Leren in de gemeente
Op welke manier krijgt het leren in de gemeente gestalte? Dat was de vraag in het vorige themanummer van Ouderlingenblad, over ‘De lerende kerk’. In dit artikel wat handvatten om met dit thema aan de slag te gaan.
Op welke manier krijgt het leren in de gemeente gestalte? Dat was de vraag in het vorige themanummer van Ouderlingenblad, over ‘De lerende kerk’. In dit artikel wat handvatten om met dit thema aan de slag te gaan.
Bij Jeremia 7,2-7(11), Romeinen 8,12-17 en Matteüs 7,15-21 De onderscheiding van geesten heeft in de Bijbel ook betrekking op het onderscheid tussen ware en valse profetie. In het evangelie voor […]
Bij Matteüs 21,10-17 Bij Sanne is het altijd heel leuk op de kindernevendienst (of zondagsschool/kerkclub). De kinderen gaan er graag heen. Elke keer begint het met een mop. En daarna […]
De Bijbel valt meteen met de deur in huis met zijn focus op het leven. De levenloze aarde (woest, doods en duisternis op de oervloed) krijgt door Gods adem (zijn ruach) energie. Die levensadem zweeft immers over al die dode materie en brengt daarmee zijn vitaliteit over op de aarde (Genesis 1:2) zoals een vogel dat liefdevol over zijn kleintjes doet en …. zoals God over zijn volk Israël (Deuteronomium 32:11). Eigenlijk wil de Bijbel zeggen dat de aarde begint te ademen waarop licht, lucht en alle leven ontstaat met de mens als Gods kroonjuweel.
Om het thema van dit nummer praktisch en concreet te maken, worden enkele dilemma’s als casussen ingevoegd. Nelleke Boonstra reikt er hier twee aan.
Het blijft een ongemakkelijk gegeven in Tora en profeten dat er niet alleen over de zegen van genezing wordt gesproken, maar ook over de dood door vervloeking. De Tora behandelt beide, bijvoorbeeld in Deuteronomium 27-30. Eerder in 2 Koningen hebben we gehoord hoe Elia tweemaal vijftig mannen met hemels vuur laat verteren (1,9-12). Na zijn hemelvaart zal Elisa hem in alle opzichten opvolgen als profeet. Niet alleen ‘geneest’ (Hebr.: rafa’) hij water (2,21.22), maar meteen daarna ‘vervloekt’ (Hebr.: qalal) hij tweeënveertig jonge mannen (2,23).
Paulus begint zijn brief aan de Filippenzen met een hartelijke, ja, verheugde begroeting. Hij heeft goed nieuws over hen ontvangen. Wel ziet hij dat hun vruchten nog verder moeten groeien. En hoe is het met Paulus zelf? De gemeente in Filippi had Epafroditus afgevaardigd met goede gaven om hem te ondersteunen in zijn levensonderhoud in de gevangenis, net als eerder in Tessalonica. Paulus was verstoken van werk en eigen inkomsten en beperkt in zijn activiteiten. Maar door de gevangenschap ziet hij zijn missie juist bevorderd.
Alle teksten van deze zondag zijn apocalyptisch getint. Ze tonen eindtijdvisioenen die iets onthullen van wat de mensheid te wachten staat. Als die voorbij zijn, zal er een definitieve eindstrijd komen tussen goed en kwaad, maar altijd met het uitzicht dat er uiteindelijk redding zal zijn en het goede zal worden beloond. ‘Beschaamd zullen zij staan, die zich beroemen op goden van niets,’ zo vat Psalmen 97:7 het samen. Hoe actueel voor onze tijd! De lezingen van vandaag stellen aan ieder van ons de vraag: Wat staat mij te doen?
Ook nadat hij is opgestaan, zijn de wonden van Jezus zichtbaar. Hij draagt zijn littekens met zich mee, net als wij.