Opgepast
Bij Johannes 21,15-24 Simon en Andrea hadden zelf geen dieren. Maar hun tante Mieke en oom Paul hadden twee poezen. Als die oom en tante weg waren, mochten de kinderen […]
Bij Johannes 21,15-24 Simon en Andrea hadden zelf geen dieren. Maar hun tante Mieke en oom Paul hadden twee poezen. Als die oom en tante weg waren, mochten de kinderen […]
Bij Genesis 28,10-22 Ladder Jakob is gaan liggen en slaapt in. Hij droomt van een ladder waarlangs Gods engelen op- en afgaan. De ladder is zo ‘opgesteld’ (van het Hebreeuwse […]
De zon heeft vermoedelijk tienduizenden jaren een goddelijke status genoten, tot een bijbelauteur haar door God zelf als een licht aan het uitspansel deed bevestigen. Vanaf dat vernederende moment heeft de tot hemellichaam teruggebrachte godheid een sterk wisselende carrière gehad. Eerst een lange poos als ordinaire lamp annex tijdwijzer, toen eeuwenlang gepromoveerd tot centrum van het universum en met haar warmte de bron van al het leven, en ten slotte een diepe val gemaakt als zomaar een ster tussen ontelbare sterren. En die warmte van de zon is óók niet meer zo gezien, door het broeikaseffect.
Bij Marcus 1,1-11 Mariekes moeder heeft iets bijzonders. Elke ochtend bij het opstaan, en elke avond voor het slapen, zegt ze tegen Marieke en haar broertje: ‘Jij bent mijn lieve […]
Door een goed gesprek kun je je ‘als nieuw’ voelen. Je gesprekspartner stelt vragen waardoor je aan het denken wordt gezet. Of hij vertelt je iets, en ineens valt het kwartje. Je kunt behoefte hebben aan zo’n gesprek dat je verder helpt. Dit is het geval bij Nicodemus.
Bij Johannes (2,23-)3,1-16 Op de brandnetel zitten veel rupsen. Ze wonen in kokertjes die ze zelf maken. Ze rollen een brandnetelblad op en spinnen er een paar stevige draden omheen, […]
Bij Johannes 3,1-15 Verhaal Nick staat in zijn pyjama in de deuropening van de woonkamer. ‘Hee,’ zegt papa, ‘wat doe jij daar nou? Jij hoort in bed te liggen!’ Nick […]
In de oude stadsgevangenis van Rotterdam kwam ik een loodgieter tegen die graag een gesprek wilde. ‘Ik ben hier in de bajes twaalf kilo afgevallen, alsof ik van binnen word […]
Een arme boerenknecht kan jarenlang nauwelijks rondkomen van zijn karige loon. Op een dag vindt hij tijdens het ploegen een glimmende steen in de akker. Hij vermoedt dat die fraaie steen wel iets zou kunnen opleveren en gaat ermee naar de landheer. Die ziet meteen dat het een ruwe diamant betreft met een zeer grote waarde. Hij adviseert de knecht om naar de hoofdstad te reizen en de steen te laten taxeren door een erkend juwelier.