Wie van God is, hoor naar Zijn woord
Het grootste deel van hoofdstuk 8 van het Johannesevangelie bestaat uit een lang gesprek. De gesprekspartners zijn Jezus en ‘de Joden’ (8:22.31.48.52.57). Deze twee hoeven niet volstrekt tegenover elkaar geplaatst te worden, zoals blijkt uit 8:31. Daar spreekt Jezus tot de Joden die in Hem zijn gaan geloven. Maar verder wordt het gesprek toch vooral gekenmerkt door een scherpe discussie rond de vraag wie vader van wie is.