Menu

None

Chocomel en kaarsjes

Maandag, Theologenblog-dag. Deze week opent Marloes Meijer de week met een pleidooi voor de eigenheid van de Allerzielenviering in de kerk, ten opzichte van 'Allerzielen op de begraafplaats'.

Marloes Meijer

“Nee! Op de begraafplaats gebeurt iets wezenlijk anders dan in de kerk!”

Chocomel en kaarsjes, dat is waar ik aan moet denken als het gaat over ‘Allerzielen op de begraafplaats’.

Dierbaar voor velen

Het is inmiddels een beproefd recept: een groepje mensen komt ’s avonds in het donker samen op de begraafplaats, steekt lichtjes aan, noemt namen, leest gedichten en vergiet tranen. Want hier is ruimte voor verdriet. Hier mogen gewonde mensen samenkomen.

Zo’n lichtjesavond biedt een moment om ‘niet te vergeten.’ Nog even denken aan die ander die je mist; hoe die rook, hoe diens hand door je haren streek, hoe diens huid voelde tegen de jouwe aan. Hier kun je de balans zoeken tussen vasthouden en loslaten, tussen terugverlangen en (anders) verder gaan. Het is dierbaar voor velen.

Fijn missionair

Zó dierbaar, dat kerken er met veel liefde bij aansluiten. Vereerd dat de Dela (of willekeurig welke andere begrafenisondernemer) de kerken op zo’n avond accepteert als ‘partner in rouw’. Het voelt ook fijn missionair om zo midden in de buitenkerkelijke rituelen aanwezig te zijn. Soms gaan zelfs stemmen op om deze viering in plaats te laten komen van de kerkelijke viering. Want, zo luidt de gedachte, het voelt wat dubbel op; in de kerk en op de begraafplaats, deels dezelfde namen noemen. En je steekt op beide plaatsen toch kaarsen aan?

Hier mogen gewonde mensen samenkomen

Vrees

En dat is precies waar mijn vrees zit. Waarvan ik onrustig en bozig wordt. Nee! Op de begraafplaats gebeurt iets wezenlijk anders dan in de kerk! En dit is ook het moment waarop deze column heel protestants wordt – maar vermoedelijk niet minder relevant voor de andere christelijke stromingen.

In de kerk komen we (op de laatste zondag van het kerkelijk jaar) samen als gemeente van Christus. Als gewonde gemeenschap doen we dat, want we missen mensen. We missen de leden die ons ontvallen zijn. Ook hier is ruimte voor ieder individu om te laten zien: ‘dit gemis tekent mij.’ Ook – of: juist – hier mag je je wonden tonen. Maar de namen van de overledenen worden hier niet zomaar genoemd. Ze worden nog eenmaal genoemd zoals ze ooit bij de doop genoemd zijn, te midden van deze (wereldwijde) gemeenschap van Christus.

Niet zomaar

We steken niet zomaar kaarsjes aan, maar we laten ons troosten door het Licht van Christus, het Paaslicht dat elk duister doorbreekt. Het licht dat ons laat zien dat de dood niet het laatste woord heeft, maar dat het Leven overwint. Niet voor niks begint na deze zondag een nieuw kerkelijk jaar, vol verwachting, vol verlangen, vol toekomst.

We noemen de namen niet (alleen) zodat wij ze ons herinneren, maar vooral opdat de namen herinnerd worden door God. ‘Heer, herinner U de namen’… opdat de gestorvenen zich geborgen weten in Gods hand. De ‘laatste zondag’ als voorbede voor de overledenen en hun nabestaanden. En natuurlijk zijn er ook de troostende mensenarmen om de rouwenden heen.

Dat is heel anders dan een kaarsje aansteken in de veilige anonimiteit (of trieste eenzaamheid) op het kerkhof en heel anders dan het noemen van namen om zelf te herinneren.

… opdat de gestorvenen zich geborgen weten in Gods hand

Kerkelijke aanwezigheid

Het is goed om als kerk bij zo’n bijeenkomst op het kerkhof aanwezig te zijn, als pastorale aanwezigheid. Daar waar mensen samenkomen en samen rouwen heeft (ook) de kerk een taak. En ja, dat is zeker ook missionair te noemen.

Maar laten we alsjeblieft het onderscheid scherp houden tussen onze ‘eigen’ laatste zondag (of Allerzielenviering) en het gebeuren op de begraafplaats. Het is Christus die ons troost, als zijn gemeenschap rouwt.

Vandaar misschien ook wel, dat we in de kerk na afloop geen chocomel drinken, maar een onvervalst bakkie troost.

Marloes Meijer is dominee in Engelen, zzp’er en pionierspastor voor de pioniersgemeenschap van de Protestantse Kerk Nederland. Ook is zij eindredacteur van tijdschrift De Eerste Dag.

Marloes Meijer

’Allerzielen op de begraafplaats’ doet denken aan twee dingen: Chocomel en kaarsjes. Het samenkomen op de begraafplaats met Allerzielen is een gebeuren waar kerken vaak graag en welkom een rol op zich nemen. Maar ook in de kerk noemen we de namen. Is dat niet wat dubbel?

Rouwen om het verlies van een geliefde, je baan, je gezondheid. Verdriet hebben omdat je kinderloos of single bent. Niemand heeft gestudeerd voor verdriet hebben en rouwen. Toch krijgen we er allemaal mee te maken. Er zijn mensen die zeggen dat het een weg is die je moet afleggen, maar verdriet lijkt vaak meer op een doolhof. Of een wenteltrap: soms denk je dat je in het - zelfde kringetje ronddraait, maar als je goed kijkt, verandert het perspectief toch. Rouwen is een persoonlijk antwoord op leed.

verdriet is een werkwoord

Wellicht ook interessant

Petra Schipper
Petra Schipper
Basis

Van matrix naar moedertaal

Pinksteren. Ik gloei nog na. De verbazing uit het Pinksterverhaal blijft bij mij resoneren: “Hoe is het mogelijk, ze spreken onze moedertaal!” En dan hoor je die opsomming van afkomsten. Een multiculti-feestje was het daar. Er is vaak over gepreekt als de “oplossing” van de spreekwoordelijk geworden “Babylonische spraakverwarring”. Dat kan wel zijn. Mensen voelden zich na eeuwen misverstanden weer begrepen. Maar dat gebeurde niet door opheffing van de diversiteit, integendeel.

Hagar verlaat het huis van Abraham. Schilderij van Rubens.
Hagar verlaat het huis van Abraham. Schilderij van Rubens.
None

Van Hagar tot Handmaid: seks en slavernij in Bijbel en christendom

Wie de gemiddelde Nederlander vraagt wat de belangrijkste elementen van slavernij zijn, zal vermoedelijk al snel iets te horen krijgen over gedwongen arbeid, gebrek aan vrijheid en wellicht iets over racisme. Maar een ander bepalend element in de geschiedenis van slavernij is seks: seks als het doel van slavernij, als ‘bijproduct’ ervan en als middel om het systeem in stand te houden. We denken bij seks en slavernij wellicht in de eerste plaats aan midden-oosterse harems, maar in dit artikel laat ik zien dat het óók een constante is in de geschiedenis van het westerse (Nederlandse) christendom – van de Bijbel tot en met de koloniale periode. In dit korte artikel verken ik die geschiedenis en doordenk haar consequenties, vooral met het oog op de dikwijls traumatische impact voor de betrokken slaafgemaakten.

Nieuwe boeken