Een Kerkdienst in Gebarentaal – wat is dat?
De protestantse kerkdiensten zijn vooral wóórddiensten. We lezen, zingen en luisteren naar wat gezegd wordt en geschreven staat. Voor mensen die niet kunnen horen, zal een kerkdienst lastig, misschien wel vreselijk zijn… Daarom worden ook kerkdiensten speciaal voor doven gehouden. Met een doventolk of een dove dovenpastor.
In de meeste kerkdiensten is het onmisbaar om te spreken. Daarom zal er snel paniek ontstaan als de microfoon het niet doet. Sommigen worden dan onrustig en zijn bang dat ze het niet meer kunnen volgen. Je voelt een kleine existentiële crisis ontstaan tijdens de kerkdienst. Hoe moet het verder als er niet gesproken kan worden?!
Het is een nachtmerrie voor een gemiddeld gemeentelid en een voorganger. Dit is anders bij een kerkdienst in de gebarentaal. Voor de meeste dove christenen is de Nederlandse Gebarentaal (NGT) de moedertaal. Wat gebeurt er dan precies in zo’n dienst? Waarom is dat zo belangrijk voor hen?
Mijn rol als dove dovenpastor
De meeste voorgangers in de dovendiensten zijn horend. Ze gebruiken vaak gebaren als ondersteuning of de gebarentolk vertaalt voor hen.
Ik ben zelf een dove dovenpastor en ik draag een gehoorimplantaat. Daarom ben ik tweetalig, maar mijn moedertaal is NGT. In de dovendiensten communiceer ik in de Nederlandse Gebarentaal. Dus ik communiceer zonder mijn stem en ik volg de grammatica van de NGT. Mijn gebaren worden dan vertaald door een stemtolk.
In de dovendiensten communiceer ik in de Nederlandse Gebarentaal
Wat gebeurt er in de dienst?
De dovendienst is helemaal in de gebarentaal. De liturgie van de dienst wordt dan gepresenteerd op de beamer of op het scherm. De dienst begint levendig. De mensen gebaren nog even met elkaar. Ze stoppen met de gebaren als de voorganger achter de katheder staat. Ze zien de voorganger staan en de dienst begint dan. De voorganger communiceert dan met gebaren, mimiek en schouderbeweging.
De liederen worden dan samen gebaard. De liederen worden samen gelezen of gebaard. Steeds vaker gebruiken wij ook de liederen van Nederland Zingt met een muziektolk. De gebeden, Bijbellezingen en de preek worden gedaan in Gebarentaal.
De preek wordt vaak ondersteund met een visuele PowerPointpresentatie. De voorganger gebaart niet alleen, maar hij gebruikt zijn hele lichaam om de boodschap van het evangelie van Jezus Christus over te brengen. De woorden zijn belangrijk, maar de woorden worden gedragen door handen, mimiek en lichaam. Mensen luisteren met hun ogen en reageren tussendoor met hun mimiek (instemmend, lachend of ontkennend). Communiceren en preken is dan niet ‘voorlezen’, maar voortdurend communiceren, afstemmen en overbrengen met gebaren.
Visueel, kracht en krachtig!
De dovengemeenschap heeft weinig last van de kerkmuren en tradities. Ze voelen zich verbonden met elkaar door de gemeenschappelijke dove identiteit. De doven hechten weinig waarde aan de lange kerkdiensten en vele rituelen. Ze zeggen dan: ‘Het is wel erg veel zingen!’ Ze hebben liever een kortere en krachtige dienst zonder veel liturgische elementen.
Zij denken in bewegende beelden en heel visueel. Daarom willen zij graag visuele en concrete preken. Ze haken snel af als de preek heel bestaat uit veel woorden zeggen, dichterlijke taalgebruik of te weinig concrete taal. Ze ervaren en zien de verkondiging in NGT als het centrum van de dovendienst. Ik denk dat het verbonden is met de dovengeschiedenis. De Gebarentaal is heel lang verboden geweest en communiceren in hun eigen taal is niet vanzelfsprekend. Zij ervaren het als een bevrijding om het goede nieuws te ontvangen in hun moedertaal. Sommigen ervaren zelfs, dat ze meer geraakt worden door de Heilige Geest.
Waarom komen zij?
De meeste kerkdiensten zijn ontoegankelijk voor hen. Daarom komen ze graag naar de dovendienst. Daar kunnen ze alles volgen en het goede nieuws ontvangen in hun eigen taal. Ze zeggen dan: ‘Ik kan het nu begrijpen!’ Ze kunnen de kerkdienst vaak niet rechtstreeks volgen, maar moeten dat doen via een gebarentolk. Er is daardoor vaak geen rechtstreekse communicatie en interactie met de voorganger. Daarom komen zij naar de dovendienst, zodat zij rechtstreeks bemoedigd en gevoed worden in hun geloof. Ze zeggen dan weleens: ‘Ik ben geraakt (gebaar: een hand van bovenaf die hun hart aanraakt).’ Het goede nieuws van Jezus als Redder en Heer is niet alleen voor de ‘horende’ ander, maar ook voor hen! Het is fijn, dat ze mogen geloven in Jezus als hun Redder en Heer en aanbidden en vieren in de Gebarentaal. En ze komen natuurlijk ook voor de ontmoeting met elkaar en om samen te gebaren.
Jezus’ goede nieuws is niet alleen voor de ‘horende’ ander, maar ook voor hen!
Tenslotte
De dovendienst draait sterk om communicatie in hun eigen taal.
De communicatie is meer dan alleen gesproken woorden. In de Bijbel lees je ook, dat God niet alleen communiceert met Zijn stem, maar ook met Zijn handen.
De woorden en daden van God zijn verbonden met elkaar. Dat zien wij concreet gebeuren in Jezus. Het Woord is mens geworden. De handen van Jezus die aanraken, omarmen, redden en leven geven. God is zelf begonnen met communiceren met ons door Zijn Woord en Geest. De dove christenen kunnen ons leren dat het dienen en aanbidden van God meer is dan spreken met je stem. Je doet het immers met heel je mens-zijn. Dan is het ook niet erg als de microfoon het niet doet.
De heer Hendrik Stevens is werkzaam als kerkelijk werker / dovenpastor in de Protestantse Kerk voor het Interkerkelijk Dovenpastoraat.