Menu

Basis

Een thuis en toekomst voor kinderen: de rol van de Rudolphstichting in De Glind

Twee kinderen die op een steiger staan
(foto: Willem Jan de Bruin fotografie)

In de Glind daar staat een huis… en wel meer dan één, bijzondere huizen zelfs. De Glind is ‘een gewoon dorp’, maar tegelijk vooral gericht op de zorg en aandacht voor uithuisgeplaatste kinderen. Hier leest u hoe het daar toegaat.

Al in 1911 begon dominee Rudolph met zijn werk voor kinderen zonder een thuis. Hij kocht landbouwgrond om aan boeren te verpachten, op voorwaarde dat zij ook enkele jongeren in hun gezin opnemen. Zo begon jeugddorp De Glind.

Na zijn vroege overlijden gingen diaconieën verder met zijn werk. In 1927 werd de Rudolphstichting opgericht. Sindsdien is het dorpsidee verder ontwikkeld. Inmiddels is De Glind een bijzonder dorp tussen Amersfoort en Barneveld, waar kinderen een thuis en een toekomst krijgen.

Het dorp vandaag: een plek van verbinding

Wie nu door De Glind loopt, ziet een gewoon dorp: huizen, een school, sportvelden, een zwembad en spelende kinderen. Maar achter die rust gaat een bijzondere gemeenschap schuil. Van de 700 inwoners wonen er zo’n 125 uithuisgeplaatste kinderen in gezinshuizen.

Het dorp is zo opgezet, dat zorg en regulier wonen hand in hand gaan. De kracht zit in de combinatie: professionele ondersteuning, maar ook gewone dorpsactiviteiten en een vertrouwde omgeving. De gezinshuizen zijn nog steeds de kracht van het dorp.

De Rudolphstichting maakt dit mogelijk door het beschikbaar stellen van (zorg) panden, vrijetijdsactiviteiten te ondersteunen, voorzieningen te behouden en verbinding in De Glind te creëren.

De verhalen van de mensen, die hier wonen en werken, laten zien wat De Glind bijzonder maakt. Bewoner van een gezinshuis Maan, gezinshuisouders Rita, Cees, Lian en Reindert, medewerker Laurens en vrijetijdscoaches Ifè en Frans vertellen wat zij betekenen in De Glind.

Het zijn kinderen met een rugzakje, die stabiliteit, aandacht en veiligheid zoeken

‘Zonder gezinshuisouders zou ik hier niet staan’

Maan (15) woont in een gezinshuis bij Rita en Cees. Hij steekt meteen van wal: ‘Zonder gezinshuisouders zouden veel kinderen de hulp die zij zo hard nodig hebben, niet kunnen krijgen.’ Hij weet uit eigen ervaring hoe essentieel die hulp is. Ondersteuning op het moment dat het thuis niet meer gaat, kan het verschil maken tussen vastlopen of weer vooruit kunnen kijken.

Rita legt uit wie de kinderen zijn, die in gezinshuizen wonen. ‘Gezinshuisouders vangen kinderen op, die door allerlei omstandigheden niet langer thuis kunnen wonen. Denk aan kinderen met ADHD of ADD, of kinderen die zijn opgegroeid in een onveilige thuissituatie, bijvoorbeeld door verslavingen bij ouders. Het zijn kinderen met een rugzakje – en juist zij hebben stabiliteit, aandacht en veiligheid nodig.’

Voor veel gezinshuisouders begint het met een verlangen om zorg en aandacht dichter bij huis te brengen. Niet alleen omdat er ruimte is in het huis, maar vooral omdat er ruimte is in het hart. De stap naar het beginnen van een gezinshuis voelt dan als een logische keuze: kinderen een thuis bieden waar zij echt onderdeel zijn van het gezin.

Ook Lian herkent dat. Zij werkte eerder in de jeugdhulpverlening. ‘Het verschil met werken op een groep is groot. Daar draai je een dienst en ga je daarna weer naar huis. In een gezinshuis leef je dag in, dag uit samen met de kinderen. Ze haken aan bij het gezin en maken deel uit van het dagelijks leven.’ Die gezamenlijkheid is bewust: ‘Maar vooral werken we aan liefde, gezelligheid en normaliteit – precies dat wat ieder kind nodig heeft.’

Gezinshuisouder zijn vraagt ook offers, benadrukt Reindert. ‘Het vinden van een goede balans is niet eenvoudig.’ Tegelijkertijd krijgen we er veel voor terug. ‘De steun van de organisatie en de omgeving, waarin alles aanwezig is wat kinderen nodig hebben, maakt een groot verschil. De activiteiten in De Glind, de korte lijnen en collega-gezinshuisouders om mee te overleggen helpen enorm.’

Rita woont al jaren in De Glind en ziet dagelijks wat die omgeving doet met kinderen. ‘In een dorp of gemeenschap waar iedereen elkaar kent, voelen kinderen zich sneller gezien en gedragen. En dat heeft impact.’ Als Maan wordt gevraagd wat Rita en Cees voor hem betekenen, is hij duidelijk: ‘Ze zijn voor mij een manier, waarop kinderen ook echt een goede toekomst kunnen krijgen. Zonder hen zou ik hier nu niet zo staan.’

We werken vooral aan liefde, gezelligheid en normaliteit – wat ieder kind nodig heeft

‘Die saamhorigheid vind ik nergens anders terug’

Laurens werkt ruim vier jaar als medewerker bij de Rudolphstichting. Zijn keuze om bij de Rudolphstichting te werken is niet zomaar gemaakt. Laurens groeide namelijk zelf op in De Glind. ‘Ik heb van dichtbij gezien hoe bijzonder dit dorp is en hoe belangrijk het is voor kinderen om in een betrouwbare omgeving op te groeien.’ Toen hij zelf vader werd, kreeg dat besef nog meer betekenis. ‘Tijdens mijn sollicitatiegesprek werd al snel duidelijk, dat dit werk mij niet alleen professioneel, maar ook persoonlijk zou verrijken.’

Samen met zijn team is hij verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het vastgoed in De Glind. ‘De Rudolphstichting bestaat al lang, dus de huizen zijn ook al oud. De laatste jaren richten we ons vooral op het toekomstbestendig maken hiervan. We zijn gestart bij de gezinshuiswoningen en werken toe naar fijne, duurzame woningen en een prettige leefomgeving voor al onze huurders.’

Met zijn werk wil Laurens bijdragen aan de missie van de stichting: mogelijk maken uit liefde voor kinderen en jongeren. ‘Ik wil kinderen de kans geven echt kind te zijn, in een veilige omgeving.’ Een belangrijke voorwaarde hiervoor is passende huisvesting voor jong en oud. Ik word heel blij als we bijvoorbeeld ruimte kunnen realiseren voor jongvolwassenen in de vorm van studio’s of tiny houses. ‘Zo kunnen zij in hun vertrouwde omgeving een volgende stap richting zelfstandigheid zetten.’

Maar de echte pareltjes zitten vaak in het alledaagse. ‘Als ik vanuit mijn raam zie hoe kinderen enthousiast naar gym of vrijetijdsactiviteiten gaan, of wanneer ik op maandagmiddag de muziek- of zanglessen hoor, hier onder ons kantoor, dan weet ik waar ik het voor doe.’

De meerwaarde van De Glind zit volgens Laurens in de manier, waarop jeugdzorg en regulier wonen met elkaar verweven zijn. ‘Ik ken geen andere plek waar dat zo natuurlijk gebeurt. Dat zie je bij bijzondere situaties, maar ook gewoon in het dagelijks leven.’

‘Jongeren krijgen een beter zelfbeeld’

Een belangrijk onderdeel in De Glind zijn de vrijetijdsactiviteiten. Kinderen en jongeren kunnen deelnemen aan een uitgebreid programma na schooltijd en in de vakanties. Muzikant Frans Mineur en voetballer en vrijetijdscoach Ifè Oduguwa zijn nauw betrokken bij de uitvoering. ‘Jongeren ontwikkelen meer zelfvertrouwen en een beter zelfbeeld,’ vertellen zij.

Jongeren ontwikkelen meer zelfvertrouwen en een beter zelfbeeld

Frans Mineur krijgt af en toe nog berichten van oud-leerlingen, die hem bedanken voor de muzieklessen die ze, soms wel 25 jaar geleden, bij hem volgden. ‘Eén oud-leerling heeft inmiddels een eigen nummer uitgebracht, een ander heeft succesvol een opleiding aan het conservatorium afgerond. Het is mooi om te zien hoeveel impact de lessen hebben op jongeren.’

Alle kinderen en jongeren uit het dorp kunnen deelnemen aan activiteiten zoals muzieklessen, fitness, ‘meidentijd’, kinderyoga, kickboksen, voetbal of een boswandeling. Gezinshuisouders hebben niet altijd tijd voor zulke activiteiten en deelname aan reguliere lessen is voor deze kinderen vaak moeilijk. ‘Daarom springen wij in dat gat,’ zegt Ifè.

‘Voor de kinderen betekent het veel om deel uit te maken van de drumclub of het zaalvoetbalteam,’ legt Ifè uit. Frans: ‘Het belangrijkste is niet dat ze goede drummers worden, maar dat ze een groter gevoel van eigenwaarde krijgen. Laatst hielden we een optreden met de drumclub. Dan zie je ze gloeien van trots.’

Zelfvertrouwen is moeilijk te meten, zegt Ifè. “Maar vaak voel je dat hun leven anders was gelopen zonder dit programma. Onbewust werken we aan trauma’s, door muziek te maken of door te bewegen.’ Daarnaast wil hij jongeren ook een boodschap meegeven: ‘Als voetballer wil ik ze laten zien, dat je alles kunt bereiken als je bereid bent hard te werken.’

Sommige kinderen nemen jarenlang deel aan de lessen, waardoor er een vertrouwensband ontstaat. ‘Veel kinderen praten makkelijker over hun problemen tijdens een activiteit. Wij koppelen dat terug aan gezinshuisouders of school. Dat is de kracht van De Glind: die werelden zijn hier niet gescheiden. Zo werken we samen aan hun toekomst.’

De werelden van school, thuis en vrije tijd zijn niet gescheiden

Terug naar het gedachtegoed van dominee Rudolph

Wat De Glind uniek maakt, is dat het oorspronkelijke gedachtegoed van dominee Rudolph nog steeds voelbaar is. Zijn visie op een gemeenschap, waar kinderen veilig kunnen opgroeien en handen en harten die helpen, leeft voort. Of het nu gaat om gezinshuizen, medewerkers als Laurens of vrijetijdscoaches zoals Frans en Ifè: iedereen werkt samen om kinderen een thuis en toekomst te geven.

De kracht van De Glind ligt in die combinatie van zorg, vertrouwen en saamhorigheid. Hier groeien kinderen op in een omgeving die hen beschermt, ondersteunt én uitdaagt. En dat maakt dat het dorp, ruim honderd jaar na de oprichting door dominee Rudolph, nog steeds een verschil maakt in het leven van veel kinderen en jongeren.

De kracht van De Glind is de combinatie van zorg, vertrouwen en saamhorigheid

Samen bouwen aan een toekomst

Om al deze activiteiten en voorzieningen in De Glind mogelijk te maken, is de steun van kerken en andere betrokkenen hard nodig. Vrijetijdsactiviteiten, dorpsinitiatieven en projecten, die mensen met elkaar verbinden, kosten geld en worden niet vergoed vanuit de jeugdzorg. Met financiële steun kunnen kinderen en jongeren een veilige plek krijgen om op te groeien, plezier te maken en zich te ontwikkelen.

De Rudolphstichting wordt gedragen door kerken uit heel Nederland en andere betrokkenen. Regelmatig worden er acties georganiseerd om ons werk te steunen. Kerkleden en ambtsdragers zijn van harte welkom om De Glind te bezoeken en met eigen ogen te zien welk verschil deze steun maakt.

 U kunt bijdragen door:

  • Te doneren (eenmalig of structureel)
  • Een collecte te organiseren
  • Een actie te organiseren met uw kerk, club of vereniging
  • Gezinshuisouder te worden in De Glind (meer info: www.zorgindeglind.nl)

Kijk op www.rudolphstichting.nl

Elsbeth Haarsma is Adviseur beleid en communicatie bij de Rudolphstichting / De Glind.


Ouderlingenblad 2026, nr. 3

Wellicht ook interessant

Gods slaafgemaakten
Gods slaafgemaakten
None

Thema: Gods slaafgemaakten

In deze aflevering gaat Elsbeth Gruteke in gesprek met Martijn Stoutjesdijk. De aanleiding is het boek Gods slaafgemaakten. Theoloog en historicus Martijn Stoutjesdijk is een diepgravend onderzoek naar de rol van het christendom in het slavernijverleden, in het bijzonder dat van Nederland. Het slavernijverleden van Nederland is immers een zwarte bladzijde. Martijn Stoutjesdijk laat zien hoe in de Bijbel, de vroege kerk en de vroegmoderne tijd werd gepleit voor slavernij maar ook hoe vrije en slaafgemaakte christenen door de eeuwen heen tegenwicht boden. Stoutjesdijk toont dat het er soms om spande en hoe de geschiedenis onfortuinlijk toch de kant van de slavernij koos.

None

“Ik zoek geen Bunnikside-light in het geloof.”

Heilig gras, clubiconen, de hand van God – in de voetbalwereld barst het van de religieuze symboliek. Supporters zingen op zondag hun liederen, verlangen vurig naar een overwinning en danken het team na de weelde van drie punten. Bovendien lijkt er op het professionele veld ruimte te zijn voor ‘echte’ religie. We zien voetballers kruisjes slaan, het gras kussen en bezield omhoog wijzen na een doelpunt. In deze artikelserie leggen we voetbal en geloof naast elkaar: wat hebben ze gemeen en wat juist niet? Dit keer lezen we hoe Kees van Ekris als voormalig Theoloog der Nederlanden de Bunnikside van FC Utrecht bezocht.

Man met zijn handen voor zijn mond
Man met zijn handen voor zijn mond
Basis

De subtiele wreedheid van categorieën

Mensen zijn geobsedeerd door patronen. We vinden ze in de sterren, in de grond, en wie goed op let ziet ze ook in andere mensen. Het herkennen van patronen kan noodzakelijk zijn, omdat het ons helpt een complexe wereld te categoriseren en te navigeren. Toch kleeft er ook een schaduwzijde aan: wanneer patronen gebruikt worden om een andere groep te controleren, te definiëren of zelfs te schaden. Op het moment dat categorieën worden verheven van voorlopige beschrijvingen naar onbetwistbare waarheden, volgt schadelijk gedrag in onze meest intieme omgevingen en in onze belangrijkste instellingen. In gezinnen spreken we bijvoorbeeld over de “verantwoordelijke eerstgeborene kinderen” en zien we hoe die labels geleidelijk verharden tot verwachting. In samenlevingen worden mensen ingedeeld in “verdienstelijk” of “onwaardig,” en vervolgens wordt daar beleid op gemaakt. Wat begint als een handige mentale snelweg verandert langzaam in een script dat bepaalt wie mag floreren en wie klein moet blijven.

Nieuwe boeken