Menu

Basis

Een zwarte jongen en zijn meesteres, beeldmeditatie over een 18e-eeuws portret

Slavernij - maar komen niet alle mensen voort uit Adam en Eva?

De 18e-eeuwse Anna Margaretha van Renesse is vereeuwigd met aan haar zijde een zwarte jongen. Zo achteloos als er met deze jongen is omgegaan, zo gebeurt dat nog steeds, zo schrijft de theoloog Ko Schuurmans in zijn beeldmeditatie. Slavernij kent vele vormen.

Een donker gekleurd meisje van 3 jaar dartelt over een camping op de Veluwe. Ze ziet kinderen met een bal spelen. Ze holt er naar toe en probeert mee te doen. De kinderen reageren geagiteerd. Huilend keert ze terug naar haar vader. Ter verontschuldiging zegt de moeder van een van de kinderen tegen hem: ‘Maar ja, ze ziet er ook zo anders uit. Daar worden mijn kinderen bang van!’ Waar gebeurd? Waar gebeurd in deze zomer. Over racisme en discriminatie gesproken…

De familie beschouwde hem als bezit

Kasteel Cannenburch

We kijken naar het portret van Anna Margaretha van Renesse (1703-1775). Deze rijke, witte dame woonde vanaf 1726 met haar man Frederik Johan van Isendoorn en hun kinderen op kasteel Cannenburch. In Vaassen, niet ver van die Veluwse camping. Ze zit er weldoorvoed bij. Haar rechterhand houdt een bloemetje vast dat op een schaaltje ligt. Staat het symbool voor de vele vruchten die hun investeringen opbrengen? Haar witte gezicht licht op. Om haar heen is het donker, zwart.

Maar wie goed kijkt, ziet links in de marge een zwarte jongen staan. Hij is ook deftig gekleed, en wel in de kleuren van hun familiewapen. Dat wijst erop dat de familie hem als bezit beschouwde. Zo’n jongen met een in die dagen afwijkend uiterlijk was bijzonder.

Schilderij van de 18e-eeuwse Anna Margaretha van Renesse met aan haar zijde een zwarte jongen

Blanke suprematie

Anna was trots op haar ‘hebbeding’. Anders had ze zich niet met hem laten portretteren. Ze schrijft over hem: ‘De kleine Housard die de pech heeft zwart te zijn.’ Gelukkig, het ventje heeft een naam, ondanks de pech. Maar is het wel zijn echte naam? En waar komt hij vandaan? Hoe is hij op het kasteel terecht gekomen?

Hij kijkt omhoog naar Anna. Zijn ogen lichten op. Het zijn twee kleine lichtjes. Gunt Anna hem het licht in zijn ogen?

Anna was trots op haar ‘hebbeding’

Anton de Kom (1898-1945), de grote antikoloniale strijder en verzetsheld, schrijft in zijn boek Wij slaven van Suriname als kritiek op de blanke suprematie: ‘Maar wie denkt er nu aan om zijn licht bij de kleine man op te gaan steken? Boven alles gaat het principe dat de kleurling niet in staat is om iets tot stand te brengen waartoe de blanke geen kans ziet.’

Koloniaal verleden

Nederland heeft een kwalijk koloniaal verleden. We komen er eindelijk meer en meer achter. We lezen ook hoe onderdrukking en uitbuiting van de inlandse bevolking of van de weggevoerde slaven samenging met hun kerstening. Maar in de zogeheten Slavenbijbel, bestemd voor de bekeerlingen, waren alle passages geschrapt die hen bewust zouden kunnen maken van hun onderdrukte positie. De woorden van de apostel Paulus in zijn Galatenbrief ‘Want u bent allemaal kinderen van God…er is geen jood of Griek meer, geen slaaf of vrije…’ vond je er niet in terug. En in Suriname ten tijde van de slavernij verzuimden de witte meesters de zondagsrust voor hun zwarte slaven in te voeren.

‘Hij heeft de pech zwart te zijn’

Er zij licht

De lichtjes in de ogen van de zwarte jongen leiden mij naar de eerste woorden van God: ‘Er zij licht!’ En zijn ogen verwijzen ook naar Gods ogen, zijn zien, betrokkenheid, aandacht, nabijheid en ingrijpen. Ogen duiden Hem als degene die communiceert en zij benadrukken daarmee het persoonlijke en relationele van God. God wil immers genoemd worden Ik zal er zijn voor jou! Dat maakt Jezus, Gods liefste kind, altijd waar, als hij onrecht, verdriet, armoede of ellende ziet. Dan komt hij in actie.

De witte meesters verzuimden de zondagsrust voor hun zwarte slaven in te voeren

De jongen kijkt naar Anna met de ogen van God en vraagt haar: wat doe jij om zwarte of witte kinderen van God in vrede en overvloed te laten leven? Hij loopt vooruit op de Antilliaanse vrijheidsstrijder Tula. In de processtukken van de grootste slavenopstand op Curaçao van 1795 lezen wij immers hoe Tula, in discussie met de pater franciscaan Jacobus Schinck, hem de vraag stelt: ‘Heer pater, komen alle mensen niet voort uit Adam en Eva?’

Is dat niet ook de kritische vraag van de kleine zwarte jongen Housard aan zijn blanke meesteres Anna? Is het niet ook de vraag aan de moeder van de spelende kinderen op de camping? En de vraag die ons nog lang moet bezighouden?

Ko Schuurmans is theoloog en liturgist.


Wellicht ook interessant

Nieuwe boeken