel heeft gedood (Gen. 4). Bloed wordt vaak geassocieerd met geweld; bloedvergieten wordt gebruikt als synoniem voor iemand doden. En bij onschuldig bloedvergieten klinkt steeds de roep om vergelding. In Numeri 35:33 verbiedt God de Israëlieten om bloed te laten vloeien in hun land, want daardoor wordt het land ontwijd en daarmee de woonplaats van God zelf te midden van zijn volk. Als er bloed vloeit, is iemands leven in gevaar. Deze associatie van bloed met geweld komt gedurende het hele Eerste Testament steeds weer terug. In de profetische teksten wordt bloedvergieten zelfs een signaal van de ongehoorzaamheid van het volk aan God. Deze onreinheid van de dood is er niet alleen bij een gewelddadige dood. In Numeri 19 wordt geboden dat een sterfgeval een zware onreinheid teweegbrengt bij alle omstanders en de ruimte waarin iemand sterft. Iedereen die bij de tent (het huis) is waarin iemand sterft, iedereen die daar binnengaat, iedereen die een dode aanraakt of het graf, wordt zeven dagen onrein. De reiniging van deze lijkonreinheid is complex en vraagt reinigingsrituelen op de derde en de zevende dag.

Bloed als drager van leven

In deze identificatie van vergoten bloed en dood klinkt de bijbelse opvatting door dat het bloed de drager is van het leven in mens en dier. In oude vertalingen wordt gezegd dat de ziel van mens en dier huist in het bloed. Natuurlijk verwijst het woord ‘ziel’ te veel naar de Griekse denkwereld om een goede vertaling van het Hebreeuws te zijn. In de joodse cultuur is het bloed de drager van het leven in het lichaam. Vlees zonder bloed leeft niet. Daaruit volgt dat het de Israëlieten verboden is om vlees te eten waar het bloed nog in zit. Dit verbod wordt al gegeven aan Noach: ‘Maar vlees waarin nog leven is, waar nog bloed in zit, mag je niet eten’ (Gen. 9:4). Mozes herhaalt dit verbod op het eten van bloed meerdere malen (Deut. 12:23-24 en Lev. 17:10-12). De ongehoorzaamheid van het volk wordt extra aangezet door te vertellen dat zij vlees eten waar nog bloed in zit (1 Sam. 14). Zelfs de eerste christenen houden vast aan het gebod om geen bloed te eten wanneer zij hun verhouding ten opzichte van de joodse wetten opnieuw moeten bepalen door de komst van christenen uit de heidenen (Hand. 15:20).

Een uitzondering op deze associatie met dood en geweld is het bloed van vrouwen: menstruatiebloed en kraambloed. Vrouwen kunnen bloeden zonder te sterven en bovendien is hun bloed verbonden met leven geven. Dat maakt vrouwelijk genitaal bloedverlies een mysterie van leven, in plaats van een voorbode van de dood. Evengoed wordt dit bloed van de vruchtbaarheid en de geboorte als onrein voor God beschouwd.

Gecontroleerd bloedvergieten

Hoe het dat juist dat bloed dat onrein is en mensen onrein maakt, een zo belangrijke rol speelt in het offer? Mary Douglas schrijft dat in alle culturen en religies onrein genoemd wordt wat grenzen overschrijdt.[1] Bloed hoort in het lichaam te zijn en niet daarbuiten. Buiten het lichaam vormt bloed een gevaar: aan bloeden gaat een mens dood. Zichtbaar bloed overschrijdt de grenzen van de ordening: het is ‘matter out of place’, zegt Mary Douglas. Op letterlijk niveau, en daardoor ook symbolisch voor de samenleving. Juist de kracht die onreine materie heeft om de gevestigde orde te doorbreken, maakt haar ook geschikt om de orde weer te herstellen. Onreinheid is destructief, maar daardoor ook creatief. Door precies de onreine materie de (nieuwe) orde weer hersteld worden. Daarvoor moeten wel rituelen worden gebruikt die het onreine als het ware temmen. Door gecontroleerd bloed te vergieten in de tempel, exact volgens de voorschriften door voorgeschreven personen, de kracht van het bloed ten goede worden aangewend om het negatieve van de onreinheid op te heffen. Slechts wanneer het bloed vloeit in de gecontroleerde omgeving van een offerritueel, het rein zijn. In de woorden van Leviticus: ‘Want het bloed is de levenskracht van een levend wezen. Ik heb het jullie gegeven om er op het altaar de verzoeningsrite mee te voltrekken, want bloed , als levenskracht, verzoening bewerken’ (Lev. 17:11). Heel kernachtig wordt deze ambivalentie van destructieve en reddende kracht van bloed beschreven in Exodus 12. De Israëlieten in Egypte krijgen de opdracht om hun deurposten te bestrijken met bloed van een offerlam. Dan zal de Eeuwige aan hun huis voorbijgaan wanneer hij komt om de Egyptenaren te slaan. Het goede bloed van het offer beschermt tegen het kwade bloed van de dood. Nota bene: de bron van het kwaad is hier de Eeuwige zelf.

Bloedband

Naast beschermen tegen het kwaad bloed ook verbinden. Wanneer Mozes het verbond tussen God en het volk bekrachtigt, besprenkelt Mozes het volk met offerbloed (Ex. 24). Ieder die deel heeft aan het offer, wordt opgenomen in de gemeenschap. Dit is ook de kern van de besnijdenis: het kind wordt opgenomen in het verbond van God met het volk. Deze gecreëerde bloedband komt in de plaats van de natuurlijke bloedband tussen moeder en zoon (aldus Nancy Jay).[2] De gecreëerde band tussen God (vader) en zoon loopt via gecontroleerd bloedvergieten. Zo wordt het natuurlijke bloedverlies van de geboorte tegenover de cultus van het ritueel bloedvergieten gezet.

Rode wijn

Op een heel andere wijze wordt bloed gebruikt in het Eerste Testament als metafoor voor rode wijn: dit bloed van druiven is een van de zegengaven waarmee God het volk overstelpt in het nieuwe land (Deut. 32:14, zie ook Gen. 49:11). Zou dit meegeklonken hebben toen Jezus zijn woorden ‘dit is mijn bloed’ uitsprak?

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken