Een druppeltje vrede
Bij Lucas 3,7-18 / Lucas 3:7-18
Tussen de bladeren van de mangoboom ergens in Afrika zit Sam, een bange jongen. Hij heeft zich daar verstopt. Hij is ontsnapt uit het leger van de rebellen. De rebellen hadden hem ontvoerd uit zijn dorp, samen met andere jongens en meisjes. Bij de rebellen werd hij gedwongen om te schieten. Sam is een van de vele kindsoldaten, maar nu is hij ontsnapt en zit hij verstopt in de mangoboom. Onder de boom blijft een man staan. Hij kijkt omhoog. ‘Kom er maar uit,’ zegt hij vriendelijk, ‘ik doe je geen kwaad.’ Sam komt naar beneden. ‘Ik heb de hele nacht in de boom gezeten,’ fluistert hij, ‘ik was zo bang dat de soldaten mij zouden ontdekken.’ De mensen in het dorp zijn blij dat Sam weer terug is. Ze leggen twee takjes op de grond en daarop een ei. Dat doen ze steeds als er weer een kindsoldaat ontsnapt is. Ze gaan er in een grote kring omheen staan. Sam moet nu met zijn blote voeten op het ei gaan staan. Dat is een teken van vrede. Een ei is breekbaar, klein en pas op de wereld. Het is een teken van onschuld, een teken dat kindsoldaten geen schuld hebben aan wat ze gedaan hebben. Een teken van vergeving. Nu geeft iedereen hem een duimhand. Zo wordt Sam opgenomen in het dorp. Daarna gaan ze eten. Het water waarmee de handen gewassen worden na het eten wordt op het dak gegoten van het huis waar Sam mag gaan wonen. Als Sam het huis binnen gaat, druppelt dat water op hem en is hij weer ‘schoon’. Nu kan hij opnieuw beginnen.