De opleiding tot kerkelijk werker
Hoe word je kerkelijk werker? Welke opleiding moet je daarvoor doen en hoe ziet die er uit? Daarover gaat het in dit artikel.
Hoe word je kerkelijk werker? Welke opleiding moet je daarvoor doen en hoe ziet die er uit? Daarover gaat het in dit artikel.
Als we vandaag over de opstanding der doden spreken, speelt Ezechiël 37,1-14 daarin een belangrijke rol, zowel in de joodse als in de christelijke traditie. De tekst staat tussen de profetie over het land dat zal bloeien als de tuin van Eden in afwachting van Israëls terugkeer (hoofdstuk 36) en de belofte dat Israël weer één volk zal worden (hoofdstuk 38).
Als ik zou horen dat mijn kinderen in de ban raken van iemand die spreekt zoals Jezus spreekt in Johannes 5, zou ik er veel aan doen om ze bij die persoon uit de buurt te houden. Zoveel pretentie over zichzelf, zoveel oordeel over de mensen die moeite met Hem hebben. Je moet helemaal voor Hem kiezen, want Hij biedt je toegang tot God en tot eeuwig leven. In het echte leven anno 2021 noemen we zo iemand sektarisch en gevaarlijk.
Bij Ezechiël 37,1-14 en Handelingen 10,34-48 Op Paasmorgen naderen wij het hoogtepunt van het boek Ezechiël. Dat gaat open als een weerbarstig ballingschapsboek, dat in onze tijd geschreven had kunnen […]
Bij Jesaja 35,1-10 en Marcus 7,31-37 Jesaja 35 is, afgezien van het danklied van Hizkia, het laatste hoofdstuk van de Eerste Jesaja. Het volgt op een gedeelte dat wel wordt […]
Het schilderij van de middeleeuwse Sint-Odulphuskerk werd gemaakt door Pieter Jansz. Saenredam in 1649, 67 jaar nadat de kerk door de gereformeerden in gebruik was genomen. Assendelft was Saenredams geboorteplaats, zodat hij waarschijnlijk in deze kerk is gedoopt.
Ik ben in veel diensten voorgegaan, zowel in katholieke als in protestantse gemeenschappen, en ik heb meestal wel een kwinkslag gemaakt die de mensen aan het lachen of minstens aan het glimlachen maakte. Maar het werd niet altijd gewaardeerd: er waren protestantse gemeenten, zelfs van vrijzinnige aard, waar een lach in de dienst niet passend geacht werd. De kerkdienst hoort ernstig te zijn, kreeg ik wel eens te horen, en: zoveel valt er in onze wereld niet te lachen.
Herbergzaamheid mag dan onze opdracht zijn, onze christenplicht zo u wilt, het zal ook duidelijk zijn dat we nou eenmaal niet alles kunnen. Herbergzaamheid heeft in de praktijk dus grenzen. Maar hoe dan? En waar blijft die opdracht dan? Een tegenstrijdigheid, een paradox is hier aan de orde.
We kennen er allemaal wel één of meer, van die bevlogen mensen die vol enthousiasme ‘ervoor gaan’. In de kerk, in onze gemeenten of omgeving zetten ze zich in voor de/een goede zaak. Deze keer wordt Willem in het licht gezet, een ‘bevlogen mens’ die het liefst stil en bescheiden z’n taak doet, maar o zo onmisbaar is…