De oren der doven ontsloten
Bij Jesaja 35,1-10 en Marcus 7,31-37 Jesaja 35 is, afgezien van het danklied van Hizkia, het laatste hoofdstuk van de Eerste Jesaja. Het volgt op een gedeelte dat wel wordt […]
Bij Jesaja 35,1-10 en Marcus 7,31-37 Jesaja 35 is, afgezien van het danklied van Hizkia, het laatste hoofdstuk van de Eerste Jesaja. Het volgt op een gedeelte dat wel wordt […]
Het schilderij van de middeleeuwse Sint-Odulphuskerk werd gemaakt door Pieter Jansz. Saenredam in 1649, 67 jaar nadat de kerk door de gereformeerden in gebruik was genomen. Assendelft was Saenredams geboorteplaats, zodat hij waarschijnlijk in deze kerk is gedoopt.
Ik ben in veel diensten voorgegaan, zowel in katholieke als in protestantse gemeenschappen, en ik heb meestal wel een kwinkslag gemaakt die de mensen aan het lachen of minstens aan het glimlachen maakte. Maar het werd niet altijd gewaardeerd: er waren protestantse gemeenten, zelfs van vrijzinnige aard, waar een lach in de dienst niet passend geacht werd. De kerkdienst hoort ernstig te zijn, kreeg ik wel eens te horen, en: zoveel valt er in onze wereld niet te lachen.
Herbergzaamheid mag dan onze opdracht zijn, onze christenplicht zo u wilt, het zal ook duidelijk zijn dat we nou eenmaal niet alles kunnen. Herbergzaamheid heeft in de praktijk dus grenzen. Maar hoe dan? En waar blijft die opdracht dan? Een tegenstrijdigheid, een paradox is hier aan de orde.
We kennen er allemaal wel één of meer, van die bevlogen mensen die vol enthousiasme ‘ervoor gaan’. In de kerk, in onze gemeenten of omgeving zetten ze zich in voor de/een goede zaak. Deze keer wordt Willem in het licht gezet, een ‘bevlogen mens’ die het liefst stil en bescheiden z’n taak doet, maar o zo onmisbaar is…
In de afgelopen decennia is er veel veranderd bij uitvaarten in Nederland. Die veranderingen zijn zichtbaar op verschillende niveaus. In dit artikel passeren enkele trends de revue, én worden kritische vragen gesteld bij de ‘persoonlijke uitvaart’ van tegenwoordig.
Als Ruth een deeltje in de Bouquetreeks was geweest, had het idyllische boerenverhaal over het arme meisje dat de gunst verwerft van de rijke landbezitter wel kunnen eindigen in hoofdstuk 3. Waarom moet de complicerende factor van die losser er nog bij gehaald worden? Waarom zo ingewikkeld verteld over de geboorte van die zoon?
Beseffen we wel dat er mensen zijn die last hebben van wat in kerkdiensten (en daar niet alleen natuurlijk) allemaal te zien, te horen, te voelen en te begrijpen is..? Gevoelig, soms hypergevoelig voor prikkels. Daarom zijn er ook prikkelarme vieringen.
Matteüs en Lucas vertellen in hun eerste hoofdstukken hetzelfde verhaal met een verschillende cast en een verschillend decor. Ten opzichte van Lucas laat Matteüs de outsiders van verder komen: de magiërs in plaats van de herders. Maar de machthebber met zijn agenda van zelfhandhaving is juist dichterbij: Herodes in plaats van Augustus. De engelen van Matteüs doen vooral nawerk, terwijl ze bij Lucas voorwerk doen – ze kondigen niet aan wat er komt, maar leiden met hun boodschappen in banen wat scheef dreigt te lopen.