Crisis
Soms ineens kun je in je leven in een crisis belanden, een noodsituatie, waardoor het gewone doen ernstig verstoord raakt.
Soms ineens kun je in je leven in een crisis belanden, een noodsituatie, waardoor het gewone doen ernstig verstoord raakt.
Dit nummer gaat over de beschikbaarheid van de kerk in tijden van crisis. Daarover valt gelukkig veel goeds te melden, zoals uit dit nummer blijkt. Maar het is ook goed aan het einde van dit nummer de blikrichting om te draaien. De kerk is immers zelf ook in een crisis beland. Daarbij gaat het uiteraard niet om een vuurwerkramp, een aanslag of corona. De kerkelijke crisis heeft te maken met haar identiteit, met haar relevantie en verstaanbaarheid voor mensen van nu. Durft ze om hulp te vragen?
Crisis is persoonlijk en wordt van persoon tot persoon verschillend ervaren en tegemoet getreden. Crisis is ook situationeel. ‘Er valt altijd meer…’ Verlies van gezondheid kan leiden tot verlies van werk en inkomen en tot verhuizen noodzaken. Crisis is relationeel. Crisis sleept soms een gezin, een relatie met zich mee. Iedere crisis is een gebeuren in een levensverhaal in een specifieke leeftijdsfase. Wat de één als een crisis ervaart met het accent op verliesbeleving, heeft voor een ander kansen met het accent op mogelijkheden.
Luuk en Daan lopen langs de achterkant van de supermarkt. ‘Hé, kijk nou,’ zegt Daan. In een vuilcontainer ligt een zak chips. ‘Die is gewoon nog vol,’ zegt Luuk. […]
Meneer Pieter is op leeftijd en ernstig ziek. De onderzoeken zijn in volle gang maar de specialisten kunnen de aard van zijn klachten nog niet vinden. De onzekerheid is groot. Zijn dominee is betrokken en begaan met hem en komt met vaste regelmaat op bezoek.
Jaren geleden kreeg ik het boek Alleen maar vrije tijd van Nico ter Linden cadeau. Het ligt ongelezen in de kast, in afwachting van vrije tijd. Ik ben benieuwd hoe deze bekende voorganger omging met zijn tijd. Hoe hield hij in de drukte van het gewone ook de lange termijn voor ogen?
Agnes (72 jaar) maakt zich zorgen over de toekomst. Ze is niet zo bezig met haar eigen toekomst, al hoopt ze nog lange tijd gezond te blijven. Ze vraagt zich vooral af of er ooit oplossingen komen voor de crisissen in de wereld en in ons land. ‘Er is zoveel nood, ver weg en dichtbij. Oorlogen, zoveel mensen op de vlucht, het klimaat, armoede en honger… Het lijkt wel alsof de problemen zich steeds verder opstapelen.’
De ‘historische novelle’ komt tot haar einde en daarmee breekt een hoopvol en hopelijk ook definitief nieuw begin aan: het behoud van een volk dat ten dode opgeschreven was. Tevens horen we van een besluit tot een permanente herinnering aan ondergang en opgang door middel van vastgestelde feest- en gedenkdagen. Maar daarvoor moet nog een
belangrijke kwestie besproken worden.
Jakob is van huis weggevlucht. Dan droomt hij van een ladder die tot in de hemel reikt… Maar wat is er daarvóór gebeurd? Aartsvader Abraham en aartsmoeder Sara krijgen één […]