Eindtijdfascisme: ‘Laat theologie maar aan ons over’
Over de politisering van theologie in Amerika
Wat gebeurt er wanneer theologie een wapen in handen van politici wordt? Sjoerd Griffioen wijdt er een column aan, naar aanleiding van een podcast waarin Amerikaans vicepresident JD Vance liet weten dat zijn werk in het teken van de eindtijd staat.
James David Vance, de huidige vicepresident van Amerika, was onlangs te gast bij een veelbeluisterde podcast van een 22-jarige ‘evangelical’, Bryce Crawford. Het gesprek ging onder andere over de eindtijd en de antichrist. Vance was van mening dat hij Gods werk op aarde doet, en dat dit werk mogelijk de eindtijd kan inluiden.
The end times may be coming, in fact they are coming, it’s just a question of whether they’re coming thousands of years down the road, or a few months down the road … I think there are things about the world that make me feel … not shocked if the antichrist was walking among us.1
Op zich is dit gegeven, dat wereldleiders hardop speculeren over wie de antichrist is en wanneer de eindtijd aanbreekt, niet zo opmerkelijk meer vandaag de dag. Met de opkomst van wat Naomi Klein en Astra Taylor ‘eindtijdfascisme’ noemen – een radicaal-rechtse preoccupatie met het einde der tijden – zijn we er al lang aan gewend dat de machtigen der aarde zich expliciet met eschatologische thema’s bezighouden. Dit gebeurt niet alleen in de kringen rondom Trump, ook in die van bijvoorbeeld Poetin en Netanyahu worden religieuze ideeën over de eindtijd gemobiliseerd om hun politieke programma’s kracht bij te zetten.
De uitspraken van Vance zijn dus niet zo opmerkelijk meer, aangezien radicaal-rechtsewereldleiders zich al enige tijd in apocalyptische sferen bevinden. Maar het feit dat dit niet opmerkelijk meer is, is uiteraard genoeg reden voor zorg, kritiek en analyse. We moeten juist opletten bij dit soort uitspraken, omdat ze laten zien hoe theologie – of het vermogen om zaken spiritueel of religieus te duiden – zelf een politiek object is, dat geclaimd kan worden door een partij in het politieke speelveld, ten nadele van een andere.
Dit werd namelijk duidelijk in het conflict tussen Trump en paus Leo XIV, aan het begin van de nieuwe Iran-oorlog. Leo XIV schreef op 10 april op ‘X’ (voorheen Twitter – want we leven echt in de 21e eeuw!):
God does not bless any conflict. Anyone who is a disciple of Christ, the Prince of Peace, is never on the side of those who once wielded the sword and today drop bombs. Military action will not create space for freedom or times of #Peace, which comes only from the patient promotion of coexistence and dialogue among peoples.
Trump reageerde met de gratie waar hij om bekend staat, namelijk door Leo ervan te beschuldigen dat hij “weak on crime” is en door een AI-gegeneerde afbeelding van hemzelf als Jezus te posten.
Voor Vance was dit ongemakkelijk, omdat hij zich publiekelijk profileert als pas bekeerde katholiek – wie moest hij nu verdedigen? Hij koos Trump. Maar als katholiek kan hij niet al te expliciet de paus afvallen. Dus zei hij tijdens een interview:
When the pope says that God is never on the side of people who wield the sword, there is more than a 1,000-year tradition of just-war theory …. How do you say that God is never on the side of those who wield the sword? … I think it’s very, very important for the pope to be careful when he talks about matters of theology.2
De Paus die moet oppassen als het om theologische zaken gaat… Los van dat Vance hiermee suggereert dat Leo XIV – een augustijner geestelijke, die jaren onderzoek naar Augustinus heeft gedaan – nog nooit van de katholieke leer van de rechtvaardige oorlog heeft gehoord, is dit met name saillant omdat Vance hier – volgens mij – laat doorschemeren wat hij eigenlijk wil zegen: ‘laat theologie maar aan ons over’.
Vance weet dat theologie die ‘in de wereld’ en buiten de studeerkamers van dominees wordt bedreven, in essentie politieke theologie is. En dat is een wapen dat volgens hem niet in de handen van de vijand mag vallen – zelfs niet van de paus. In de handen van Vance en zijn politieke vrienden, echter, wordt politieke theologie een politieke eschatologie: de eindtijd wordt uitgeroepen, en daarmee breekt volgens hen ook een eindstrijd aan, met als inzet de totale vernietiging van ‘de vijand’.
Volgens Carl Schmitt, maar ook Antonio Gramsci, wordt fysieke strijd voorafgegaan door een woordenstrijd: de weg naar een oorlog leidt via oprispende ideeën, de politisering van concepten, en het klaarstomen van de geesten van hen die de strijd zal voeren. De eindtijdfascisten zijn de ideële wapens in elk geval alvast aan het slijpen.

Sjoerd Griffioen is docent aan de Faculteit Filosofie van de Rijksuniversiteit Groningen. In 2020 promoveerde hij op het Duitse secularisatiedebat, een filosofische polemiek over de relatie tussen moderniteit en christendom. Zijn onderzoek richt zich op de raakvlakken tussen politiek, religie en geschiedenis in moderne filosofie.