Menu

Basis

Dieper kun je niet zinken

Zeekust met rode reddingsboei en touwen
Beeld: Colobus/iStock.com

Het bijbelboek Jona leest als een novelle. Een profeet die zijn roeping ontvlucht, scheepslieden die geen andere oplossing zien dan hem overboord te gooien en een grote vis die hem opslokt en drie dagen later uitspuwt op het strand.

Het was toch wel een wild spelletje met ons kleine zusje: ‘Jona, in de wallevis’! Mijn grote zus en ik zwierden haar heen en weer. En haar dan toch veilig laten landen, dat was opletten. De zeelieden, zo lezen we in het bijbelboekje Jona, jonasten hem met tegenzin overboord. Voor Jona was er geen veilige landing. De ‘diepte’ slokt hem op.

Eerst even iets over het boekje. Er valt veel voor te zeggen Jona als een midrasj te lezen: een verhaal om de betekenis van de Thora uit te leggen. Zoals Jezus uitlegt wat ‘naastenliefde’ is met het verhaal van de Barmhartige Samaritaan. In de synagoge wordt de Jona-rol met Grote Verzoendag gelezen. Dit is de hoogheilige dag waarop Israël viert dat de Eeuwige al onze zonden werpt in de diepte der zee. Hij verwijdert ze helemaal. Vergeving is een onverdiende, aanstootgevende, goddelijke daad die mensen in de ruimte zet.

Roeping

Voor wie het horen wil, zit er veel ‘gein’ – Hebreeuws voor genade – in het verhaal. Allereerst is daar de profeet Jona die geroepen wordt om Nineve, hoofdstad van het Assyrische rijk, aan te klagen vanwege ten hemel schreiend kwaad. Jona betekent ‘duif’; volgens een rabbijnse uitleg staat de duif voor het Joodse volk. Het is Israëls roeping tot een zegen te zijn voor alle volken. Maar ook voor de Assyriërs? Met deze aartsvijand wil de profeet niets te maken hebben. Hij daalt af naar Jafo en neemt een schip naar Spanje: weg van de Eeuwige!

In het schip daalt hij af in het ruim en valt in diepe slaap. Had de kapitein hem niet gewekt, dan waren ze met man en muis vergaan. In dit verhaal zijn het de heidenen die de profeet aan zijn roeping herinneren: ‘Slaap niet, roep God aan! Misschien dat hij zich om ons bekommert, zodat we niet vergaan.’ En ze stellen Jona de vraag: ‘Wat doe je hier aan boord?’ De bootslieden vragen God om vergeving: stel dat door hen een onschuldige sterft! (Dit staat in schril contrast met Jona’s houding aan het slot. Hij kent geen medelijden met de honderdtwintigduizend inwoners van Nineve, en dan nog al die dieren.)

The Prophet Jonah', Vladislav Andrejev, 2005
‘The Prophet Jonah’, Vladislav Andrejev, 2005.
Beeld: Prosopon School of Iconology/Flickr.com

Gered

Jona wordt in zee gegooid. De hoorder mag bedenken dat Israël het bestaan daaraan dankt, dat de Eeuwige ze uit de wateren van de zee gered heeft! Wordt die geschiedenis uitgewist? Nee, zeker niet. Een ‘grote vis’ slokt Jona op. Het is dankzij de psalmverzen in het tweede hoofdstuk dat we beseffen: de dood heeft niet het laatste woord. De profeet zinkt tot de bodem (het dodenrijk), maar ontkomt niet aan zijn roeping. Soms moet je heel diep gaan om een nieuw begin te kunnen maken. Jona vervult zijn opdracht. De koning en zijn onderdanen doen boete. Met tegenzin heeft Jona zijn missie volbracht. Hij is over zijn grenzen gegaan, dat betekent ook de naam ‘Hebreeër’. En nu blijkt de Eeuwige over Jona’s grens te gaan: genadig en liefdevol, geduldig en trouw is God, tot vergeving bereid!

Het boekje eindigt met een vraag aan Jona. Als het oordeel Gods laatste woord was geweest, wat had er dan van de mensen – en hun vee! – moeten worden? Jona, had je dat met droge ogen kunnen aanzien, dan had je niet dieper kunnen zinken. Die ‘grote vis’, Jona, was genadiger dan jij.

Rob van Essen is emerituspredikant en schrijver.


Vis
Open Deur 2024, nr. 6

Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken