Wijzer dan Jezus?
Bij Marcus 7,24-30 Jezus is in een chagrijnige stemming. Hij is net weggetrokken (letterlijk: opgestaan) uit het gebied bij Gennesaret, waar Hij werd overweldigd door de grote hoeveelheid zieken die […]
Over De Eerste Dag lees je meer op de landingspagina van De Eerste Dag.
Bij Marcus 7,24-30 Jezus is in een chagrijnige stemming. Hij is net weggetrokken (letterlijk: opgestaan) uit het gebied bij Gennesaret, waar Hij werd overweldigd door de grote hoeveelheid zieken die […]
Bij Marcus 1:12-15 Iedereen weet dat wilde dieren gevaarlijk zijn. Als de neushoorn je aan zijn neus spietst of de olifant je twintig meter wegslingert, ben je er geweest. Of […]
Verhaal Het schooljaar is bijna voorbij. Meester Theo kijkt naar de leerboeken en ziet dat veel kinderen nog niet klaar zijn. Zijn groep wilde zo graag ‘zelfstandig werken’ en dat […]
Bij Exodus 12,(1)15-20 en Johannes 13,1-15 In de periode rond Pasen worden geloofsgemeenschappen opgeroepen om te gedenken. Exodus 12 stelt dit voor als een blijvende opdracht, van generatie op generatie […]
Bij Exodus 12,(1)15-20, Psalm 81 en Johannes 13,1-15 Vandaag begint wereldwijd in de christelijke kerk(en) de viering van het Paasfeest, op de avond dat Jezus voor het laatst samen met […]
Bij Exodus 12,(1)15-20, Psalm 81 en Johannes 13,1-15 Veertien regels in Exodus 1 en de mensonterende slavernij is een feit. ‘Onder mishandeling’ (1,14 – NBG ‘51) moeten de kinderen van […]
Bij 2 Koningen 4,42-44 en Marcus 8,1-21 In het Marcusevangelie vinden wij twee weergaven van wat doorgaans de ‘wonderbare spijziging’ wordt genoemd. Het eerste, meest redundante spijzigingsverhaal vinden we in […]
In de 65 jaar dat Elisa optreedt als profeet – langer dan enige andere profeet in Israël – zijn er achttien wonderen opgetekend, opnieuw meer dan bij welke andere profeet dan ook. Het verrichten van wonderen komt in het Eerste Testament al voor in het boek Exodus. In de boeken Koningen worden die wonderen door Elia en Elisa echter niet aan groepen mensen verricht, of aan het volk, maar aan individuele personen. Er was simpelweg niet meer een heel volk dat trouw bleef in het geloof, alleen nog een enkeling.
Lucas 8 bevat een viertal wonderbaarlijke verhalen. Eerst is daar de storm op het meer, dan het verhaal van de boze geesten en de wilde zwijnen, vervolgens een bloedvloeiende vrouw die door aanraking van de jas van Jezus geneest, en ten slotte de dochter van Jaïrus die teruggehaald wordt uit de dood. Aanvankelijk dacht ik dat het tweede, over de boze geesten en de wilde zwijnen, het gekste is, maar in feite zijn de andere drie dat niet minder. Wat wil Lucas hier vertellen?