‘Ga naar de mieren, luiaard!’
Bij Spreuken 6,1-11 Het lezen van Spreuken 6 op de Dankdag heeft wel iets van een hachelijke onderneming als je het betrekt op de actuele flexibilisering van werk. De openingsverzen […]
Over De Eerste Dag lees je meer op de landingspagina van De Eerste Dag.
Bij Spreuken 6,1-11 Het lezen van Spreuken 6 op de Dankdag heeft wel iets van een hachelijke onderneming als je het betrekt op de actuele flexibilisering van werk. De openingsverzen […]
Bij Job 38,1-41 ‘Gods antwoord aan Job’, schrijft de NBV boven hoofdstuk 38. Degene die het boek Job tot hiertoe heeft gelezen, zal denken: eindelijk, dat werd tijd, nu zullen […]
Bij Jesaja 59,9-19, Psalmen 13, Hebreeën 6,9-12 en Marcus 10,46-52 In Jesaja klaagt de uit Babel teruggekeerde rest van de stam Juda teleurgesteld: ‘We tasten als blinden langs de muur’ […]
Het vijfde boek van Mozes spreekt in hoofdstuk 4 dankbare verbazing uit over Gods verbondenheid met zijn volk in Mozes. In de hele geschiedenis van God met de mensheid kwam zo’n unieke verbondenheid niet voor (Deuteronomium 4:32-33). De beproevingen logen er niet om, maar ook Gods wonderdaden niet (4:34). Jullie boffen dat jullie dit te zien gekregen hebben (4:35) en je hebt zijn woorden ook nog mogen horen (4:36). God zelf heeft jullie bevrijd (4:37). Onderhoud dan zijn geboden, dan is deze band niet kapot te krijgen en zal het jullie goed gaan (4:40).
In de kerk lezen we na de viering van Hemelvaart en in afwachting van Pinksteren hoe Jezus spreekt over ‘de Geest van de waarheid die altijd bij jullie zal zijn’ (Johannes 14:17). Hij belooft voor de nabije, maar ook voor de verre toekomst: ‘Ik zal jullie niet als wezen achterlaten, Ik kom naar jullie toe’ (14:18). Hoe kan een gemeente die Jezus niet ziet, in de wereld haar inspiratie en geloof bewaren?
Bij Job 19,23-27a, Psalmen 119,1-8 en Marcus 12,18-27 We lezen de woorden van Job op de zevende zondag van de herfst, samen met het evangelie over het gesprek van Jezus […]
Bij Jeremia 17,5-26, Romeinen 8,18-23 en Lucas 6,36-42 In de lezingen voor deze zondag zijn we op zoek naar een antwoord op de vraag: op wie moeten wij hopen, bij […]
Jesaja 55:1-11 roept de teruggekeerde ballingen in het ontredderde Jeruzalem op: Laaf en voed je met de gaven van Gods gratie, zoek de Heer terwijl Hij zich laat vinden! In Daniël 3:52-56 (deuterocanoniek) zingen de jongelingen in de vurige oven uitbundig de lof van de Eeuwige op zijn hemelse troon. Met dit lied stemmen ook wij in met ‘al Zijn werken’ (LB 154, Benedicite).
De perikoop uit Jesaja is een vrij ontoegankelijke tekst. De Nieuwe Bijbelvertaling grijpt behoorlijk in om de tekst enigszins begrijpelijk te maken. Het grote verschil met de meer letterlijke Naardense Bijbel of Herziene Statenvertaling valt meteen op. Het is ook wel belangrijk om te begrijpen waar deze perikoop over gaat. De tekst is er belangrijk genoeg voor. Deze legt daarnaast een stevige bodem onder de bekende woorden uit het evangelie, Matteüs 5:13-16.