Met harde hand naar de harde koppen
Bij Ezechiël 3,4-15 Hard tegen hard. Zo wordt in Ezechiël 3,4-15 de confrontatie gekarakteriseerd tussen JHWH en zijn profeet enerzijds en zijn eigen volk anderzijds. Samen met het voorgaande stuk […]
Over De Eerste Dag lees je meer op de landingspagina van De Eerste Dag.
Bij Ezechiël 3,4-15 Hard tegen hard. Zo wordt in Ezechiël 3,4-15 de confrontatie gekarakteriseerd tussen JHWH en zijn profeet enerzijds en zijn eigen volk anderzijds. Samen met het voorgaande stuk […]
Augustinus’ verkondiging op Hemelvaartsdag 1 Wie overzicht probeert te krijgen van Augustinus’ preken in het algemeen en van zijn preken voor het liturgische jaar in het bijzonder, kan zich verbazen […]
Bij Deuteronomium 24,17-22, Psalmen 113 en Lucas 14,1.7-14 Wet ’elèh ha debarim: ‘Dit zijn de woorden (…)’. Zo begint het laatste boek van de Pentateuch, en ‘deze woorden’ herinneren aan […]
Jeremia 32:36 begint door met twee woorden de aandacht te trekken: ‘Welnu! Daarom!’ (Hebr.: ‘attah lakhen). En dan komt de boodschap van JHWH die verteld moet worden. De tekst vertelt het alsof Hij voor Jeruzalem staat, ‘deze stad’ – aanwijzend voornaamwoord. Hij staat erbij en kijkt ernaar. Deze stad heeft het zwaard van Babylon gevoeld; honger en pest hebben er huisgehouden. Welnu! Daarom! In al die droefheid breekt JHWH God met Jeremia’s tekst in.
Achter je bureau bereid je je voor op de dienst van zondag. Je leest de selectie van de teksten die ‘ons’ gegeven zijn. Eerst Jesaja met ‘de wateren, de hemelen, het stof van de aarde, de bergen, de heuvelen in balans’ (40:1). Hij ziet evenwicht en overwicht om verbluft stil te staan bij Gods niet te meten of te peilen, volstrekt uitzonderlijke verhevenheid en almacht. Naast God zijn de volkeren als een druppel die aan de rand van een emmer is blijven hangen. De Libanon komt brandstof tekort, wil je God eren met een passend brandoffer.
Midden in de Veertigdagentijd (zondag Laetare) lijkt het erop dat we even kunnen opademen met Jeremia. En dat terwijl zijn aankondigingen van onheil inderdaad zijn uitgekomen. Een deel van de bevolking is weggevoerd naar Babel. Maar dan krijgen ze een brief met woorden die uitnodigen een nieuwe blik te krijgen – juist daar.
Bij Jesaja 40,1-11, 2 Petrus 3,8-18 en Johannes 1,19-28 Populus Sion, zo heet deze tweede Adventszondag: volk van God. Bij ‘volk van God’ denk ik aan de Hebreeën, die het […]
Het oude geloof waaruit David, Gods lieveling, nog leefde, was in de
tijden van koning Achab en zijn opvolgers allang vergeten. Jesaja was
als profeet belangrijk en allereerst een criticus van de wantoestanden
van zijn tijd. Zijn verkondiging lijkt op die van Johannes de Doper: ‘de
bijl ligt al aan de wortel’ (Mat. 3,10); het oordeel komt nader (Jes. 11,3-5).
Alles kan niet blijven zoals het is, de bijl erin!
Bij Hooglied 2,8-17 Bewondering voor mensen is niet bepaald een bijbels thema. Er is een soort kritische kijk op koningen en profeten. Ze hebben hun zwakke kanten of ze deugen […]